"Ik weet redelijk wat er in het land leeft'; VVD-generalist Dijkstal vindt nauwe band kabinet en parlement griezelig

Wordt de Tweede Kamer bevolkt door specialisten, ambtenaren en politieke mieren? Wie naar de critici van het parlementaire bedrijf luistert, zou het bijna denken. In een serie vraaggesprekken dienen de generalisten uit de Kamer hun critici van repliek en schetsen enkele politieke hoofdlijnen. Vandaag: de VVD'er H.F. Dijkstal.

DEN HAAG, 12 maart. De volksvertegenwoordiger kijkt quasi-onbegrijpend om zich heen. “Een kloof? Waar?” Hij ziet niets. De kloof tussen burger en politiek, Hans Dijkstal kan zich er niet over opwinden.

“Ik behoor niet tot de school die zegt dat het slecht gesteld is met de relatie tussen politiek en burger. Die klacht is van alle tijden en is onvermijdelijk, maar daarmee klopt hij nog niet. Ik denk dat ik redelijk weet wat er onder mensen leeft en dat geldt ook voor veel van mijn collega's . Ik denk wél dat mensen niet meer herkennen hoe wij tot besluiten komen.”

Dijkstal is sinds 1982 lid van de Tweede Kamer. Hij was wethouder van Wassenaar, waar hij met de PvdA het CDA buiten het college hield, behoort tot de "Des Indes-liberalen', die links-liberale samenwerking voorstaan, en is sinds het aantreden van Bolkestein vice-voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Hij is actief op het terrein van justitie, jeugdwelzijn en minderheden. Maar met zijn professionele verleden als organisatiedeskundige let hij ook graag op de grote lijnen.

Hoe komt het dat de burger niet meer begrijpt wat de politicus doet? De kern van de problemen zit volgens Dijkstal in de te grote verstrengeling van kabinet en regeringspartijen. “Ik denk dat we op dit moment in de politiek te maken hebben met een totaal uitgekleed dualisme. Veel zaken worden elders geregeld en staan niet echt meer in de Kamer ter discussie. Als de heren Brinkman en Wöltgens afspraken hebben gemaakt met het kabinet komt de Kamer er niet meer aan de pas. Ik vind dat een griezelige ontwikkeling. Het hele systeem van checks and balances is in onbalans geraakt.

“Neem de WAO. Als Kamerlid heb ik tien fantastische dagen beleefd. Maar wat ik een absoluut dieptepunt vond was dat in een achterkamertje in Bergschenhoek de zaken werden geregeld en dat Bert de Vries niet hier in de Kamer zijn machtswoord heeft gesproken. Het is een zorgelijke situatie dat op enkele personen na niemand precies weet wat er in de huiskamer van De Vries is besproken, en dat de minister-president in de Kamer geen precieze opheldering geeft en daarmee nog wegkomt ook.”

Het kwaad wortelt volgens Dijkstal in de jaren zeventig, de tijd van polarisatie, opkomst van de strakke programma-afspraken en het wederzijds uitsluiten van partijen. “Ik denk dat we toen op het verkeerde spoor zijn gekomen. Oh ja, ook veel van onze leden denken nog steeds dankbaar terug aan de jaren zeventig. Je had volle zalen en er werd duidelijke taal gesproken, maar ik zeg: toen zijn de kiemen gelegd voor verkeerde ontwikkelingen.”

Tegenover polarisatie, wantrouwen en het uitvergroten van verschillen stelt Dijkstal overleg, redelijkheid en streven naar consensus. Maar dan ook met een lossere band tussen regering en coalitiepartners. “Is een regering nou werkelijk minder gekwalificeerd als in allerlei situaties wisselende meerderheden de problemen oplossen? Nee, de regering heeft pas werkelijk gezag en aanzien als ze het op onderdelen tot andere meerderheden laat komen.”

Hij gelooft niet dat de burger het fundamentele vertrouwen in de traditionele politiek kwijt is. Zeker, buiten de trationele partijen gonst het van de initiatieven, maar Dijkstal ziet hier niet echt een bedreiging in. “Dat is een vast verschijnsel. Vroeger had je boer Koekoek en boer Harmsen als protestfiguren, nu is dat D66. De kiezers parkeren tijdelijk hun stem bij Van Mierlo.” Betrekkelijk nieuw zijn wel de drastische toename van zwevende kiezers en de grote verschuivingen die daardoor ontstaan op de kiezersmarkt.

“Op de consumentenmarkt zie je al veel langer die beweging. De consument is vrijer geworden. Vroeger reed iemand in een Renault en reed hij bij wijze van spreken zijn hele leven in een Renault. Nu stapt hij makkelijk over naar een ander merk. En dat is nu met de politieke voorkeur van de burger ook zo. Partijen zoeken naar een antwoord op dit flipperkast-gedrag, maar we weten eigenlijk nog maar heel weinig over de precieze motieven van kiezers.”

De verkiezingen van volgend jaar gaat de VVD in met een vrije opstelling en een beperkt programma. Een tienpuntenplan is de basis voor onderhandelingen met andere partijen bij de vorming van een nieuw kabinet. Sleutelwoord in de opstelling van de VVD is vertrouwen. “Je kunt enorme regeerakkoorden schrijven, maar daar geloven wij niet in. Het gaat ons natuurlijk om de inhoud, maar ook om de kwaliteit van de afspraken. Het gaat er om dat je vertrouwen moet hebben in de partner. Als je dat vertrouwen niet hebt, moet je er niet aan beginnen.”

Dijkstal vermijdt stellige uitspraken over coalitievoorkeuren. Nee, de warme felicitaties aan het adres van Brinkman bij zijn uitverkiezing tot lijsttrekker eerder deze week moeten niet worden gezien als kniebuigingen naar een beoogd coalitiepartner, maar veeleer als een uiting dat de VVD blij is dat het tijdperk-Lubbers ten einde loopt.

En de paarse coalitie, de samenwerking van VVD, PvdA en D66, dan? De voormalige Des Indes-liberaal waagt zich liever niet aan die speculatie. Hij is blij dat de VVD de blokkade jegens de PvdA heeft opgeheven, maar constateert tegelijk dat de PvdA een partij is die nog steeds "in grote verwarring verkeert'. Dijkstal zegt geen nee, maar ook geen ja. Een paarse coalitie geldt voorlopig slechts als een middel om twee kanten uit te kunnen - naar het centrum en naar links. “Die positie heeft het CDA altijd met succes ingenomen. En dat is een fantastische positie”, oordeelt hij.

Dijkstal denkt dat de verkiezingen beslist zullen worden op de mate van bereidheid van partijen om een harde financieel-economische sanering tot stand te brengen. Hij ziet daarbij in het CDA van Brinkman een waarschijnlijke partner en aarzelt sterk of de PvdA al zover is. “Wij willen in één klap een einde maken aan het gehannes met het overheidstekort. Dat moet in één keer sterk omlaag, dan heb je weer ruimte om beleid te voeren. Iedereen weet dat betekent: fors snijden in de overdrachtsuitgaven van het rijk, dus in de subsidies en de uitkeringen. En ook de collectieve lasten moeten sterk omlaag: niet om de lasten van de rijken te verminderen, maar om de werkgelegenheid te stimuleren en de concurrentiepositie van het bedrijfsleven te verbeteren. Ik zou wensen dat de PvdA heel duidelijk zou kunnen zijn op die punten, maar ik zie het nog niet”.

Helemaal afstand nemen van zijn Des Indes-verleden wil Dijkstal niet. Hij ziet in de Nederlandse politiek wel degelijk één markant verschil tussen CDA en de andere grote politieke partijen. “De echte scheidslijn is de manier waarop partijen omgaan met macht en de controle daarop. De manier waarop het CDA met macht omgaat is wezenlijk anders dan de andere partijen voorstaan.” Het CDA koestert volgens Dijkstal de achterkamertjescultuur en de schimmige relaties met het middenveld; de andere partijen zouden een veel scherpere en zichtbare controle voorstaan. “Het tragische is alleen dat zulke punten de kiezer niet aanspreken, hoewel ze zeer wezenlijk zijn.”