Discontoverlaging bevestigt kracht obligatiemarkt

ROTTERDAM, 15 MAART. Obligatiebeleggingen, met name in guldenswaarden, hebben de afgelopen maanden een meer dan goed resultaat opgeleverd.

De ongekend snelle rentedaling heeft geleid tot forse koersstijgingen, een trend waarvan het einde nog niet in zich lijkt. Ook afgelopen week kreeg de obligatierally een vervolg: na de verrassende verlaging door de Bundesbank van de repo rate, werden door De Nederlandsche Bank vorige week woensdag onverwacht alle officiële tarieven met een 0,25 procentpunt verlaagd. Rekening was gehouden met alleen een verlaging van de beleningsrente. Blijkens de centrale bank vormde de aanhoudende kracht van de gulden, plus de dalende trend op de geld- en kapitaalmarkten, de aanleiding voor de neerwaartse aanpassing.

België en Denemarken gingen vorige week ook over tot een verlaging van de officiële tarieven, eveneens hoofdzakelijk vanwege de sterkere positie van de valuta tegenover de Duitse mark. Hoewel sinds jaar en dag de ankervaluta van het EMS, heeft de Duitse munt steeds meer te kampen met de toenemende economische en politieke problemen van de Duitse economie. De opmars van de dollar vormt hierbij een niet te onderschatten element. Hoewel op de financiële markten algemeen rekening wordt gehouden met een spoedige (nieuwe) discontoverlaging van de Bundesbank, zijn sommige beleggers hiervan minder overtuigd.

De gulden kan het meest profiteren van de zwakkere Duitse mark. Ook internationale beleggers zijn van mening dat vanuit fundamenteel, valutair als politiek oogpunt de risico's van guldensobligaties relatief beperkt zijn. Een en ander bleek wederom toen afgelopen vrijdag de spanningen in het EMS opliepen: zowel escudo, peseta en belangrijker de Franse franc kwamen onder druk. Redenen waren weer toegenomen twijfels over de (gevolgen van de) aanstaande Franse verkiezingen, het Deense referendum en de ratificatie in het Verenigd Koninkrijk. Wel doet zich langzamerhand de vraag voor of een nieuwe discontoverlaging in Duitsland nog wel voldoende is om ook deze spanningen weg te nemen, als de renteverlagingen van de laatste maanden al niet de valutaire onrust hebben kunnen wegnemen.

Voor de Nederlandse staat vormde dit sentiment een goed klimaat voor de aankondiging van een nieuwe 6,5% (een half procentpunt lager dan de vorige) 10-jaars staatslening. Dat deze korte populaire looptijd werd gekozen heeft twee redenen. In de eerste plaats ligt de Agent wat achter op het schema bij de dekking van de financieringsbehoefte voor dit jaar, en in de tweede plaats is de laatste tijd sprake geweest van enige terughoudendheid bij sommige institutionele beleggers. Deze hebben een verkorting van hun portefeuille doorgevoerd (door te ruilen van 30- en 15-jarig papier naar kortere looptijden), hetzij vanwege een minder optimistische rentevisie, hetzij uit voorzorg voor een tijdelijke correctie na de wel zeer forse rally van de laatste tijd. Nadeel van de gekozen tijdstip en looptijd van deze lening is dat de volgende tranche van de 30-jarige staatslening, 1 april al, een minder grote belangstelling ten deel kan vallen.

De nieuwste lening wordt uitgegeven via toonbankuitgifte. Vanochtend liep het nog niet echt storm, voornamelijk omdat de iets kortere looptijdsegmenten én meer in trek én beter geprijsd lagen. De eerste afgiftekoers bedroeg 100,45, hetgeen een effectief rendement van ca. 6,44 procent impliceert.

Internationale rentemarkten

Vorige week tekende zich een tweespalt af tussen de Amerikaanse geld- en kapitaalmarkt. Het sentiment op de kapitaalmarkt werd sterk beïnvloed door de twee weken geleden gepubliceerde werkgelegenheidscijfers, die hoger uitvielen dan werd verwacht. Nadat de 10-jaars rente sinds begin dit jaar met een vol procentpunt was gedaald, verloor de markt aan momentum en besloten veel beleggers te opteren voor kortlopende leningen. De yieldcurve versteilde hierdoor, temeer daar de spanningen in Rusland voor veel internationale beleggers aanleiding vormde hun toevlucht te zoeken tot de Amerikaanse geldmarkt. Vorige week vrijdag stond de bekendmaking van de Amerikaanse producentenprijzen over de maand februari op het programma. Waar de markt rekende op een stijging van 0,2 procent kwam deze uit op 0,4 procent. De obligatiemarkt reageerde met forse koersdalingen. De 10-jaars rente steeg hierdoor met 15 basispunten naar 6,12 procent. Deze reactie lijkt ietwat overtrokken. Het cijfer kan een incidentele uitschieter betreffen en bovendien is het de vraag in hoeverre de gestegen producentenprijzen worden doorgegeven aan de consument. Waarschijnlijk wordt de reactie meer ingegeven door de gedachte dat inflatie, na een tijdje van het toneel te zijn verdwenen, weer een onderwerp is waarmee rekening moet worden gehouden.

Ook de Europese obligatiemarkten konden de goede performance van twee weken geleden niet continueren. De positieve stemming ten gevolge van de Duitse renteverlaging werd gaandeweg de week ingewisseld voor spanningen in Rusland en het EMS. Deze spanningen vonden met name hun neerslag in de lange rentes van die landen waarvan de valuta's onder druk staan. Zo zag de Franse obligatiemarkt het verschil ten opzichte van de Duitse lange rente weer oplopen. Met een onder druk staande Franse franc en de verkiezingen in aantocht lijkt de kans dan ook klein dat dit beeld deze week verandert, ondanks het Duitse solidarpact, verandert klein.

Het emissiebedrijf op de eurokapitaalmarkt floreerde met name gedurende het begin van de afgelopen week. Gebruik makend van het positieve sentiment en de lage rentes brachten debiteuren niet minder dan 41 leningen uit. Met de dalende koersen verdween ook de bereidheid om de markt aan te boren.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco