Beperk tarief tot 50 procent

Toen Rehabeam probeerde zijn vader Salomon op te volgen als koning van Israel, kwamen woordvoerders van de twaalf stammen tot hem en smeekten om lagere belastingen. “Uw Vader heeft ons juk hard gemaakt; maakt gij nu de harde dienst van uw Vader en het zware juk dat hij ons opgelegd heeft lichter; dan zullen wij u dienen.” Maar de nieuwe koning luisterde naar de verkeerde ambtenaren, weigerde de belastingen te verlagen en kreeg te maken met een opstand en een scheuring van het rijk. Hij stuurde nog zijn directeur-generaal voor fiscale zaken erop uit om de situatie weer onder controle te krijgen, maar de menigte herkende de directeur-generaal als het hoofd van de belastingen tijdens koning Salomon en stenigde deze ambtenaar.

Handboeken over de geschiedenis van de belastingen noemen vaak het treurig lot van deze directeur-generaal en zijn koning als oudste voorbeelden van de gevolgen van een belastingopstand (Farao in het Egypte van Mozes wist ook van hoge belastingen, maar recent onderzoek suggereert dat de tijd van Josef en Mozes niet representatief was voor de openbare financiën in het oude Egypte). Later bezweken ook het Romeinse rijk, onze Nederlandse Gouden Eeuw en natuurlijk koning Lodewijk XVI van Frankrijk onder de gevolgen van een te hoge belastingdruk. Enig historisch besef misstaat dan ook geenszins bij een directeur-generaal fiscale zaken, maar lijkt te ontbreken bij de huidige Nederlandse functionaris die zich in een zojuist verschenen boek over de Nederlandse economie uitermate zonnig en zelfvoldaan uitlaat over ons belastingsysteem. Terwijl in deze maand maart de burgers opnieuw hun belastingbiljet invullen en zich realiseren dat zij bij een collectieve belastingdruk van 53 procent vorig jaar opnieuw van 2 januari tot en met begin juli werkten voor de gemeenschap en pas dan begonnen te verdienen voor zichzelf, meent directeur-generaal D.E. Witteveen van fiscale zaken bij het ministerie van financiën over het belastingsysteem in Nederland te moeten zeggen: “Kortom, met onze uitgangspositie zit het wel goed. Maar hoe zit het met onze omgeving?”

Met die retorische vraag bedoelt Witteveen dat de Europese integratie het risico met zich meebrengt dat landen gaan concurreren om het meest aantrekkelijke belastingstelsel aan te bieden. Hij is bang dat andere EG-lidstaten gunstige belastingfaciliteiten gaan aanbieden en zo meer investeringen aantrekken en schrijft: “Een toenemende beleidsconcurrentie kan uiteindelijk een belasting-erosie tot gevolg hebben waar geen enkel land beter van zal worden”. Maar heeft niet minister Ruding kans gezien het hoogste tarief in de inkomstenbelasting te verlagen met de zogenoemde Oort-operatie, precies omdat Nederland steeds meer schade ondervond van het feit dat de inkomstenbelasting in omringende landen lager was? En was dat niet een goede zaak voor de Nederlandse economie, die nooit zou zijn bereikt wanneer ons politieke debat over de belastingen zich had beperkt tot zuiver binnenlandse overwegingen van inkomensherverdeling en brede schouders die zware lasten moeten dragen?

Dorknoper Witteveen gebruikt het zelfgevonden woord "belasting-erosie' als pejoratieve term voor lagere belastingen, geheel voorbijgaand aan zijn plicht op het ministerie van financiën om samen met Economische Zaken nu juist tegenstand te bieden aan de overige ministers en namens de belastingbetalers te vechten voor lagere tarieven. Natuurlijk doet de overheid allerlei nuttige zaken met ons belastinggeld en kunnen lager onderwijs, politie en straatverlichting alleen maar gratis zijn omdat Nederland die collectief financiert. Maar dat argument konden koning Rehabeam, de Romeinse keizers, onze Nederlandse stadhouders en koning Lodewijk XVI ook in het geding brengen. Hoge belastingen betekenen niet automatisch dat al het geld wordt verkwist, maar wel dat de machtsverdeling tussen burgers en politici in een gevaarlijke richting verschuift.

Als een individuele burger geen waar krijgt voor zijn geld, besteedt hij of zij het liever aan iets anders. In de politiek ligt dat veel moeilijker. Neem de paar miljard belastinggeld die de Nederlandse politici uitgeven aan de politie. Al heel lang is het zo dat de agenten hoofdzakelijk werken van 9 tot 5, want er is niet genoeg extra geld voor overwerk en de vakbond bemoeit zich uitvoerig met de dienstroosters. Maar de boeven houden zich niet aan kantooruren; integendeel, slechte dingen gebeuren vooral 's avonds en 's nachts. Die analyse is onomstreden, maar dat betekent helemaal nog niet dat de Nederlandse politici in staat zijn de politie zo te reorganiseren dat voortaan de dienstroosters van de agenten rekening houden met de werktijden van de boeven. Dus krijgen wij Nederlanders minder veiligheidswaar voor ons politiegeld en zijn veel bedrijven zelfs gedwongen om privé-bewakers te huren voor de nachtelijke uren. Burgers en bedrijven kunnen daarbij kiezen uit verschillende firma's die met elkaar concurreren; de politici hebben te maken met één landelijke organisatie van politiemensen en kunnen dus niet de schadelijke invloeden van dienstcommissies en inflexibele werkroosters tegengaan door te dreigen naar een concurrent te stappen. Dat illustreert één belangrijk mechanisme waarom u en ik ons geld efficiënter kunnen besteden dan de politici: wij kunnen bij bijna al onze uitgaven kiezen tussen verschillende leveranciers die met elkaar moeten concurreren om onze gunsten, terwijl de politici ons belastinggeld doorsluizen naar één politie, één ministerie van onderwijs en één EG.

De andere reden waarom hoge belastingen niet goed zijn, is dat nog nooit iemand heeft uitgevonden hoe de staat hoge belastingen kan heffen zonder ook hoge tarieven vast te stellen. En hoe hoger de tarieven, des te ernstiger het verval van de rechtsstaat. In deze weken vlak voor de inleverdatum van de belastingaangifte gaat het voor veel belastingplichtigen vooral om het toptarief van 60 procent in de inkomstenbelasting. Maar het hele jaar door zijn er veel Nederlanders die in een nog veel minder comfortabele positie verkeren. Studenten, WAO'ers en andere uitkeringsgerechtigden hebben in feite te maken met een 100 procent belastingtarief wanneer hun extra inkomsten uitgaan boven een heel laag minimum bedrag. Dat is de theorie; de praktijk zal wel heel anders zijn en dat is dan ook één van de hoofdoorzaken van het verval van de Nederlandse rechtsstaat. Vraag u eens af: zou u 100 procent eerlijk zijn bij een 100 procent belastingtarief? Ik niet. Als politici bezorgd zijn over vervagend normbesef zouden ze moeten accepteren dat alle belastingtarieven boven, zeg nu eens, 50 procent de rechtsstaat aantasten. Dan gaan de belastingbetalers een deel van hun zaken organiseren buiten het zicht van de inspectie.

Begin juni rapporteert een ambtelijke studiegroep onder leiding van thesaurier-generaal Brouwer over mogelijke normen voor de openbare financiën in de volgende kabinetsperiode. Oud-premier Zijlstra heeft al een voorstel gedaan voor de geoorloofde groei van de uitgaven. Voor wat betreft de belastingen spreken politici altijd het liefst over de "collectieve druk' want dat is een gecompliceerd begrip met ruime mogelijkheden voor gefoezel tijdens de rit.

Echt duidelijk is alleen een afspraak over de belangrijke tarieven. En dan hoop ik dat de politieke partijen de studenten en WAO'ers niet zullen vergeten - die hebben immers ook stemrecht - en dat ten minste één partij campagne zal voeren voor een even simpele als verstandige leuze: geen tarief hoger dan 50 procent.