Franse verkiezingen déjà vu voor valutamarkt

ROTTERDAM, 16 MAART. De Franse franc onder druk, steunaankopen voor de Portugese escudo jongstleden vrijdag en onzekerheid rond de Deense kroon en de Spaanse peseta. Na ruim anderhalve maand van rust op de Europese valutamarkten is deze week de spanning weer terug onder de munten van het Europese Monetaire Stelsel (EMS). De reden: met de twee ronden van de Franse parlementsverkiezingen, op zondag 21 maart en 28 maart, in het vooruitzicht rijst de vraag of een nieuwe Franse regering de verdediging van de positie van de franc in het EMS zal voortzetten.

De vorige keer dat de Fransen naar de stembus gingen ligt iedereen op de financiële markten nog vers in het geheugen. Het Franse referendum rond het verdrag van Maastricht vond in september vorig jaar plaats temidden van de hevigste valutaire storm die Europa tot dusverre had meegemaakt. Sindsdien zijn de politieke onzekerheden rond de franc nauwelijks veranderd. De hoge Franse rente, bedoeld om de positie van de franc tegenover de sterkste EMS-munten te verdedigen, is het Franse bedrijfsleven een doorn in het oog. Nog steeds staan de Franse autoriteiten voor een elementaire keuze: het nastreven van economisch resultaat op de lange termijn door een franc fort, versus een snel succes door het stimuleren van de Franse economie met lagere rentetarieven.

Hoe zal een nieuwe - en hoogstwaarschijnlijk conservatieve - Franse regering zich opstellen tegenover de sterke Franse munt? Net als in de laatste zes maanden het geval was, spreekt er weinig voor een devaluatie van de franc. De Franse overheidsuitgaven zijn beter in balans dan de Duitse, de inflatie is met 2,1 procent bijna de helft van die van Duitsland en de loonkosten blijven binnen de perken. Bovendien heeft conservatief Frankrijk zich herhaaldelijk uitgesproken voor het handhaven van de koers van de franc en een grotere onafhankelijkheid van de Franse centrale bank. Maar er zijn scheurtjes in het conservatieve kamp. De kapitaalmarktrente in Frankrijk mag dan zijn gedaald tot 7,5 procent, het gat tussen de rente en de inflatie van 2,1 procent is nog steeds groot. De geldmarktrente, hoewel evenals in Nederland en Duitsland in verhouding van minder belang voor de financiering van het bedrijfsleven, is nog 11 procent, tegen 8,25 procent in Duitsland.

Een niet te onderschatten factor in de komende weken is bovendien dat de trends op de valutamarkt voor een belangrijk deel worden gezet door economen en handelaars van Angelsaksische huize. De commentator Sam Brittan, zelf een Brit, constateerde vorige week nog dat juist zij “ideologisch vijandig staan tegenover een sterke franc”. Dat betekent dat elk teken van zwakte van de franc met een vergrootglas wordt bekeken. Zo zijn er toch voldoende redenen voor verhoogde waakzaamheid op de financiële markten. De prijs voor te veel optimisme is hoog. Mocht de franc vallen, dan luidt de noodklok voor het Europese Monetaire Stelsel zelf. De Franse munt sleept dan naar verwachting de zwakkere leden van het EMS, de Spaanse peseta, de Portugese escudo en de Deense kroon mee in zijn val.

Of het de komende weken nog tot een dergelijke uitbarsting komt op de valutamarkt, hangt grotendeels af van de Bundesbank. Een - politiek wenselijke - verlaging van de Franse rentetarieven is alleen mogelijk wanneer de Duitse centrale bank daarin mee gaat. Van groot belang is dus of de Bundesbank op de tweewekelijkse vergadering die zij komende donderdag houdt overgaat tot een verdere verlaging van de rentetarieven. Het beklinken van het Solidariteitspact tussen de werknemers, werkgevers en de Duitse overheden in het afgelopen weekeinde heeft de kans daarop aanzienlijk vergroot; een renteverlaging werd tenslotte in de laatste maanden gezien als de uiteindelijke beloning voor een gematigd loon- en budgetbeleid in Duitsland, dat in het Solidariteitspact is overeen gekomen. Er zijn ook technische redenen om tot een discontoverlaging over te gaan. De verlaging van de beleningsrente tot 8,25 procent, die de Bundesbank vrijdag twee weken geleden doorvoerde, noodzaakt welhaast een verlaging van het disconto, dat nu nog 8 procent bedraagt. De ruimte om verdere verlagingen van de geldmarktrente door te voeren is nu al klein.

Het gros van de handelaren op de financiële markten verwacht dan ook een ingreep in het Duitse disconto met minimaal een half procent tot 7,5 procent. Dergelijke verwachtingen zorgen gewoonlijk voor irritatie bij de Duitse centrale bank zelf. Bundesbank-president Schlesinger noemde gisterenavond de Duitse inflatie nog te hoog, zijn mede-bestuurder Otmar Issing zei vanmorgen dat de Bundesbank zich “niet laat benvloeden door externe factoren, zoals de Franse verkiezingen”. Maar uitlatingen van Bundesbank-officials zijn wel vaker in tegenspraak met de maatregelen die zij kort daarop toch nemen. Met de Franse verkiezingen in aantocht staat niet alleen Parijs, maar ook Frankfurt in de schijnwerpers van de Europse politiek.