Gatt-akkoord niet slecht voor boeren

ROTTERDAM, 16 MAART. Het landbouwakkoord dat eind vorig jaar tussen de Verenigde Staten en Europa werd afgesloten, pakt voor de Europese boeren niet negatief uit. Ook voor de Nederlandse zuivel- en landbouwsector zullen de inkomenseffecten verwaarloosbaar zijn, zo blijkt uit een onderzoek dat het Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft verricht.

Het bilaterale landbouwakkoord tussen de VS en Europa, dat plaatsvond in het kader van de GATT-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel, wekte vorig jaar grote beroering onder de Europese boeren. Vooral in Frankrijk wordt al enkele maanden luid geprotesteerd tegen de afspraken om voor 1999 de gesubisideerde export vanuit Europa met 21 procent te verlagen, de invoerbeschermingen met 36 procent terug te brengen en de interne steun aan de Europese landbouw met 20 procent te verminderen.

Volgens het LEI kunnen de voorgestelde reducties echter gemakkelijk opgevangen worden met behulp van het vorig jaar al door de Europese Commissie goedgekeurde MacSharry-plan voor hervorming van de Europese landbouw. De uitvoer van dit plan zorgt er namelijk al voor dat de overschotten van een aantal belangrijke agrarische produkten zullen verdwijnen. Bovendien is in het plan afgesproken dat de interne prijzen voor Europese landbouwprodukten verlaagd zullen worden, waardoor de Europese Gemeenschap automatisch minder subsidie hoeft te geven op de landbouwexport naar niet-Europese landen.

Voor de negatieve inkomenseffecten van het handelsakkoord tussen de VS en Europa is volgens het LEI ook al een oplossing gevonden, omdat Europese boeren die geraakt worden door de prijsverlagingen en het wegvallen van subsidies op grond van het plan MacSharry in aanmerking kunnen komen voor directe inkomenssteun.