Boekenweek

De trein naar Groningen, want het is boekenweek. Acht boeken heb ik mee, zes van Paustovskij, één van Armando, één van mezelf. Boeken vol gedachten en die gedachten in mijn tas, een beetje vastgelegd en opgeborgen, dierentuingedachten.

Maar dat geeft niet.

Er zijn nog ruim genoeg gedachten in het wild. Deze stellen me in staat op mijn gemak naar buiten te kijken - dat wil zeggen: Veluwe, zand en dennebomen bij het vallen van de avond - en tegelijkertijd een wandeling te maken op La Gomera, een pukkel in de oceaan.

Brandende zon, gloeiende rotsen en omhoog, omhoog. Twee maal over de kam.

Een kudde geiten. Hoe die kijken. Alsof ze zijn betrapt op een spelletje. Iets illegaals. Iets leuks. Iets waarmee ze straks gewoon weer verdergaan.

De scherpe vlucht van eleonora's valk.

De vijgen van een vijgeboom.

En bang voor dwalen, vallen, iets verstuiken hoeft niet meer. Je hebt dat pad die keer gedaan, je weet er nu de weg.

Vaak is het jammer op de ene plek te zijn en op een andere de weg te weten. Vandaag is het wel goed. Je gaat naar Groningen, je weet de weg op La Gomera, dat is te doen.

Waarom zo zorgeloos? Waarom vandaag?

Ook dat is een gedachte.

Ik ben zo vrij om haar te laten lopen.