"We willen hardop zeggen wat niet deugt'; Oud Strijders Legioen viert de jaarlijkse toogdag in Den Haag

DEN HAAG, 15 MAART. Een stuk of tien demonstranten, evenveel politie-agenten en twee televisieploegen wachten de ruim vierhonderd deelnemers aan de jaarlijkse toogdag van het Oud Strijders Legioen (OSL) op bij de ingang van het Haagse congresgebouw. “Er stond een griezelige junk met ringetjes in zijn oren voor de televisie te praten”, merkt een deelnemer binnen op. “Gajes is het”, zegt een grijze dame.

Voor het eerst in jaren was het OSL weer eens in opspraak. Anti-discriminatie organisaties hadden de gastsprekers van gisteren opgeroepen niet op te treden in Den Haag, aangezien het OSL racistisch zou zijn. In de jongste nummers van het door het OSL uitgegeven blad Sta Vast staan onder meer zinswendingen waarin sprake is van “negroïde personen” die “nogal snel geneigd zijn een blanke aan het mes te rijgen”.

Voor de gastsprekers, hoogleraar Europees recht B. ter Kuile, CDA-senator P. Boorsma, de Haagse hoofdcommissaris van politie J. Brand en de Friese commissaris der koningin H. Wiegel, vormde dit geen aanleiding verstek te laten gaan. Wel wijdden Brand en vooral Boorsma enige kritische woorden aan de recentelijk in Sta Vast gebezigde terminologie. Boorsma bekritiseerde niet alleen het racistisch taalgebruik, maar ook het bagatelliseren van milieuproblemen en de algemene afkeer van de politiek.

Hoewel het aantal wandelstokken aanzienlijk is, bevinden zich ook enige tientallen jongere mensen onder de deelnemers. Onder de ouderen zijn ook veel vrouwen, onder de jongeren nauwelijks. Achter de bestuurstafel zitten uitsluitend mannen. Velen van de oude garde dragen een lintje. Eregasten als H. Gualtérie van Weezel, tegenwoordig ambassadeur in Straatsburg, het Kamerlid S. van Heemskerk van de VVD, voormalig staatssecretaris A. Ploeg en enkele hoge militairen nestelen zich op de voorste rij.

In afwachting van de eerste spreker discussiëren enkele bezoekers over de merites van Bismarck. In het geroezemoes klinken zinnen als:“Ik heb altijd al een zwak gehad voor Duitsland. Ik ben voor een Duits overwicht in de wereld, maar niet voor een Duitse overheersing. Dat is niet goed.” Of: “De invloed van het ANC wordt buiten Zuid-Afrika geweldig overschat.”

Ter Kuile, die eerder voor een OSL-publiek optrad, vindt deze tijd niet geschikt voor een nieuwe Europese integratiegolf, “omdat onze volkeren die niet zullen aanvaarden”. Een geluid dat in deze gelederen weerklank zal vinden, getuige het onlangs door het OSL uitgegeven boek Nationalisme Neo-nazisme Racisme; Barrières op de weg naar een verenigd Europa. Het boek waarschuwt voor de taaiheid van nationalistische denkbeelden. Wanneer bij verdere Europese integratie te weinig respect wordt betoond aan die denkbeelden, ontstaat een reëel gevaar dat facistische en racistische organisaties ze monopoliseren. Een kwart gaat over de Dietse of Grootnederlandse gedachte. De auteur, OSL-bestuurder en oud-kamerlid voor DS'70 H. Pors, zet zich overigens uitdrukkelijk af tegen racistische en anti-democratische denkbeelden.

Boorsma sprak na zijn reprimande aan het adres van zijn gastheren over de noodzaak het financieringstekort van de overheid nog verder terug te dringen. Als voorbeeld van een maatregel die daartoe zou bijdragen noemde hij de opheffing van het ministerie van landbouw en visserij. Als hij in een passage over bezuinigingen op sociale zekerheid pleit voor compassie met degenen die werkelijk op een uitkering zijn aangewezen, klinkt uit het publiek: “Slaat nergens op”.

Interviews voor de televisiecamera's leiden in de pauze tot heftige debatten, ook tussen OSL'ers onderling. “Tachtig procent van degenen in Nederlandse gevangenissen is buitenlander”, zegt voorzitter P. Ego voor de camera. Net als veel andere aanwezigen verbindt hij daaraan echter geen duidelijke conclusies. Het gaat veel OSL'ers veel meer om het te mogen zeggen', dan om concrete oplossingen voor te stellen. Een jonge vrouw vertelt dat ze vroeger links is geweest, PPR heeft gestemd en zelfs in demonstraties heeft meegelopen. Toen woonde ze nog in een dorp. Later verhuisde ze naar Rotterdam. “Ik schrok me rot. Ik dacht dat ik in het buitenland terecht was gekomen.” En nu is ze rechts.

Er wordt gescholden op buitenlanders, junks, moslims en krakers. Er vallen racistische termen, maar anderen doen hun best elkaar te bevestigen in het onbevooroordeeld zijn: “Ik woon al vier jaar vlakbij een woonwagenkamp. Ik moet zeggen, ik heb er nog nooit last van gehad.” OSL'ers zijn vooral tegen verloedering in het algemeen. “Er moet wat aan gedaan worden”, maar wat? Een zekere nostalgie naar het rustige Nederland van de jaren vijftig is onmiskenbaar aanwezig. Maar het ergste vinden ze nog dat ze niet hardop mogen zeggen wat er niet deugt, althans dat idee hebben ze. Het OSL waarschuwt. “Hoofddoel van dit boek is een alarmfunctie te vervullen”, schrijft Pors in zijn voorwoord. Veel OSL'ers voelen zich miskend. Kritiek op de politiek en de pers is niet van de lucht. “In Nigeria zijn tweeduizend christenen vermoord. Dat werd georganiseerd vanuit de moskeeën. Daar hoor je ze niet over.”

Na de pauze wordt Wiegel, gevolgd door felle lampen en rennende televisieploegen, enthousiast ontvangen. Zijn toespraak wordt met een langdurige staande ovatie beloond. Het leidt geen twijfel, niet Hans Janmaat, maar Hans Wiegel is de fakkeldrager van onbekommerd rechts. Na het zingen van het eerste èn het zesde couplet van het Wilhelmus keert de menigte gesterkt huiswaarts.