Wereldburger

Ze vormden een opmerkelijk stel. Hoewel ze elkaar pas in het begin van het collegejaar hadden leren kennen - zij kwam uit de Achterhoek, hij uit Den Haag - gingen ze met elkaar om alsof ze al jaren getrouwd waren. Zij waren reeds volwassen en ze kenden de wereld. De een had al een reis door India achter de rug, de ander door Peru. Tijdens de koffiepauze aten ze sesamkoekjes en Vietnamese lychees uit blik, en dronken ze Darjeeling-thee uit thermoskannen.

Zijn haar was nog op een jaren-zestig-lengte, zij droeg zachte Indiase bloesjes en ruwe jeans. De combinatie gaf haar iets aantrekkelijks, maar ze maakte met een zuur, moralistisch mondje duidelijk dat dat volkomen onbedoeld was. Ze was er niet voor de esthetica, maar voor de ethica. En o wee als ze een van de docenten kon betrappen op een vooroordeel ten opzichte van de arme mensen in de Derde Wereld; dan lieten de twee de pen op het kringlooppapier rusten en gingen ze gezamenlijk in de aanval, fel en dodelijk.

Thirdworldism ging die houding jaren later heten, de gedachte dat het Westen de wereld alleen kwaad had gedaan, dat de westerse cultuur ten opzichte van de traditionele culturen gevoelloos en verdorven was. Tegenover de westerse rationaliteit werd de niet-westerse spiritualiteit geplaatst, tegenover de koelbloedigheid, de hartstocht. De oorzaak van armoede was enkel en alleen het imperialisme en die twee studenten stonden erop dat tijdens de colleges niet gesproken werd van "ontwikkelingslanden' maar van "onderontwikkeld gehouden landen'. Dat was een subtiel, maar belangrijk verschil, omdat de wereld zo verdeeld werd in schuldige en onschuldige gebieden. Bovendien werd duidelijk gemaakt dat de arme landen er vanzelf bovenop zouden komen als het Westen ophield zich met hen te bemoeien.

Ontwikkeling van onderaf, emancipatie van binnenuit, ze kenden die uitdrukkingen al, zoals ze ook graag wapperden met de eerste aula-uitgave van de Club van Rome, "Grenzen aan de Groei'. Zie daar wat westerse ontwikkeling inhield; uitputting van de grondstoffen, verwoesting van het milieu.

Ze lazen filosofen van de Derde Wereld, Paulo Freire en Ivan Illich, en ze hadden er kritiek op dat de Nederlandse ontwikkelingsdeskundigen zich in de Derde Wereld per auto verplaatsten. Had Illich niet gezegd dat de fiets het enig aanvaardbare vervoermiddel voor de Derde Wereld was? Ze bleven er zo bloedserieus bij kijken, dat de docenten hen maar gelijk gaven. Tijdens een examen stonden ze op en verlieten demonstratief de zaal, omdat werd gevraagd welke etnische eigenschap zou kunnen hebben bijgedragen aan de achtergestelde positie van een of andere Afrikaanse stam. Het was een racistische vraag, vonden ze.

Ze waren bewuste mensen, wereldburgers, die konden rekenen op de bewondering van hun medestudenten, omdat die twee hadden wat de anderen node misten: levenservaring. Als tegen het eind van de studie alle studenten hun veldwerk in Mexico gingen doen, omdat de universiteit daar moderne appartementen had geregeld, trokken zij met een rugzak naar Mali en sliepen ze in eenvoudige hutten. Kennisverwerving hoorde een vorm van zelfkastijding te zijn. Je moest je inleven, je moest je niet alleen mentaal, maar ook fysiek begeven in de wereld van de armen.

Het werden dan ook ideale ontwikkelingswerkers. Ze kregen beiden een baan bij het ministerie van ontwikkelingssamenwerking en werden uitgezonden naar Burkina Faso. Een droog en arm Sahel-land dat jaarlijks veertig miljoen gulden van Nederland krijgt. Hij legde zich toe op milieubehoud, zij op gezondheidszorg en Aidspreventie. Er was een groot Aidsprobleem, door de trekarbeid naar de Ivoorkust, en ze organiseerde een voorlichtingscampagne. Nederlandse ontwikkelingswerkers hebben enkel "adviserende' taken, de Burkinezen doen zelf het uitvoerende werk. Zo worden ze in hun waarde gelaten. Zij gaf dus voorlichting, en een Burkinese ambtenaar, een jongen uit de hoofdstad Ouagadougou, deelde de condooms uit.

Het Nederlandse paar en de Burkinese ambtenaar raakten bevriend. Gedrieën discussieerden ze over de toekomst van het land. Veel van wat het paar in Nederland al dacht, bleek hier te worden bevestigd. De Franse kolonisators hadden nooit scholen gebouwd, waardoor ook nu nog slechts ééntiende van de kinderen onderwijs kreeg. Zelfs de droogte en de verwoestijning waren geen strikte natuurverschijnselen. Het Westen had in Afrika lukraak landsgrenzen getrokken, waardoor de bewegingsvrijheid van de nomadische volkeren werd beperkt. Door de overbeweiding werd de toch al schaarse vegetatie nog schaarser en sloeg de erosie snel toe.

De twee ontwikkelingswerkers uit het Westen bekenden volmondig schuld aan hun Burkinese vriend. Maar deze wees op de mogelijkheden die het land niet benutte: Burkina Faso was rijk aan delfstoffen. Waarop het ontwikkelingspaar meewarig het hoofd schudde: die delfstoffen zullen alleen bijdragen aan de groei van het Westen, niet van Burkina Faso zelf. En het milieu zou er enorme schade door lijden.

Ze raakte zwanger en het paar nam afscheid van de inheemse ambtenaar. De ontwikkelingswerker vond namelijk dat zijn kind in Nederland moest worden geboren: je moest je verplaatsen in het leven van de armen, maar je hoefde je niet aan te stellen. Zij hoefde niet zo nodig in Nederland te bevallen, maar als ze toch teruggingen, wilde ze naar haar moeder toe, in de Achterhoek. Als het maar Nederland is, verzuchtte hij.

Ouderschap maakt burgerlijk, zegt men, en dat gold zeker voor de twee ontwikkelingswerkers. Niks geen lychees uit blik meer, maar gezonde appels (hoewel onbespoten) en stevige stukken rood vlees. Hij wilde een geheel nieuwe baby-uitzet en nieuwe meubeltjes aanschaffen, maar zij koos voor de spullen die haar moeder nog had bewaard. Knorrend ging hij akkoord, onder voorwaarde dat het babymatrasje gloednieuw was. Ze legde zich ook neer bij het wolkjesbehang in de kamer en hij mocht de geboortekaart zelf ontwerpen. Daar deed hij nogal geheimzinnig over, wat ze vertederend vond.

Ze hadden het fijn samen, in het dorp in de Achterhoek, en ze toonden aan alle familieleden foto's van hun omzwervingen. Spannende verhalen over staatsgrepen, rovende bendes en wrede rituelen. Maar ze vertelden ook dat de gewone mensen in Afrika eigenlijk aardiger waren dan Nederlanders. Ondanks hun armoede en hun dagelijkse ontberingen waren de Afrikanen spontaner, hartelijker en natuurlijker, en de familie kreeg alles te horen over hun lieve huisvriend, de Burkinese ambtenaar. De dorpelingen waren trots op het paar, dat nog zo jong was, en toch al zoveel van de wereld had gezien.

Op de dag van de bevalling was hij op klassieke manier zenuwachtig. Je kan dan veel van de wereld hebben gezien en een enorme levenservaring hebben opgedaan, de geboorte van je eerste kind is toch een unieke gebeurtenis. Alles verliep voorspoedig en hij overlaadde haar met bloemen en chocolaatjes. Hij had chocolade-bonbons uit Zimbabwe op de kop getikt, bij wijze van herinnering aan hun vroegere leefstijl.

Maar er was toch iets met de baby. Vond zijn schoonmoeder. En later ook hij. En tenslotte zelfs zij. De krulletjes werden niet glad, maar krulden steeds sterker. De huid werd niet lichter, maar donkerder. Het was een zwarte baby. Hij verbrak onmiddellijk de relatie en vertrok. Ze bleef achter met haar Afrikaanse kindje, en moest in haar eentje de priemende ogen van de dorpelingen verdragen. Maar haar aanvankelijke schaamte veranderde in woede jegens haar weggelopen vriend, toen ze het geboortjekaartje zag dat hij ontworpen had. Met vette letters stond er: "In de Achterhoek is een Wereldburger geboren.'