Russen komen voor niemand meer straat op

President Boris Jeltsin is weer diep aan het nadenken geslagen. Hij bestudeert thans de "details' van de relevante documenten, aldus zijn kabinetschef Sergej Filatov. Want met de volksvertegenwoordiging kan hij geen zaken meer doen. Na al die onscrupuleuze aanvallen die hij afgelopen dagen van het parlement te verduren heeft gehad, ziet Jeltsin nu alleen het volk nog als zijn gesprekspartner.

De tijd voor de "uiterste maatregelen', waarmee hij het parlement al een half jaar dreigt, is derhalve gekomen. Er wordt dus weer over een tsjepee gesproken, een uitzonderingstoestand, een democratische dictatuur naar het voorbeeld van Alberto Fujimori in Peru. Maar hoe?

Jeltsins regering is zo goed als gescheurd. Premier Viktor Tsjernomyrdin suggereert althans dat hij het met het parlement op een akkoordje wil gooien en bereid is daarvoor een aantal oude getrouwen van het staatshoofd te offeren. Tsjernomyrdin wil zo laten zien dat hij een zelfstandig politicus is en niet louter een loopjongen.

De presidentiële machtsbasis in de volksvertegenwoordiging stelt niets meer voor. Al was het maar omdat hij de afgelopen maanden zijn belangrijkste aanhangers in die kring letterlijk met baantjes naar zijn kamp heeft weten te lokken en zijn minder gelukkige medestanders aldus eenzaam heeft achtergelaten in het parlementaire moeras van rancune en angst.

In den lande slinkt zijn aureool langzaamaan tot symboliek. Daar kunnen de plaatselijke presidenten en gouverneurs dankzij de concessies van het Volkscongres nu meer en meer de dienst gaan uitmaken. Deze trend onttrekt zich grotendeels aan de aandacht omdat hij niet zo spectaculair is, maar hij is niettemin een tijdbom onder de centrale staat en dus ook onder de zetel van de president.

Bij het scheidsrechterscorps van Valeri Zorkin, de voorzitter van het Constitionele Hof dat zich sinds een half jaar mag gedragen als de laatste arbiter in alle politieke conflicten, begint men zich ook al uit de voeten te maken. Alle cruciale oekazes van Jeltsin zijn tot nu toe door Zorkin ongedaan gemaakt - dezelfde Zorkin die begin dit jaar het december-akkoord tussen Jeltsin en parlementsvoorzitter Roeslan Chabsoelatov, dat voorzag in de handhaving van een constitutionele status quo, buiten werking heeft gesteld en daarmee het Volkscongres het signaal gaf dat het zijn gang kon gaan.

Jeltsins mogelijkheden om democratie en markteconomie met progressieve krachtmiddelen te redden, beginnen eveneens uitgeput te raken. De legerleiding tamboereert op haar "neutraliteit' (uit angst het kader van officieren overdwars te splijten met een keuze voor een van de twee partijen) en de binnenlandse strijdkrachten alsmede de KGB (voor een binnenlandse machtsgreep van meer gewicht dan de zwaar gefrustreerde strijdkrachten) hullen zich bovendien in een dubbelzinnig stilzwijgen.

En tot overmaat van ramp heeft nu ook de Amerikaanse regering laten weten Jeltsin alleen maar te zullen steunen als hij zich beperkt tot constitutionele middelen, hetgeen zijn speelruimte verkleint, want het gaat Jeltsin er bij een eventueel gewelddadige machtsgreep juist om de dollarkraan weer open te draaien.

De president moet het derhalve met een referendum doen. Maar dat kan door het veto dat het Volkscongres zaterdag heeft uitgesproken geen serieus referendum zijn, doch slechts een veredelde opiniepeiling met niet meer dan psychologische betekenis. Daarom heeft Jeltsin zich nu maar weer teruggetrokken buiten het Kremlin, in de hoop dat hij nog even de tijd kan nemen en die pauze aldus uit zichzelf de oplossing zal bieden. Want ook hij weet dat iemand uit zijn naaste omgeving zich momenteel opmerkelijk koest houdt: luchtmachtgeneraal Aleksandr Roetskoj, zijn eigen vice-president die het naar eigen zeggen allemaal anders zou doen. Als het parlement het wil (bijvoorbeeld door tussentijdse verkiezingen uit te schrijven) kan Roetskoj qualitate qua de presidentiële taken keurig conform de grondwet overnemen.

Kortom, de aanblik van de ruïne die Jeltsin moet beheren, stemt steeds treuriger. Vooral ook omdat de puinhoop geen verrassing is. Jeltsin heeft er de afgelopen anderhalf jaar wellicht niet willens en wetens op aangestuurd maar wel bij volle bewustzijn. Het is zelfs op alle cruciale momenten zijn tactiek geweest.

Nadat hij zich in augustus 1991 in één klap van oppositieleider tot staatsman moest transformeren, heeft hij zich permanent gedragen als de bokser die bang is voor klappen en daarom liever vertrouwt op verbale bluf buiten de ring en het snellere voetenwerk daarbinnen. Steeds is hij teruggeschrikt voor een al te drastische breuk met het communistische verleden van Rusland, al zijn fraaie retoriek ten spijt. Zo heeft hij sinds augustus 1991 bijvoorbeeld consequent geweigerd aandacht te schenken aan een nieuwe grondwet. Om nog maar te zwijgen van meer praktische ingrepen in het bestuurlijke en repressieve apparaat. Naar eigen zeggen durfde hij dat niet uit angst een "revolutie' te ontketenen. Maar in feite deinsde hij er eveneens voor terug omdat zo'n revolutionaire beweging zich alleen maar kon richten tegen een verleden waar Jeltsin en al zijn medestanders zelf ook het produkt van zijn.

Op zichzelf is dat een verstandige keuze geweest. In een land dat zichzelf overwint, kan de historische continuïteit niet ongestraft worden genegeerd, ook al is die communistisch van aard. De geschiedenis van het communisme in Rusland verschilt immers fundamenteel van die in Oost-Europa.

Maar Jeltsin heeft die strategie intussen bedorven door zijn persoonlijkheid. Ten eerste heeft hij deze reformistische koers niet consequent doorgezet. Hij leek voor de gematigde weg te kiezen. Maar als de conservatieven daarop inhaakten, begon hij doodgemoedereerd weer radicaal-democratische taal uit te slaan. In het land waar 's werelds beste schakers vandaan komen, beheersen de politici de voortzetting slechts op het niveau van de onderbond.

De oorzaak daarvan is vooral psychologisch van aard. Een Russische politicus voelt zich namelijk alleen lekker als hij een vijand heeft. Aanvankelijk was dat Michail Gorbatsjov. Die vijandschap legde Jeltsin geen windeieren, toen de bevolking eind 1990 begon te bevroeden dat democratie en welvaart in de Sovjet-Rusland twee verschillende dingen waren. Na diens gedwongen vertrek heeft Jeltsin echter steeds weer nieuwe tegenstanders weten te vinden, tegenstanders die nu in parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov een gezicht hebben gekregen. Maar zoals Gorbatsjov hem zou hebben kunnen uitleggen: je weet in de politiek nooit zeker of je vijand in de gehaktmolen niet malser wordt dan jezelf. Zoals Gorbatsjov zichzelf met Jeltsin opzadelde, zo heeft Jeltsin zich nu Chasboelatov op z'n nek gehaald.

Het verschil is hooguit dat Jeltsin er populair door werd en Chasboelatov allerminst. Maar dat maakt de ontwikkelingen in Rusland er juist onoverzichtelijker op. Ten tijde van Gorbatsjov was er een alternatief: de volksheld Jeltsin. Nu onbreekt die variant. De bevolking komt voor niemand meer de straat op. De Mexicaanse soapserie Mi segunda madre houdt de Russen thuis. Dat is gevaarlijk. Want de driedubbele machtstructuur, die Jeltsin wilde voorkomen, heeft zich nu onmiskenbaar aangediend. Het nieuwe biljet van tweehonderd roebel lijkt niet voor niets op het "Kerenski-geld' dat de grootmoeder van de sociaal-democraat Oleg Roemjantsev zich nog weet te herinneren. Geen enkel orgaan heeft anno 1993 het laatste woord. Iedereen kan dus op eigen houtje regeren. Zonder dat het er overigens iets toe doet. Rusland is in de greep gekomen van de schaduwmacht.