Voor Friedrich Lips is zijn bajan het Slavische leven zelf

Concerten: 17/3 20.15 uur Singer concertzaal Laren; 18/3 20 uur De Hanzehof Zutphen; 19/3 20 uur Concertzaal Middelburg; 20/3 15 uur Concertgebouw Amsterdam; 21/3 20.15 uur Dr. Anton Philipszaal Den Haag; 24/3 20.15 uur De Oosterpoort Groningen; 25/3 20 uur Muziekcentrum Enschede; 26/3 20 uur Orpheus Apeldoorn; 28/3 20.15 uur Vredenburg Utrecht.

ROTTERDAM, 15 MAART. “Hoe heet dat bij jullie, een trekharmonica?” zegt Friedrich Lips en het is de enige keer dat er een lach op zijn gezicht verschijnt. In Rusland heet zijn instrument een bajan en Lips, in 1948 geboren in een mijnwerkersstadje in de Oeral, heeft er sinds zijn vijfde zijn hart aan verpand. Hij leerde de volksliederen van zijn vader, die mijnwerker was, en in het stadje stond hij al snel bekend als "dat joch dat zo mooi op de bajan speelt'.

Met de domra (een soort mandoline) en de overbekende balalaika is de bajan hét Russische volksinstrument bij uitstek, bekend van feesten en partijen en van slepende melodieën vol weemoed en verlangen. De bajan onderscheidt zich van onze accordeon doordat die alleen over knoppen en niet over een pianoklavier beschikt.

Friedrich Lips, afstammeling van een Wolga-Duitse familie, die in de Tweede Wereldoorlog op last van Stalin naar Siberië werd gedeporteerd, heeft deze weken een druk programma in Nederland. Vorige week hield hij een masterclass op het Rotterdamse conservatorium, zaterdag trad hij op in de Amsterdamse IJsbreker en vanaf 17 maart geeft hij met cellist Vladimir Toncha en acteur Henk van Ulsen door het hele land negen concerten met het Nieuw Sinfonietta Amsterdam onder leiding van Lev Markiz. Op het programma staan twee muzikale interpretaties van Die sieben letzte Worten unseres Erlösers am Kreuze, de ene van Joseph Haydn en de andere van de eigentijdse Russische componiste Sofia Goebaidoelina. Zij schreef haar compositie in 1982 speciaal voor Lips en Toncha.

Het woord bajan komt van de legendarische Russische bard Bojan, die zelf overigens op een ander volksinstrument speelde, de goesli, een soort citer. In 1870 ontwierp de Rus Beloborodov een chromatische harmonica en omstreeks de eeuwwisseling vervaardigde de instrumentenmaker Sterligov de eerste moderne bajan. Het is dus een jong instrument. “Elk volk heeft zijn eigen muziekinstrument nodig,” zegt Lips. “De bajan is melodisch, emotioneel, hij past bij de Slavische ziel. Het is een zangerig instrument en Russen houden nu eenmaal van zingen, al is dat sinds de perestrojka wel veel minder geworden. Bovendien is het handige ervan dat je melodie en begeleiding in één klankkast hebt gevat.”

De volkstraditie heeft Lips al lang achter zich gelaten. Daar is trouwens niet veel meer van over in Rusland. De barden grijpen tegenwoordig allemaal naar de gitaar. De volksmuziek is ten dode opgeschreven, denkt Lips, maar dat geldt absoluut niet voor de serieuze muziekbeoefening op de bajan. Lips is academisch geschoold en geeft les aan de beroemde Gnesin-Muziekacademie in Moskou.

De Rotterdamse leerlingen in zijn masterclass vindt hij sinds zijn vorige bezoek stukken beter geworden. “Wij Russen hebben een langere academische traditie met de bajan dan jullie met de harmonica, maar je merkt dat er hier langzamerhand ook iets aan het ontstaan is. Het spel is bij ons wel expressiever, emotioneler, maar dat zal wel verband houden met onze volksaard.”

“Omdat de bajan een jong instrument is,” zegt Lips, “zijn de mogelijkheden nog lang niet uitgeput. Dat maakt het voor mij spannend. Componisten ontdekken steeds nieuwe mogelijkheden. Zo speelde men vroeger met vier vingers en nu met vijf. Dat had te maken met de duimriemen waarmee de bajan oorspronkelijk werd vastgehouden. Er zijn nieuwe technieken om geluid te produceren. De blaasbalg werd vroeger alleen gebruikt om in en uit te trekken, nu maken we er al tremolo's mee. Elk muziekinstrument heeft zijn hoogtijdagen. De barok was met Bach de gouden eeuw voor de orgelmuziek, de negentiende eeuw, de periode van de romantiek met Schumann, Schubert, Liszt en Chopin het hoogtepunt voor de piano. Nu zit de bajan in de opmaat.”

Lips heeft een speciale band met Sofia Goebaidoelina. “In Goebaidoelina's muziek voor bajan zitten helemaal geen volkse ondertonen. Hij klinkt bij haar als een totaal nieuw instrument.” Haar eerste stuk voor bajan droeg ze aan hem op. Toen hij er in 1980 mee naar Scandinavië op tournee wilde, gaf het Centraal Comité van de CPSU hem geen toestemming. “Niet dat die lui verstand hadden van muziek, maar Goebaidoelina schreef veel stukken met religieuze titels als De profundis en daar schrokken ze van. Dat is allemaal al zo lang geleden! Nu mag iedereen het land uit en is het enige criterium dat telt of je kwaliteit hebt. Dat is goed.”

Lips behoort dan ook tot de schier eindeloze stroom Russische musici, die sinds een paar jaar over de wereld is uitgezwermd. Dat gaat natuurlijk ten koste van de uitvoeringen in Rusland zelf. De vroeger verplichte landelijke tournees zijn, nu door geldgebrek en wanbestuur geteisterde staatsinstellingen als Gosconcert en Mosconcert wanhopig proberen te privatiseren, praktisch van de baan.

Lips gaf in vroeger tijden in een jaar wel vijftig concerten door het hele land, vorig jaar haalde hij er met moeite tien. “In de Russische provincie hebben de mensen het nu heel slecht. Ook vroeger waren die tournees erg zwaar, maar ik reisde graag door het land. Natuurlijk, je speelde vaak in ijskoude en halflege zalen, je logeerde in slechte hotels. Het was allemaal niet te vergelijken met Europa, waar ik nu veel reis. Maar dat was voor mij niet het belangrijkste. Je past je aan en voor mij ging het om de ontmoeting met je publiek. Het is toch mijn land en mijn volk.

“De zalen worden nu trouwens wel steeds leger. Mensen hebben geen geld meer en durven vaak 's avonds de straat niet meer op uit angst voor de gestegen criminaliteit. Het hele culturele leven is trouwens sterk verarmd. Dat kun je aflezen aan de affiches van het Moskouse conservatorium. Vroeger stonden daar namen op als Richter, Gilels, Oistrach, Horowitz. Nu komen er bijna geen buitenlanders meer naar Moskou. Er zijn geen dollars om ze te betalen. Dat zal wel een jaar of tien, twintig duren, maar ik weet dat er altijd opnieuw talenten zullen verschijnen.”

Op de vraag of hij zich zorgen maakt over de ontwikkelingen in Moskou zegt Lips: “Vertel me eens wat er aan de hand is, want ik ben de draad kwijt. Zolang onze politici niet zijn uitgevochten, drijft het land verder de chaos in. Wie zit er eigenlijk op dat congres te wachten? De grote massa leeft aanzienlijk beroerder dan vroeger. Ik heb het niet slecht, omdat ik in het buitenland verdien. En bovendien: de bajan is mijn leven. Zoals je je moeder niet kiest en je vaderland niet, zo heb ik ook het gevoel dat de bajan mj gekozen heeft. Met hem kan ik iets uitdrukken dat ik eenvoudigweg niet onder woorden kan brengen.”