EVA KINGMA OVER haar nieuwste fluit

“Soms maak ik een standaard fluit, maar dan ik heb de neiging om er ten minste één gek klepje op te zetten, voor een paar extra mogelijkheden. Dat is mijn eeuwige pioniersgeest. Ik beschouw het als een uitdaging om constructies te bedenken die een fluitist in staat stellen om met het instrument ongewone klanken te maken.”

Eva Kingma (36) bouwt fluiten, voornamelijk alt- en basfluiten. Haar atelier in het Drentse Grolloo is uitgerust met een gastenverblijf voor fluitisten, zodat ze in het laatste stadium van de bouw regelmatig aanwezig kunnen zijn. Kingma levert maatwerk, de details worden "op de handen' van de fluitist gemaakt. Ze ontwikkelde ondermeer instrumenten voor de Amerikaanse fluitist en componist Robert Dick, die op 20 maart (20.30u) een concert geeft in de Amsterdamse IJsbreker, waar hij Kingma's nieuwe kwarttoonsfluit zal laten horen.

Kingma: “Op moderne fluiten is alles te gemakkelijk. Daardoor gaat er iets van het geluid verloren. Op mijn fluiten moet een fluitist werken voor een mooie klank. Ik hou niet van fluiten die binnen een week hun geheimen prijsgeven. Een instrument moet de musicus verleiden tot onderzoek en experiment.

“Samen met mijn leraar Dirk Kuiper heb ik voor alt- en basfluiten een systeem van open kleppen ontwikkeld, zoals dat al bestond voor de c-fluit. Het was een waanzinnig idee, want de gaten liggen op een basfluit zover uit elkaar, dat een fluitist daar nooit met zijn vingers bij kan. Met behulp van extra klepjes die wel met de vingers bereikbaar zijn, is het mogelijk om de open kleppen te bedienen.

“Binnenkort ga ik met Robert Dick werken aan een c-fluit met nieuwe mogelijkheden. Dat wordt ingewikkeld, want de c-fluit is kleiner dan de alt en de bas, en biedt dus minder ruimte voor lastige constructies. Nu wil ik eerst even pas op de plaats maken. Pionieren is mijn kracht, maar het wordt een zwakte als ik me alleen maar met nieuwe technieken zou bezighouden. Het gaat ook om de verfijning van de klank.

“Het echte mysterie van de fluit zit in het kopstuk. Dat heeft een konisch en een parabolisch verloop. De plaats van het mondgat, de vorm, de manier waarop het afgerond is - dat alles bepaalt de klank, veel meer dan de buis. Die is in de meeste gevallen van messing, dat later wordt verzilverd. Zo'n messing buis haal ik gewoon van het industrieterrein. Een ander gebruikt het voor een afvoer, ik bouw er een muziekinstrument van.”

“Een standaard altfluit, zonder rare grapjes, kost 9500 gulden. Zo'n instrument gaat een levenlang mee, als je er tenminste geen gekke dingen mee uithaalt. Tijdens het fluitconcours in Scheveningen vorig jaar had ik een EHBO-post voor fluiten. Een Russische deelnemer kwam bij me, omdat hij op zijn instrument was gaan zitten. De fluit was geknakt en ik had uren nodig om hem weer enigszins speelbaar te maken.

“Zelf speel ik maar matig, voldoende om een instrument te testen. Vroeger heb ik wel eens een fluit voor mezelf gebouwd. Maar iedere keer kwamen er fluitisten die juist dat instrument wilden hebben. Dan verkocht ik het en bouwde later weer een nieuwe voor mezelf. Maar nu zit ik al heel lang zonder.”