VN-generaal blijft in Srebrenica

BANJA KOVILJACA, 15 MAART. De Franse opperbevelhebber van de VN-strijdkrachten in Bosnië, generaal Philippe Morillon, heeft een hoofdkwartier opgezet in de door de Serviërs belegerde stad Srebrenica in het oosten van Bosnië. De Nederlander Laurens Jolles, vertegenwoordiger van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR), die het afgelopen weekeinde uit Srebrenica wist weg te komen, verklaarde gisteren: “Van een situatie waarin we min of meer gijzelaars waren, is hij (Morillon) nu de koning van Morillongrad. Met internationale druk is er nu misschien een kans om Srebrenica te redden. Ik ben ervan overtuigd dat, als daar niemand was geweest, dit de komende tijd het einde van de stad zou hebben betekend.”

De 57-jarige Morillon ging vorige week met een klein verkenningsteam richting Srebrenica om te zien of hij zou kunnen helpen bij de doortocht van een konvooi met voedsel en medicijnen. Zaterdag verklaarden VN-functionarissen dat Morillon kennelijk in gijzeling werd gehouden door de moslim-bewoners van de stad, tot ze daadwerkelijk hulp zouden krijgen. In een radio-uitzending vanuit de stad verklaarde Morillon vervolgens dat hij vrijwillig in de stad was gebleven. Bovendien riep hij op tot een staakt-het-vuren zodat voedsel en medicijnen zouden kunnen worden aangevoerd en de gewonden zouden kunnen worden weggebracht.

Srebrenica heeft vervolgens het stadhuis aan Morillon en zijn mannen ter beschikking gesteld, waarop de generaal daar zelf de vlag van de Verenigde Naties hees. “Vrouwen, die aanvankelijk heel boos waren, kwamen opeens binnen om het gebouw schoon te maken en vrachtwagens voerden bedden en matrassen aan”, aldus UNHCR-medewerker Jolles. Morillon kwam later op het balkon van het stadhuis waar hij de bevolking via een luidspreker toesprak: “U hoeft zich geen zorgen te maken. Ik heb jullie gezegd dat ik bij u zal blijven en dat ik niet weg zal gaan voordat het konvooi met VN-waarnemers komt.” Jolles zei dat de mensen zich daarop hadden verspreid. Hij omschreef de situatie in de stad, die 60.000 inwoners telt maar de laatste tijd veel moslim-vluchtelingen uit de buurt heeft moeten opnemen, als kritiek. Mensen verbranden alles om het maar warm te hebben en zo proberen op allerlei manieren aan eten te komen. “Er moeten hulpkonvooien over land heen, omdat de mensen anders zullen omkomen en er zijn ook teams van artsen en chirurgen nodig.”

Volgens de Serviërs gebruiken de moslims in de stad de aanwezigheid van Morillon als een vorm van chantage. Zij zouden de VN hebben laten weten pas toestemming te geven voor de doortocht van hulpkonvooien als Morillon Srebrenica heeft verlaten, aldus een woordvoerster van de VN.

Een poging van een VN-hulpkonvooi om vanuit het Servische Mali Zvornik Srebrenica over land te bereiken is gisteren geblokkeerd door de Serviërs. Het konvooi, dat 23 voertuigen waaronder tien vrachtwagens telde, is door de Servische politie tegengehouden bij de stad Velika Reka. Een woordvoerder van de VN zei dat de Servische politie zei geen bevoegdheid te hebben om het konvooi door te laten. “Niemand wilde met ons praten, zodat we niet konden uitleggen dat we de toestemming hadden”, aldus de woordvoerder.

De voedselpaketten die bij Srebrenica zijn afgeworpen door Amerikaanse vliegtuigen bereiken wel de bevolking, maar van een gecontroleerde distributie is geen sprake, aldus Jolles: “Er is absoluut geen systeem. Het zijn alleen de sterksten die deze hulp krijgen.” Hij zei ook dat een persoon was gedood door een neerkomend pakket met hulpmiddelen. Anderen zouden gewond geraakt zijn bij het ophalen van de pakketten door Servisch vuur.

Amerikaanse vrachtvliegtuigen hebben de afgelopen nacht voor de vijftiende keer voedselpakketten afgeworpen boven de geïsoleerde moslim-gebieden in het oosten van Bosnië. Voor de vierde keer werd hulp afgeworpen boven de Bosnische stad Zepa, aldus een woordvoerder van de Amerikanen. Zes C-130's wierpen in totaal veertig ton voedsel en medicijnen af, afkomstig uit Groot-Brittannië en Noorwegen. De laatste keer dat Zena hulp kreeg was op 10 maart. In totaal zijn, sinds het begin van de droppings op 1 maart, 460 ton voedsel en medicijnen overgevlogen. Volgens radio-amateurs komt een deel van de goederen terecht in gebieden die door de voortdurende beschietingen van de Serviërs niet bereikbaar zijn.