In Duitsland worden buitenlandse kaarten vaak geweigerd; "Creditcard is te fraudegevoelig'; Veel kassa's bevatten de sleutel waarmee creditcards vervalst kunnen worden.

De creditcard is een omstreden betaalmiddel. In Duitsland accepteren sommige benzinestations al geen buitenlandse creditcards meer. In Nederland wil de politie dat de kaarten worden voorzien van een pasfoto.

ROTTERDAM, 15 MAART. Eurocard Duitsland ontdekte onlangs dat bij benzinestations het misbruik van creditcards zeer sterk was toegenomen. Negentig procent van de fraude gebeurde met buitenlandse kaarten. Eurocard verbood daarop nog langer die kaarten te accepteren, tenzij de pomphouder voor ieder bedrag de maatschappij belt voor goedkeuring. Maar dat kost tijd en daarom accepteren verscheidene pomphouders alleen nog Duitse kaarten. De andere grote maatschappijen, Visa, American Express en Diners, hebben het voorbeeld van Eurocard gevolgd.

De kaartmaatschappijen zijn karig met cijfers over misbruik. Twee jaar geleden zei een directeur van Visa Azië tegenover het persbureau Reuters dat bij alle maatschappijen gezamenlijk in 1991 voor 200 miljoen dollar was gefraudeerd. Nieuwe bedragen zijn niet gepubliceerd. In 1992 is wereldwijd voor 880 miljard dollar met creditcards betaald.

Bij steekproeven zijn sinds begin vorig jaar 200 vervalste creditcards inbeslaggenomen, zo maakte de Centrale Recherche Informatiedienst onlangs bekend. Volgens woordvoerder D. van Goos Willigen ging het onder meer om drie grote partijen, waarbij in één geval op Schiphol iemand 40 valse kaarten bij zich droeg. Zo'n hoeveelheid duidt volgens de CRI op georganiseerde misdaad.

In de tweede helft van de jaren tachtig vormden uit Thailand en Hong Kong afkomstige valse kaarten een plaag in Azië. Ze waren uiterlijk goed nagemaakt en voorzien van klantgegevens, afkomstig van bedrijven die de kaart accepteren als betaalmiddel. Nadat een hologram op de kaart was aangebracht, daalde de fraude in Azië. Een betere elektronische beveiling van de magneetstrip bracht het misbruik verder terug. Dit zorgt er volgens de CRI voor dat het probleem zich verplaatst naar landen als Nederland.

De CRI heeft geen inzicht in de omvang van de fraude met creditcards. De maatschappijen hoeven misbruik niet te melden en handelen fraude meestal intern af. Ook de beveiliging is een zaak van de bedrijven zelf. Daarom zal de CRI in Interpolverband aandringen op uniformering, zodat er een beter inzicht in de aard en omvang van het misbruik komt. Verder wil de CRI met de maatschappijen afspreken het niveau van de beveiliging te verhogen. Bijvoorbeeld door een pincode te gaan gebruiken en de kaarten te voorzien van een pasfoto.

Volgens Eurocard Nederland is het Duitse verbod op acceptatie van buitenlandse kaarten in Nederland niet nodig, omdat de meeste benzinestations hier met een veiliger autorisatiesysteem werken. Maar hoewel volgens Visa en Eurocard in 1992 het misbruik in Nederland is afgenomen, is ook het Nederlandse systeem fraudegevoelig. Dat is zeker het geval bij tankstations die de betalingsformuliertjes nog met de hand verwerken. Zij moeten de kaartmaatschappij bellen en toestemming vragen voor de transactie. Laten zij dat na, dan is fraude voor eigen rekening. Meestal is met de maatschappij afgesproken dat slechts boven een bepaald bedrag gebeld moet worden, zodat de controle vaak bestaat uit vergelijking van de handtekening op kaart en betaalformulier en het raadplegen van de zwarte lijst, die doorgaans minstens een paar dagen oud is.

Bij de moderner uitgeruste stations is de controle op fraude beter. Hoewel Eurocard beweert dat elke transactie daar direct door de centrale computer wordt geautoriseerd, is dat volgens de pomphouders niet het geval. En ook concurrent Visa, die met hetzelfde systeem werkt, zegt dat er geen onmiddellijke centrale verificatie is. De autorisatie gebeurt in de kassa, of eigenlijk in de computer die een onderdeel is van het kassasysteem. Daarin zit een geheime code die vergeleken wordt met gegevens in de magneetstrip van de kaart. Dat betekent wel dat iedere kassa de sleutel bevat waarmee kaarten vervalst kunnen worden. De kassa's worden wel tegen het ontcijferen van de sleutel beschermd, maar het is voor kwaadwillenden slechts een kwestie van tijd om uit te vinden hoe de sleutel ontcijferd moet worden.

Ook herkent de kassa in welk land de kaart is uitgegeven. Zo is het in Nederland onmogelijk gemaakt zonder telefonische autorisatie met kaarten uit Zuidamerikaanse landen te betalen. Een verdere controle bestaat uit het vergelijken van het kaartnummer met een in de kassacomputer opgeslagen zwarte lijst. Bij de geautomatiseerde benzinestations wordt die lijst 's nachts vanuit een centraal punt bijgewerkt. Tijdens diezelfde actie worden de betalingsgegevens van die dag opgehaald en naar de maatschappijen gestuurd. Door de zwarte lijst dagelijks te verversen wordt de fraudeperiode beperkt.

Het frauderisico bij creditcards blijft groter dan bij gewone betaalkaarten en de tankkaarten van benzinemaatschappijen en leasebedrijven, omdat die voorzien zijn van een pincode. Creditcards hebben soms een pincode, maar die wordt hier vrijwel niet gebruikt.

De meeste benzinestations hoeven slechts bij bestedingen van meer dan 250 gulden om een expliciete toestemming te vragen. Bij stations die veel te lijden hebben van "sigarettenkopers' is soms autorisatie verplicht voor ieder bedrag dat niet aan benzine wordt besteed. Met een creditkaart gekochte sloffen sigaretten kan een fraudeur eenvoudiger verkopen dan benzine.

De extra beveiliging met een pincode, zoals de CRI adviseert, is ook een kwestie van geld. De kassasystemen van de kaartmaatschappijen zijn, anders dan die van de banken, niet aangesloten op een landelijk datanetwerk. Daarom zou voor controle van de PIN een tijdrovende en dure telefoonverbinding met de centrale computer moeten worden gelegd. Het alternatief is dat de maatschappijen investeren in een netwerk of gebruik gaan maken van het Beanet voor betalingsverkeer van de banken. De kaarten zouden ook vervangen kunnen worden door moderne chipkaarten ("smartcards'), waardoor ook zonder centrale verificatie een betere controle op fraude mogelijk is. Ook dat is een afweging tussen investeren en verlies door fraude.