Draaien en lassen (6)

Vakbonden en werkgevers hebben afgelopen weekeinde een ridicuul hoofdstuk toegevoegd aan hun vastgelopen CAO-overleg in de metaal- en elektrotechnische industrie. In plaats van even bij te praten over de jongste wijzigingen in de wederzijdse standpunten, bedolven ze elkaar onder gefaxte brieven, die over en weer van denigrerend commentaar (“een zooitje”, respectievelijk “broddelwerk”) werden voorzien, en boden ze tegen elkaar op in opgeschroefde verontwaardiging (“De werkgevers hebben ons geschoffeerd”, respectievelijk “De bonden hebben ons een kunstje geflikt”). Geen wonder dat die CAO, die beide partijen zeggen na te streven, er maar niet wil komen.

In een poging de impasse te doorbreken nam de Industriebond FNV kort voor het weekeinde een moedig besluit over het grootste struikelblok in het overleg: de compensatie van de verlaagde WAO-uitkeringen. Aanvankelijk hadden de bonden een collectieve regeling ter reparatie voor de gehele bedrijfstak geëist. Maar door het massieve verzet van de werkgevers tegen enige collectieve regeling was hun standpunt geleidelijk versoepeld tot een regeling per bedrijf voor ten minste de vakbondleden.

Vrijdag ging eerste onderhandelaar aan vakbondszijde, de FNV'er Nico Broers, nog een stapje verder. Hij zei veel waarde te hechten aan “een goede CAO”. De WAO-reparatie noemde hij daarbij van “ondergeschikt belang”, en hij achtte het “een denkbare formule” dat desnoods volstaan werd met “een dringende aanbeveling” aan de afzonderlijke werkgevers alleen een regeling voor de vakbondsleden te treffen.

De move werd Broers' binnenshuis èn bij de andere bonden niet door iedereen in dank afgenomen, maar er was, gegeven de benarde positie van de bonden, uiteindelijk wel begrip voor. De rijen werden gesloten en op de werkgevers, verenigd in de FME, werd vrijdagmiddag per fax een klemmend beroep gedaan het CAO-overleg de volgende middag om 14.00 uur “formeel” te hervatten.

Het duurde tot in het holst van de nacht van vrijdag op zaterdag voordat de FME doorhad welke dramatische concessie er in de lucht hing. “Echter, berichten in de pers kunnen ons geen duidelijkheid geven over uitzicht op een onderhandelingsresultaat”, faxte FME-voorzitter Hans van den Akker omstreeks 03.00 uur naar de bonden. Hij nodigde Broers uit “informeel oriënterende besprekingen te starten teneinde de mogelijkheid van een vruchtbaar formeel overleg te onderzoeken”.

Andermaal verstreek bijna een half etmaal voordat de bonden wisten wat ze hiermee aan moesten. Om 13.00 uur lieten ze de FME per fax weten vast te houden aan het voorstel om een uur later het CAO-overleg formeel te hervatten. Tegelijkertijd togen ze naar het vaste vergaderadres, het hoofdkantoor van de FME in Zoetermeer, waar ze voor een dichte deur kwamen. Eerste FME-onderhandelaar Van den Akker was er niet en de wel aanwezige FME-onderhandelaar mr. J.W. van Ulden peinsde er niet over de bonden te woord te staan.

Wat volgde was een onverkwikkelijke vertoning die nog net niet ontaardde in een ordinaire scheldpartij. Gedurende de gehele rest van het weekeinde had geen der hoofdrolspelers de guts om de stekker uit zijn fax-apparaat te trekken en zijn tegenspeler gewoon op te bellen: “Zeg Nico/Hans, het lijkt me de hoogste tijd voor een goed gesprek”. Dus wordt er vandaag gestaakt.

Herhaling van het vertoonde onvermogen is wellicht te voorkomen door een weeffout uit het CAO-overleg in de metalektro te halen. De besprekingen hebben traditioneel plaats in het kader van de Raad van Overleg in de Metaalindustrie (ROM). Het voorzitterschap rouleert: het ene jaar de FME-voorzitter, het andere jaar (zoals nu) de voorzitter van de delegatie van de vier vakbonden. Tijdens het CAO-overleg draagt dus altijd één hoofdrolspeler een dubbele pet. Een onafhankelijk voorzitter had het overspannen fax-verkeer vast en zeker in andere banen geleid.