"Ik weet niet of ik een Israeliër zal doden'

De Israelische bevolking is de afgelopen weken opgeschrikt door een golf van moordaanslagen. Palestijnen verklaren deze agressie jegens de joden uit de diepe frustraties.

GAZA, 16 MAART. “Ik weet niet of ik een Israeliër zal doden of zelfmoord zal plegen”. Een week nadat de 19-jarige Zyad Silmi uit Khan-Yunis zijn twijfels aan zijn behandelende psycholoog dr Fadel Abu Hain in de stad Gaza had voorgelegd, viel in de Alyah-straat in zuid Tel Aviv de beslissing: met messteken vermoordde de Palestijn twee Israeliërs en verwondde er negen.

Wat bezielde deze jonge Palestijn? “Hij verkeerde in een diepe depressie toen hij bij me kwam”, vertelt dr Fadel Abu Hain in de kliniek van het geestelijke gezondheidsprogramma in Gaza. “Zyad Silmi had een traumatische ervaring toen Israelische troepen (op jacht naar gewapende Palestijnen) op 7 februari dit jaar twintig huizen, inclusief zijn woning, in Khan Yunis met raketten vernietigden”.

Zijn wraakgevoelens, vertelt de psycholoog, waren al sterk aangewakkerd omdat hij in 1991 getuige was geweest van de moord op zijn broer bij Rishon Lezion toen zeven Palestijnse arbeiders door een Israeliër werden doodgeschoten. “Ik was daarom niet verbaasd toen ik hoorde dat Zyad Silmi in Tel Aviv had gemoord”, zegt hij .

Vanuit Palestijns perspectief is de uitbarsting van Palestijnse messentrekkerij tegen Israeliërs, burgers en militairen, het resultaat van de gevoelens van uitzichtloosheid, radeloosheid en wraak, die zich tijdens de nu al meer dan een kwart eeuw durende Israelische bezetting hebben opgekropt. Vooral sedert het uitbreken van de intifidah in Gaza, in december 1987, hebben de dagelijkse confrontaties tussen Palestijnen en de Israelische bezettingsmacht een negatief effect op de geestelijke gezondheid van de bijna 800.000 Palestijnen in dit troosteloze gebied.

In het kader van het geestelijke gezondheidsprogramma in Gaza is daar de afgelopen twee jaar uitvoerig statistisch onderzoek naar gedaan. Dr Fadel Abu Hain, die psychologie studeerde aan de Ain Shams universiteit in Kairo, legt aan de hand van statistieken de ernst van de situatie uit. Een onderzoek van 2779 Palestijnen uit alle delen van de Gaza-strook wijst uit dat 92 procent van de bevolking in aanraking is geweest met traangas, 85 procent heeft nachtelijke overvallen op huizen meegemaakt, 55 procent heeft het slaan van Palestijnen door soldaten gezien, 50 procent heeft vernederingen ondergaan, 23 procent is gewond, 28 procent heeft een gearresteerde broer.

Uit een andere statistiek blijkt dat angstgevoelens, depressie, psychosomatische reacties en paranoia het grootst zijn onder Palestijnen wier huizen door de Israeliërs zijn verwoest. Het verlies van een huis heeft een groter effect op de bewoners dan de dood van een familielid, waarschijnlijk omdat sterven voor het Palestijnse vrijheidsideaal vaak een bron van trots is en daarom beter is te verdragen.

Pag 4: "Psychische problemen in Gaza'

De psychologische problemen van kinderen uit Palestijnse families die een traumatische ervaring als gevolg van de Israelische bezetting hebben meegemaakt is volgens een statistiek uit 1992 bijzonder groot. De cijfers tonen aan dat 65 procent van de kinderen angstgevoelens heeft, 62 procent lijdt aan slaapmoeilijkheden, 61 procent is depressief, 48 procent heeft angst voor duisternis en 33 procent heeft "soldaten-angst'. “Als mijn zoontje (vijf jaar) soldaten ziet, gaat hij huilen”, zegt Abu Hain. “Mijn huis heeft tien huiszoekingen gehad, meestal 's nachts”.

De geringe kans op een oplossing, dat wil zeggen bevrijding van de Israelische bezetting, schept volgens Abu Hain een dermate geladen sfeer dat individuele Palestijnen, zonder order van welke organisatie dan ook tot moorden overgaan. “De hoop bij het begin van het vredesproces is omgeslagen in wanhoop. Daarom zijn de Palestijnen hier nu bijzonder ontvankelijk voor de islamitische boodschap”.

Dr Haider Abdul Shafi, de leider van de Palestijnse delegatie bij het vredesoverleg, deelt deze opvatting. Tijdens een vraaggesprek in zijn kantoor in de stad Gaza waarschuwt hij er echter voor “de invloed van de fundamentalisten - Hamas - in de Gaza-strook te overschatten. Zij ontlenen hun kracht aan het ontbreken van vrede”. Deze 74-jarige Palestijn is van mening dat Hamas onmiddellijk zijn nu sterke greep op de Palestijnen in de Gaza-strook zal verliezen indien een echte vredesoplossing in zicht komt, die een einde maakt aan de Israelische bezetting en perspectief biedt voor Palestijnse onafhankelijkheid.

De Palestijnse messentrekkerij wordt volgens Shafi gedragen door dezelfde gevoelens die Hamas de wind in de zeilen geven. “Er is geen sprake van georganiseerde moordpartijen”, zegt hij. “Het lijden onder de Israelische bezetting sedert het begin van de intifadah ontmenselijkt ons volk. Daarom gedragen mensen zich niet als mensen”. Dr Abdul Shafi heeft een reeks van argumenten voorhanden - van het recht op verzet tegen de bezetter tot reacties tegen de bezettingspolitiek - om de Palestijnse messentrekkerij te verklaren. Maar dit verschijnsel gaat hem kennelijk toch te ver. “Ik veroordeel absoluut het doden van mensen in koelen bloede”, zegt hij. Voor hem is het duidelijk dat daaraan zonder een politieke oplossing voor het Palestijnse vraagstuk geen einde aan komt.

Optimistisch over het vredesproces is deze Palestijnse leider dezer dagen beslist niet. In de vredespolitiek van premier Yitzhak Rabin heeft hij geen vertrouwen. De uitwijzing van de 415 Palestijnen naar Libanon op 17 december vorig jaar naar Libanon is volgens hem een overtuigend bewijs van “Israels kwade trouw”. “Als Israel serieus met de Palestijnen zou onderhandelen zou het deze schending van de mensenrechten niet op zich hebben genomen”, zegt hij. Afgezien daarvan hebben de Palestijnen volgens Shafi van Israel geen enkele serieus vredesvoorstel gekregen. “Niets”, zegt hij. “Israel wil de controle behouden over al het geconfisqueerde land in de bezette gebieden, Israel wil ons een vorm van zelfbestuur zonder werkelijk gezag opdringen”.

Niettemin wil hij het vredesoverleg wel voortzetten. “Ons streven naar vrede is eeuwig”. Daarmee geeft hij aan dat het in het Palestijnse belang zou zijn ook aan de volgende ronde van het vredesoverleg op 20 april in Washington mee te doen.

Als Israel zich verplicht zich in de toekomst te onthouden van het uitwijzen van Palestijnen en voor deze zomer de naar Libanon uitgewezen Palestijnen geleidelijk terugneemt, zijn volgens dr Shafi de voorwaarden geschapen voor terugkeer van de Palestijnse delegatie naar het vredesoverleg.

Ook al zegt deze Palestijn uiteindelijk in verzoening tussen Israeliërs en Palestijnen te geloven, dat is voorlopig een utopie. Het Israelische en Palestijnse bloed dat wordt vergoten in een steeds scherper wordende stammenoorlog drijft beide volkeren verder uit elkaar dan ooit tevoren. Angst is het kernwoord van het Israelisch-Palestijns conflicht geworden.

Israelische militairen brengen op de ruiten van hun voertuigen kogelvrije plastic-ramen aan voordat zij de Gaza-strook binnen rijden. Op borden bij de grenspost Erez lezen ze dat ze op de "blauwe wegen' moeten blijven en iedere commando-post moeten vragen of verder kan worden gereden. In de stad Gaza loopt over de hoofdstraat een zwaar beveiligde blauwe loopbrug tussen twee grote Israelische militaire posten. De onderkant is van staalplaten opgetrokken en het zonlicht valt door kogelvrije ramen naar binnen. De grond wordt Israels soldaten te heet onder de voeten, zo luidt de symbolische boodschap van deze futuristisch aandoende schepping in de lucht. In een lange rit naar Gaza via Jabalya dorp en de Nasser-wijk was zondag geen soldaat te bespeuren. De aandacht wordt getrokken door de eindeloze muurschriften in rood (Hamas) en zwart (Al-Fatah). De strijd tegen deze propaganda-oorlog tegen de bezetting op de muren van huizen en luiken van winkels is door Israel opgegeven. Tegen deze Palestijnse schrijfdrift valt niet te witten.