Utrechtse club en coach Donald Drost hebben ieder hun eigen problemen; Kampong maar net boven fatale streep

DEN HAAG, 15 MAART. In de jaren zeventig en tachtig grossierde de club in landstitels. Namen als Litjens, Bolhuis, Jebbink en Van 't Hek zijn illustratief voor de rijke traditie van Kampong. Het laatste kampioenschap dateert uit 1986, waarna het langzaam bergafwaarts ging met de Utrechtenaren. Dit seizoen werd veel verwacht van de selectie van de nieuwe, ambitieuze trainer-coach Donald Drost. Maar met nog acht wedstrijden voor de boeg staat Kampong slechts drie punten boven de fatale streep van de degradatiezone. Gisteren ging de ploeg kansloos onderuit tegen landskampioen HDM, dat dankzij doelpunten van Van Pelt (2), Stradmeyer (2), Pijpers en Koster een 6-0 zege boekte.

Het rommelt aan de Maarschalkweerd. de vriendenclub van weleer IS zichzelf niet. Coaches wisselden elkaar de laatste jaren in hoog tempo af, nieuw talent dient zich nauwelijks aan. En met de mentaliteit, ooit Kampongs sterkste onderdeel, is het ook niet best gesteld. Alsof de ellende nog niet groot genoeg is, maakte Drost vorige week bekend dat hij na dit seizoen andere plannen heeft. De spelers moesten zijn aanstaande afscheid via de media vernemen. “Dat is kenmerkend voor het huidige Kampong”, verklaart aanvoerder Jacques Brinkman. “We hebben veel te weinig voor elkaar over. Als mijn broer Richard geblesseerd is, maar toevallig ook de enige goalgetter is, dan moet de rest maar een stapje harder voor hem lopen.”

Donald Drost keerde afgelopen zomer na twee succesvolle seizoenen bij de vrouwen van Amsterdam op het oude nest terug. Hij speelde jarenlang in Kampongs hoofdmacht, rommelend in de spits. Met het Nederlands elftal werd hij zevende op het WK'86 in Londen. Een dieptepunt voor Oranje, een hoogtepunt voor de hockeyer Drost. Nu is hij een heel ambitieuze coach, die full-time bezig is met zijn favoriete sport. Maar een hockeycoach in Nederland verdient niet veel. “Ik wil meer zekerheid, kom hooguit part-time terug in de hockeywereld. Misschien ligt mijn toekomst in de Verenigde Staten, inderdaad. Maar of ze daar op ene Donald Drost zitten te wachten, betwijfel ik.”

Volgens Brinkman is de beslissing van de coach onlosmakelijk verbonden met de stand op de ranglijst. Drost zelf beweert dat de mindere resultaten geen rol van betekenis hebben gespeeld. Hij heeft zijn oor te luister gelegd bij zijn huisvriend Wim Cornelis. Een Kamponger in hart en nieren en momenteel voorzitter van de hockeybond. “Nee, Wim heeft niets gezegd over mijn kansloze toekomst bij de hockeybond. Alleen dat ik voor financiele zekerheid moet kiezen.” Ook Cornelis bevestigt dat een eventuele baan bij de KNHB geen onderwerp van gesprek is geweest. En over de toekomst van zijn Kampong is de voormalige chef d'equipe van het NOC ook niet zo somber. “Het verhaal van de vette en de magere jaren.”

Juist deze week reageerde Donald Drost zich in de zondagskrant af op het zijns inziens puur amateuristische gedrag van de hockeybond. Talentvolle spelers worden robots, officials leveren alleen achter elkaars rug om kritiek en Nederland verliest de aansluiting met de internationale top. Drosts kritiek staat niet op zichzelf. De professionele trainer stuit op de onmacht van een typische amateursport. Hans Jorritsma ventileert vergelijkbare kritiek, maar de voormalige bondscoach had misschien iets meer recht van spreken. “Donald maakt op deze manier Kampong belachelijk. Iedereen lacht ons uit”, aldus Brinkman.

Ondertussen circuleert Jorritsma's naam als opvolger van Drost in het HDM-clubhuis. Ook Rob Bianchi wordt door spelers genoemd. Hij werkt nu bij Laren, Jorritsma zoekt nog naar een baan. Beiden zijn als coach eerder bij Kampong aan de slag geweest. Dichter bij huis bivakkeert Tom van 't Hek. De oude meester heeft zijn hart verpand aan de Utrechtse vrouwen. “Van 't Hek wordt het zeker niet”, aldus Kampong-voorzitter Dick van Bommel. Hij houdt de moed erin. “De jeugd was voorheen zwak, maar nu stromen er gelukkig een paar talenten door naar de senioren.” Maar volgens Brinkman zijn de echte kanjers niet op de jeugdvelden te vinden. “Als team spelen ze aardig, maar ik zie er geen aanstaande toppers tussen zitten. Kampong is een studentenclub geworden. Veel lol, maar weing beleving.”

Kampong speelt tegen HDM een kansloze partij. De Hagenaars bewegen beter, zijn technisch vaardiger en vormen veel meer een eenheid. Jacques Brinkman en Jean Pierre Pierie, de internationals, kunnen als enigen het bij vlagen hogeschool-hockey van de thuisclub bijbenen. Pierie is de nieuwe ausputzer, nadat Brinkman tegen Amsterdam tegen zijn zin de rol van de laatste man had gespeeld. “Ik erger me dood aan de studentikoze instelling van een hoop jongens. Ze weten niet eens tegen wie ze de volgende keer moeten spelen. En na afloop is de helft zo vertrokken.” Als aanvoerder moet hij het losse zand bij elkaar harken, maar tijdgebrek speelt Brinkman parten. “Heb jij gezien wie er in aanmerking komt voor de leidersrol?”

De komende weken speelt Kampong tegen de directe concurrentie. Pinoké, Venlo en SCHC: clubs die weten wat degradatiehockey inhoudt. Voor Kampong en zijn scheidende coach Donald Drost is het een nieuwe ervaring.