NCW: technologie in Nederland versterken

DEN HAAG, 15 MAART. Het "technologische middenveld' in Nederland moet worden versterkt. Daarvoor moet het bedrijfsleven nauwer samenwerken met onderzoeks- en onderwijsinstellingen.

Deze oproep vormt de kern voor een activerend industrie- en technologiebeleid dat de christelijke werkgeversorganisatie NCW vanmorgen heeft gepresenteerd. Nederland is volgens het "Tien puntenplan' van het NCW te ver doorgeschoten als "adviesland' en heeft onvoldoende aandacht voor technologie en industrie.

Volgens NCW-directeur prof. drs. J. Weitenberg moet Nederland door grotere samenwerking tussen het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen “de industrie duurzaam aan zich binden zodat het aantrekkelijker wordt voor industrieën om hier te blijven of zich te vestigen.” Weitenberg beklemtoonde dat extra overheidsgeld niet het belangrijkste is, maar dat het klimaat voor industrie en technologie snel moet verbeteren.

Het NCW kant zich tegen oneigenlijke vormen van steunverlening aan de industrie in het buitenland en roept de Nederlandse overheid op hiertegen feller in Brussel te protesteren. Verder meent het NCW dat geld van ontwikkelingsssamenwerking moet worden ingezet om de industriële hervormingen in Oost-Europa te versnellen, zodat een einde komt aan oneerlijke concurrentie uit Oost-Europa die een in een aantal traditionele industrietakken grote problemen veroorzaakt. Het NCW keert zich tegen het dicht gooien van de Westeuropese grenzen voor produkten uit Oost-Europa.

Volgens het NCW is industriebeleid niet alleen een aangelegenheid voor het ministerie van Economische Zaken, maar voor het hele kabinetsbeleid. Het kabinet dient te zorgen voor een gunstig economisch klimaat en als uitgangspunt moet hiervoor het advies dienen dat de Sociaal-Economische Raad (SER) november vorig jaar heeft uitgebracht naar aanleiding van de Economische en Monetaire Unie (EMU). In dit unanieme advies zijn werkgevers, werknemers en kroonleden overeen gekomen dat de collectieve lastendruk moet dalen, het verschil tussen bruto- en nettoloon kleiner moet worden, de stijging van de loonkosten gematigd moet worden, de arbeidsparticipatie sterk omhoog moet en dat de overheid zijn uitgaven moet verschuiven van consumptieve overdrachtsuitgaven naar productieve investeringen.

In een toelichting wees NCW-voorzitter drs. J.C. Blankert op de recente stijging van de arbeidsinkomensquote (een indicatie voor de loonkosten in vergelijking met de bedrijfswinsten). De AIQ is in de jaren tachtig aanzienlijk gedaald, maar inmiddels weer opgelopen tot 87 procent. Dit is een aanwijzing dat de winsten onder druk staan zodat investeringen uitblijven en op termijn werkgelegenheidsgroei verloren gaat.

Grote nadruk legt het NCW op meer onderzoek en onderwijs. Zowel het bedrijfsleven als onderwijsinstellingen moeten hun inspanningen vergroten om nauwer samen te werken. Nederlandse bedrijven en de overheid lopen in vergelijking met omringende landen achter wat betreft investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Deze bedragen in Nederland percentueel de helft van wat in concurrerende landen gebruikelijk is, terwijl de Nederlandse uitgaven dalen en deze in andere landen stijgen. Ook moet volgens het NCW met financiële prikkels bevorderd worden dat meer studenten kiezen voor ß-richtingen in plaats van de populaire alfa- en gamma-studies. Ten behoeve van technologisch onderzoek moet de overheid meer geld beschikbaar stellen.