De Vlaamse tijdschriften roeren zich.

De Vlaamse tijdschriften roeren zich

De Brakke Hond

Dietsche Warande

Yang

De Brakke Hond 36. 152 blz.ƒ13. Verdussenstraat 13, 2018 Antwerpen. Dietsche Warande & Belfort 1993/1. 159 blz.ƒ15. Uitg.Peeters, Bondgenotenlaan 153, 3000 Leuven. Yang 1993/1. 100 blz.ƒ17. Postbus 245, 9000 Gent.

De Vlaamse tijdschriften roeren zich

Op een gewone dag in maart valt er voor deze rubriek zomaar te kiezen uit zéven binnengekomen Vlaamse literaire tijdschriften. Mekka, het "Jaarboek voor lezers 1993' vermeldt het bestaan van bij elkaar achttien, tegenover bijna veertig Nederlandse. Twee obscure bladen miste Mekka; het Nieuw Vlaams Tijdschrift Gierik en het multiculturele Concept, terwijl het tijdschrift op diskette Brain Drain per abuis aan Nederland werd toegeschreven. Er ontbreken er weliswaar een stuk of zes aan Nederlandse zijde, maar dan nog valt de verhouding Vlaams-Nederlands opmerkelijk gunstig uit voor Vlaanderen. Als het zo is dat een groot aantal literaire bladen wijst op een levendige literatuur, en we voegen daarbij dat net twee ervan, Yang (1964) en DWB (1855) geheel gemoderniseerd zijn, dan mag Vlaanderen niet mopperen.

De Brakke Hond

Na 36 nummers nog steeds erg kwajongensachtig: het driemaandelijks literair tijdschrift "met neus' De Brakke Hond. Aan de beurt voor de vaste mattekloppartij van Bart de Man is ditmaal Herman de Coninck. Eerst zijn in de serie "Hoek van Holland' allerlei Nederlandse schrijvers en critici belachelijk gemaakt, nu komen in "De bossen van Vlaanderen' Vlaamse culturele kopstukken aan bod. Zoals gewoonlijk overschreeuwt Bart de Man zichzelf, waardoor zijn argumenten aan kracht verliezen - hij noemt De Coninck maar liefst reactionair, kleinburgerlijk, conservatief, rabiaat apolitiek, Pallieterig, en een zondagsdenker. Wat hij hem in feite verwijt is dat hij van ouderwetse, "trage', onexperimentele literatuur houdt. Ook in andere tijdschriften en kranten wordt Herman de Coninck er dezer dagen van beticht de mandarijn van de Vlaamse dichtkunst geworden te zijn die jonge intellectualistische dichters het leven zuur maakt, maar de langste en lelijkste neus trekt De Brakke Hond. "Ouderwets' werk staat, als het meezit, ook wel eens in De Brakke Hond want die is niet geprogrammeerd kieskeurig. Maar voor een inmiddels in jaren volwassen tijdschrift worden wel te vaak bouderende bijdragen opgenomen om het bouderen, scabreuze om het scabreuze, en armoedig spreektaal-proza om - ja waarom eigenlijk? Of de duivel ermee speelt: vrijwel géén vuilschrijverij in het winternummer. Wel dialekt dat ter versterking in alinea's van enkele zinnetjes is geknipt. "Als ze met de kamionet rijden en Fille roept: alo pruim! of: kom ketten kom, dan kijkt Fons altijd naar de verkeerde kant.' Maar ook: mooie gedichten van Miriam van Hee, mijmeringen van Rudi Laermans over het nadenken, en een kennis-etalerend maar liefdevol stuk van Jos de Man over Heinrich Heine: "Echte dichters verzoenen zich niet met hun tijd.'

Dietsche Warande

Het zeer oude Dietsche Warande & Belfort (resp. van 1855 en 1886, sinds 1900 samen) deelt in het voorwoord een kat uit naar het Nieuw Wereldtijdschrift van Herman de Coninck met "wij zien het nut niet zo in van voorpublikaties van allerlei beroemdheden'. Zot genoeg begint het nieuwe, geheel anders vormgegeven nummer ter introduktie van een vernieuwd beleid, met een voorpublikatie. Leonard Nolens behoort misschien niet tot "allerlei beroemdheden', maar toch. Hoofdredacteur Hugo Bousset, voor wie Marcel Janssens plaats maakte, trok voor het "monument' DWB vers en Hollands bloed aan: Patricia de Martelaere, Boris Todoroff en Peter Verhelst, alsmede Gids-redacteur Wiel Kusters. En ook DWB ziet de traditionele recensiefunctie nu geheel overgenomen door de dag- en weekbladen en vervangt de boekbesprekingen door de breder en dieper gravende proza- en poëziekronieken die andere tijdschriften (Tirade, NWT) al veel eerder ingevoerd hebben. Een programma ontbreekt ("We willen alleen maar veel lezers die houden van literatuur') maar ook zonder dat is het oude blad er reusachtig op vooruit gegaan. Zo te zien komen nu oorspronkelijk literaire bijdragen in de plaats van de zwaar theoretische, secundaire of tertiare beschouwingen regelrecht vanuit de universiteitsbibliotheek.

Veelbelovende namen in deze aflevering: A.F.Th.van der Heijden, Kristien Hemmerechts, Leo Pleysier, Huub Beurskens, Jacq Vogelaar, en natuurlijk het verse bloed. De eerdaags bij Querido verschijnende dagboekaantekeningen van de dichter Leonard Nolens, waaruit hier een fragment, boeien zeer, zowel waar het over de liefde en het verlangen gaat als waar over literatuur nagedacht wordt. In de liefde is veel ruzie - “Overdag wreven de woorden van de een zich heet aan die van de ander, totdat elke letter tot op de draad was versleten en enkel het schuren van vlees over vlees uitkomst bood.”

Van Van der Heijden peuterde DWB als eerste een fragment los uit het derde deel van de romancyclus "De tandeloze tijd', Het Hof van Barmhartigheid. Religie en dood vinden we verstrengeld in de gedichten van Erik Spinoy; Patricia de Martelaere ("Ik ben een schaakmatliefhebber') schrijft over macht en verlies, Hemmerechts over ouders ("Een kind is als een open boek voor zijn ouders, zegt mijn moeder. Zou ze weten hoe graag ik haar wil lezen?').

Houdt dat oude DWB in de gaten. Ook al heeft het geen omslag van parelmoer meer.

Yang

Yang zit aan de jonge, experimentele, intellectualistische, post-moderne kant van het Vlaamse poëziespectrum. Feitelijk heropgericht in de jaren tachtig door enkele academisch geschoolde dichters, met een meer dan gewone belangstelling voor filosofie, was het net als DWB vaak al te scheutig met zware filologische essays in een ontoegankelijk jargon. Ook Yang gaat nu meer creatief werk plaatsen, de gedegen themanummers worden beknopter dossiers, in de rubriek "Statements' kunnen auteurs kernachtig meningen ventileren over literaire en culturele kwesties. Maar Yang wil wel een zekere ondoorgrondelijkheid behouden ("sfinxachtig werk'): “Het is een slim blad met slimme, leesbare en tegendraadse teksten. In deze tijd van flutlyriek en TV-proza is Yang schaamteloos postmodern (of net niet) en ongewoon kritisch (dat wel)” adverteert de redactie. De verandering, verbétering, zit derhalve vooral in het oorspronkelijk literaire werk en in dat "leesbare'. Helaas werd de opmaak vernieuwd door twee losgeslagen vormgevers die er een wild-enerverend geheel van maakten waar de lezer absoluut duizelig van wordt.

“Literatuur van Tegenvoeters” zegt Yang van zichzelf. “Leg het naast Female Trouble van Bettina Rheims, Lolita van Nabokov en Mémoires pour Paul de Man van Derrida”. Volop programma hier dus.

Verscholen tussen de typografische geintjes in het nieuwe nummer vinden we onderstrepingen van het programma in Van Bastelaere's kritische interview met Tom Lanoye, een fragment van Brakman, gedichten van Christine D'haen, Sorrentino en Wallace Stevens, Poetics van de Amerikaanse Language-dichter Charles Bernstein, een stukje uit het "Subnormale manifest' van Vázquez Montalbán, een serie verhaaltjes van Ror Wolf - zelden is een tijdschrift zó consequent in zijn auteurskeuze, en dat in zulke puinhopen van lay-out.

De Brakke Hond 36. 152 blz.ƒ13. Verdussenstraat 13, 2018 Antwerpen. Dietsche Warande & Belfort 1993/1. 159 blz.ƒ15. Uitg.Peeters, Bondgenotenlaan 153, 3000 Leuven. Yang 1993/1. 100 blz.ƒ17. Postbus 245, 9000 Gent.