Drie tentoonstellingen in Praag van Tsjechische ontwerper uit Amsterdam; Sípek: weinig steun voor inrichting Praagse Burcht

PRAAG, 15 MAART. “Eigenlijk zit ik in een heel schizofrene situatie. In Amsterdam heb ik mijn studio, waar opdrachten moeten worden uitgevoerd uit Japan, Frankrijk, Duitsland, maar per maand vlieg ik zeker drie keer naar Praag voor mijn werk hier.”

Aan het woord is Borek Sípek, de Tsjechische ontwerper en architect wiens werk over de hele wereld furore maakt. Voor het eerst kunnen eindelijk ook de Tsjechen met eigen ogen kennismaken met Sípeks ontwerpen, want op drie plaatsen tegelijk - in Galerie Genia Loci, in het Museum voor toegepaste kunst en op de Praagse burcht - zijn dit weekend tentoonstellingen geopend waarin (t/m 2 mei) een totaaloverzicht van zijn werk wordt gegeven.

Die twee locaties vormen tegelijkertijd de twee polen waaromheen zich de activiteit van Sípek in zijn vaderland afspeelt. Sinds 1990 is hij als hoogleraar verbonden aan de Praagse Akademie voor toegepaste kunst en sinds vorig jaar mei is hij één van de twee architecten die door - de toen nog federale - president Václav Havel is benoemd voor het renoveren en opnieuw inrichten van een aantal presidentiële ruimtes op de Praagse burcht. Met zijn collega-architect Merek Masák heeft Sípek een werkverdeling afgesproken die inhoudt dat Masák het noordelijke en Sípek het zuidelijke gedeelte van het terrein bestiert. “Maar het gebeurt natuurlijk allemaal in overleg, onder supervisie van de Monumentencommissie,” zegt Spek, “en Havel laat zich meestal de kans niet ontglippen om onze bijeenkomsten bij te wonen.”

Er zijn, vertelt Sípek, in de communistische tijd "catastrofale' dingen gebeurd met de inrichting van veel ruimtes op de burcht. De toegangshal van de presidentiële kanselarij bijvoorbeeld, in de doorgang tussen de tweede en derde binnenplaats, doet met z'n glazen deuren en marmeren vloeren nog het meest denken aan een crematorium. Het kale plein rondom de St. Vituskathedraal, het grandioze, uit de veertiende eeuw daterende gotische monument van Praag, verkeert volgens Spek in een "desolate toestand'. In de toegangsruimte naar de Spaanse zaal ligt "dat verschrikkelijke khaki-tapijt met gaten erin'. Onder de vroegere partijleider Husák werden verlaagde systeemplafonds aangebracht in hoge Renaissance-zalen.

Er valt dus enorm veel te doen om de Praagse burcht, die wonderlijke opeenhoping van alle architectuurstijlen van de afgelopen duizend jaar en trekpleister bij uitstek van de Tsjechische toeristenindustrie, te ontdoen van de wansmakelijke ingrepen uit het recente verleden. Dat kost veel geld. Maar, zegt Sípek, “Er is totaal geen budget.” Er zal nu worden begonnen een nieuw centraal systeem te ontwikkelen voor de toegangsprijzen, waardoor een toegangsbiljet voor het burchtterrein tegelijk geldig is voor bezoeken aan alle objecten, zodat men niet overal apart in de rij hoeft te staan.

De totale kosten voor de verbeteringen, zegt Sípek, zijn niet te becijferen. “Het loopt in de miljoenen dollars.” Hij wijst om zich heen in de tijdelijke studio die hij heeft kunnen huren in het verpauperde Salmovsk'y Palác, de allermooiste locatie van Praag buiten de burcht, met een adembenemend uitzicht over de stad, pal tegenover het toegangshek op nummer 1 van het Hradcanské námest, links van het legermuseum. “Alleen al de renovatie van een gebouw als dit kost dertig, veertig miljoen gulden.” Het beste zou volgens Sípek zijn er een zeer exclusief hotel van te maken. Omdat het net buiten de hekken van de burcht ligt, die 's avonds om elf uur worden gesloten, is het één van de weinige commercieel te exploiteren objecten.

Weinig te spreken is Sípek over de steun van het Nederlandse bedrijfsleven voor de renovatie van de burcht. Artifort, dat vorig jaar sponsoring in natura had toegezegd, heeft zich teruggetrokken. Wel heeft het Zwitserse Vitra vijfhonderd - door Sípek ontworpen - stoelen toegezegd. Veel steun heeft hij ook gekregen van Duitse firma's, die sanitair, tapijten en lichtornamenten schenken of leveren tegen kostprijs. “Die begrijpen tenminste dat ze dat natuurlijk altijd als aanbeveling kunnen gebruiken. Maar alles wat ik tot dusver bij Nederlandse firma's heb gevraagd is afgewezen. Men is niet geïnteresseerd. Ik dacht dat bijvoorbeeld Lips, een wereldberoemd bedrijf, wel zo'n toegangsdeur zou willen sponsoren, maar nee.” De kosten voor de deur schat Sípek op dertig- à veertigduizend gulden. “Misschien heeft het te maken met het Nederlandse karakter: "waarom zal ik iets geven als ik het ook kan verkopen?”'

Hemzelf kost het werken in Praag, ongeveer de helft van de maand, “ontzettend veel”. Zijn maandsalaris als burchtarchitect bedraagt zesduizend kronen (384 gulden) - “Dat is dus wat ik in mijn studio in twee uur verdien!” - en voor zijn hoogleraarschap ontvangt hij ongeveer hetzelfde bedrag. Maar Sípek moet wel drie keer per maand heen en weer vliegen naar Amsterdam, waar het werk in zijn studio nu “bijna bevroren” is. Maar Sípek beklaagt zich niet. “Het is natuurlijk een grote eer om hier te werken en ik vind Havel zo'n fantastische man dat ik het sowieso voor hem zou doen.”