Het echtpaar Blume tussen het rondvliegend serviesgoed

Anna & Bernhard Blume, "Zu Hause und Im Wald", t/m 1 mei in galerie Akinci, Singel 74 Amsterdam, di t/m za 12-18u. Prijzen: 330 tot 44.000 gulden.

AMSTERDAM, 15 MAART. In de Amsterdamse galerie Akinci opende zaterdag de expositie Zu Hause und im Wald van het Duitse kunstenaarsechtpaar Blume, dat tot nu toe in Nederland weinig bekendheid kreeg. Anna & Bernhard Blume (beiden geboren in 1937) werken al bijna twintig jaar samen aan een oeuvre dat gekenmerkt wordt door zelfspot en absurdisme en dat ze zelf "een levenslange fotoroman' noemen. Plaats van handeling is meestal hun eigen huiskamer, volgepropt met deprimerende fineer-houten meubels uit de jaren vijftig en zestig. Die naoorlogse lelijkheid waartussen zij opgroeiden, symboliseert het verstikkende zwijgen van de Duitsers.

Bernhard Blume, die voor de opening naar Nederland was gekomen, is een geestige man die vanonder zijn gebreide schippersmutsje met een ironische blik de wereld beschouwt. Bereidwillig poseert hij voor de fotograaf ("Hoe wilt u me hebben? Naakt of gekleed?'), onderwijl relativerend mompelend: "Jeder Mensch ist ein Künstler". Het was het credo van zijn leermeester, Joseph Beuys. Humor beschouwt het paar (Blume spreekt ook namens zijn vrouw die met vakantie is) als "strategie': niet alleen de kunst wordt aldus gerelativeerd, maar ook worden de burgerlijke normen op de hak genomen. Vooral de man-vrouw verhouding is een terugkerend mikpunt van spot.

“Toen ik Anna begin jaren zeventig ontmoette, had zij vrouwelijke conventies zoals de jurk en beha allang van zich afgeworpen,” legt hij ernstig uit, “Zij was het die het performance-element in ons werk introduceerde. Als een soort acting-out bevrijdde zij zich daardoor van al wat haar dwarsboomde. Die vorm is langzamerhand samengesmolten met mijn foto's van pathologische interieurs, van de huiskamer als metafoor voor mijn innerlijke roerselen.” Terwijl zijn vrouw haar zelfonderzoek op humoristische wijze voortzette (op de expositie hangt een werkje met de plagerige tekst: Können Frauen denken?), combineerde Blume zijn eigen beeltenis steeds weer met banale dagelijkse voorwerpen. Na zijn opleiding tot decorschilder studeerde hij filosofie (hij gaf jarenlang les aan een gymnasium) en heeft zich onder meer gebogen over Kants opvattingen over het Ding an sich.

In hun geënsceneerde foto's treden Anna & Bernhard zelf op als acteurs die belaagd worden door de dingen om hen heen: rondvliegend serviesgoed zoals borden, schalen en kannen worden levensgevaarlijke projectielen die, kennelijk geladen met een eigen wil, de in bloemetjesjurk geklede vrouw of de man in hemdsmouwen tegen de grond slaan. In de serie Vasen-extasen zien we Bernhard worstelen met een enorme vaas die hem steeds uit handen dreigt te glippen. “Ik verbeeld de angsten uit mijn kinderjaren, bijvoorbeeld de dreigementen van je moeder om niets te breken bij het afwassen. Die poses zijn Zwangshandlungen, dwangmatige herhalingen van datgene waar je juist bang voor bent.” Gekscherend voegt hij eraan toe: “Ik noem ze "Oedipale Komplikationen'.”

Die benauwende wereld vol dreigingen uit iedere hoek van de toch zo vertrouwde Wahnzimmer wordt zorgvuldig in scène gezet; het paar bouwt eigenhandig scheve kasten en tafeltjes waarvan het blad schuin naar voren helt, zodat de indruk van chaos en beweging tot in het overdrevene benadrukt wordt. “Dit werk kun je niet alleen maken, je moet ervoor met zijn tweëen zijn: de één acteert, de ander bedient de fotocamera. Het is een heel gedoe voor iets goed op de foto staat en we zijn het lang niet altijd met elkaar eens. Zo kwellen we elkaar, het is een voortdurende worsteling tussen háár hysterie en mijn allergie”, lacht hij. Wel hebben de twee overeenstemming bereikt over het uiteindelijke oogmerk van hun fotoroman: in de "psychogrammen' moet de man of vrouw er net zo 'ding-achtig' uitzien als die aartslelijke voorwerpen om hen heen.

“Het gezicht van Anna of van mij is, net als de kasten en vazen, nooit in ruste. Altijd is er een extreme uitdrukking op af te lezen: schrik, een krankzinnige lach, dolgedraaid scheelkijken, kokhalzen. Het is ons te doen om het extatische, het punt waarop een mens zijn souvereiniteit verliest. Dan wordt hij of zij een ding, niet meer te onderscheiden van een deurkruk of bijzettafeltje. Die verstarring, daar gaat het ons om; die is letterlijk voltrokken door de vastlegging in een still, een gestolde beweging.”

Het mensbeeld van de Blume's is dus allerminst vrolijk, maar wordt met een homerische lach gepresenteerd. Naast de immense fotopanelen van op drift geraakte interieurs zijn in galerie Akinci ook enkele van de meest recente fotowerken te zien uit de serie Im Wald. Het "ecologisch engagement' kwam al eerder aan bod in hun oeuvre, maar ditmaal is het wel heel wrang. We zien het paar in een dood bos: als luciferhoutjes afgebroken boomstammen leunen schots en scheef tegen elkaar aan in een constructivistisch patroon. (In hun werk zijn vaak commentaren op de kunstgeschiedenis vervat, vooral naar Malevitsj' zuivere vormen die zij beschouwen als een referentie aan een harmonieus universum dat niet (meer) bestaat.)

“Kijk, we zijn natuurlijk met zijn allen schuldig aan de toestand van het milieu. Tegelijk willen we de natuur nog steeds zien als een helend, spiritueel principe. Vandaar die pathetische foto van mij terwijl ik op koddige wijze een dode boom omhels.” Anna intussen zit klem tussen de gevorkte stam van een andere boom, haar gezicht drukt een panische en tegelijk slapstick-achtige angst uit. Vanwaar toch telkens die humor? “Zonder humor wordt alles moralisme. Kitsch en humor zijn vanaf het begin onze vervoermiddelen geweest; je ziet dat nu overal in de kunst en wij voelen ons daardoor gesterkt in ons werk. Jongeren als Jeff Koons gaan nog verder in hun trivialiteit. Net als wij beschouwt Koons het banale als verborgen heiligheid, het gebruiksvoorwerp is een vergeten sacraal object. En bovendien, het plezier in het maken van kunst staat voorop. Er gaat bij ons thuis heel wat serviesgoed tegen de vlakte, hoor!”