Bisschop Bär al een maand overspannen in klooster

ROTTERDAM, 15 MAART. Mgr. R.Ph. Bär, aan wie zaterdag ontslag is verleend als bisschop van Rotterdam, verblijft sinds half februari in overspannen toestand in een Benedictijner klooster in de Ardennen. Het kapittel van het bisdom hoopt deze week een plaatsvervanger voor de bisschop te kunnen aanwijzen.

Over het vertrek van de bisschop is dit weekeinde een stroom van geruchten op gang gekomen. Hij zou zijn gechanteerd door orthodoxe katholieken, onder wie de zakenman P. Derksen, die Bär te vooruitstrevend en "te slap' zouden vinden. De Volkskrant meldt vanmorgen dat de rivalen van Bär belastende informatie naar buiten zouden willen brengen over homoseksule contacten van de bisschop. De krant baseert zich op anonieme bronnen; toelichtingen op de uitlatingen ontbreken. Dr. W.J.M. van Paassen, vicaris-generaal van het bisdom, zegt in een reactie dat “zich binnen mijn vizier niets bekend is van enige laakbaar feit van de kant van de bisschop”. Het bestuur van het bisdom overweegt juridische stappen te nemen wanneer zal blijken dat de geruchten ongegrond zijn.

In een brief die gisteren in de kerken van het bisdom is voorgelezen, wordt - naast grote waardering - gemeld dat Bär “ook zijn beperkingen en gebreken” had. “Een daarvan was dat hij geen "neen' kon zeggen. Z'n agenda was overvol met vieringen, spreekbeurten, afspraken.” Aan paus Johannes Paulus II liet Bär weten niet meer te kunnen functioneren “zoals ik dat zou moeten of zoals dat zou moeten”.

De bisschop zou langdurig overbelast zijn geweest. Eind december bezocht Bär de Nederlandse VN-militairen in Cambodja. Dit bezoek zou traumatische herinnering naar boven hebben gebracht aan zijn vier jaar durende internering in verschillende Japanse concentratiekampen in het voormalige Nederlands Indië. Al eerder hadden zich bij Bär symptomen van een "kampsyndroom' geuit. In een vraaggesprek in deze krant in mei 1988 zegt hij daarover: “Een jaar of tien geleden (...) had ik nachtmerries. Maar toen heb ik mezelf goed in de hand genomen, want je moet die dingen niet de kans geven te uit groeien.”

Door het ontslag van Bär zijn drie bisdommen vacant. Bisschop Ernst van Breda werd in mei vorig jaar door de paus ontslag verleend omdat hij 75 jaar was geworden. Bisschop Gijsen moest begin dit jaar om gezondheidsredenen zijn ambt neerleggen.

Namens de bisschoppenconferentie noemt kardinaal A. Simonis het vertrek van bisschop Bär “een zwaar verlies voor het bisdom. Hij heeft zich ten volle aan zijn ambt gegeven. Een ambt dat veeleisend is en dat de mens aan de grenzen van zijn krachten kan brengen”, aldus de verklaring van de bisschoppenconferentie.

Ook de voorzitter van de progressieve Acht Mei Beweging, mevrouw H. Wasser betreurt het vertrek van Bär. “Samen met mgr. Ernst was hij voor ons en goede gesprekspartner. Een man van de dialoog.”

De secretaris van de Vereniging Pastoraal Werkenden, J.J. Bol, omschrijft de afgetreden bisschop als iemand die met oog voor de kerkelijke richtlijnen open bleef staan voor andersdenkenden. Dat hij de kerkelijke richtlijnen niet overschreed, bleek bijvoorbeeld uit het feit dat hij het algemeen doopverlof dat hij de pastoraal werkers had gegeven, vorig jaar weer introk. Ook wilde hij de Vereniging voor Pastoraal Werkers niet willen erkennen als de vertegenwoordiging van de pastores in het bisdom.

Mgr. Bär, van huis uit Nederlands Hervormd, maakte in 1953 de overstap naar de Roomskatholieke kek. In 1954 trad hij toe tot de Orde der Bededictijnen, vijf jaar later volgde zijn wijding tot priester. Van 1975 tot 1982 was hij vicaris-generaal van de bisschop van Rotterdam, in 1983 werd hij door paus Johannes Paulus II tot bisschop benoemd als opvolger van Simonis die aartsbisschop was geworden. Bär was tevens ondermeer bisschop voor de Nederlandse strijdkrachten, media-bisschop en lid van de Romeinse congregatie voor de Goddelijke eredienst en de discipline van de sacramenten.