De Bruijn en Brienesse samen sterk

DORDRECHT, 15 MAART. Even werd de malaise in het nationale zwemmen vergeten. Inge de Bruijn en Karin Brienesse doken in een adembenemende race als eerste Nederlandse meisjes onder de minuut op de 100 meter vlinderslag. En daarin waren zelfs grootheden als Annemarie Verstappen en Conny van Bentum in het verleden nooit geslaagd.

De strijd werd op het derde keerpunt beslist. De Bruijn gebruikte de wand als springplank, schoot bij haar rivale weg en tikte aan in 59,65 seconden, bijna veertiende van een seconde sneller dan een maand geleden in Sheffield. Brienesse eindigde in 59,93 seconden. Voordat ongeloof in het Aquapulca-bad van Dordrecht plaatsmaakte voor feestgedruis en tweelingzus Jakline de Bruijn, de waterpolo-international, mocht delen in de vreugde, vonden Inge en Karin elkaar in een innige omarming over de baan-markering.

Een vertederend schouwspel voor wie zich de Olympiosche Spelen in Barcelona herinnerde. Daar keek bondscoach Ton van Klooster zonder in te grijpen toe hoe de verstandhouding zo verslechterde dat onderlinge naijver als motor fungeerde van het duel dat de twee zwemsters in de Olympische B-finale uitvochten. Samen trainen, eten en slapen maakt van het zwemmen nog geen ploegsport. Misschien klaarde de lucht juist op doordat in de aanloop naar de winterkampioenschappen geen centrale trainingen op het programma stonden en de concurenten elkaar minder zagen.

“Een beregoed wijf”, vond de negentienjarige De Bruijn in Dordrecht van de vier jaar oudere Brienesse. En de strijdlustige Amersfoortse juichte al even hard, de ergernis over het verliezen ver van zich afduwend: “Ik wilde onder de minuut zwemmen. Dat is gelukt. Ik hoor er nog steeds bij.” De spontane Inge de Bruijn genoot met volle teugen van de herwonnen vriendschap: “Het leukste is dat we met zijn tweeën onder de minuut zijn gekomen. In het water elkaars rivalen, op de kant hartsvriendinnen. Ik hoop dat we samen nog jaren kunnen doorgaan. Je kunt niet alleen aan de top staan. Bij de jongens zouden Casper van Dam en Ron Dekker veel verder zijn gekomen als ze iemand hadden gehad om tegen te knokken.”

Of het inderdaad zo zal gaan, hangt minder van Inge de Bruijn af dan van Brienesse. De Barendrechtse scholiere straalt een natuurlijke levenslust uit en weet van zichzelf dat bij elke training het ideaal dichterbij komt. Dat betekent voor haar een herhaling van het kunststuk deze zomer bij de EK in Sheffield.

Volgens de tabellen, die de insiders hanteren, moet ze rekening houden met een verval van 0,7 seconden op de 50-meterbaan. Het vreemde feit doet zich echter voor dat het internationaal op de lange baan met twee keerpunten minder toch harder gaat. Bij de Olympische Spelen bleven in de finale van vorig jaar niet minder dan vijf zwemsters binnen de minuut. Bovendien staat zowel het wereld- als Europees record buiten scherper dan binnen. Genoeg te doen dus, maar of Inge daarbij Brienesse aan haar zijde zal vinden, is de vraag.

De Amersfoortse zwemster, die al jaren meeloopt, wil er over drie en een half jaar in Atlanta graag staan en zegt dat ze van de zomer bij de EK in Sheffield haar zilveren plak van Athene zal verdedigen. De lange termijn-planning wordt echter gedwarsboomd door lichamelijk ongemak. Sinds een maand of twee heeft Brienesse weer last van "slipping hips'. Bij het wachten op het startschot voelde ze de pijn in de heup opkomen. Ze is onder behandeling van sportarts Peter Vergouwen, die al heeft vastgesteld dat haar linkerbeen twintig procent minder kracht heeft dan het rechter. De mogelijkheid dat er opnieuw operatief moet worden ingegrepen, is niet uit te sluiten. De vorige keer kostte het Brienesse het EK in Bonn 1989.