Veiligheid in Israel wordt snel slechter

TEL AVIV, 13 MAART. Wegens de snelle verslechtering van de binnenlandse veiligheidssituatie heeft de Israelische politie gisteravond alle Israelische burgers die daartoe zijn gerechtigd opgeroepen zich gewapend te verplaatsen.

Bovendien zal de politie op grote schaal het wegverkeer tussen Israel en de bezette gebieden door onder andere wegbarricades op te richten scherp gaan controleren. Deze maatregelen zijn met spoed bekend gemaakt nadat gistermiddag langs de snelweg van Tel Aviv naar Jeruzalem het lijk was gevonden van een sedert zondag vermiste soldaat. De borstkas van de soldaat, de 25-jarige Yehoshua Friedberg, een nieuwe immigrant uit Canada, was met kogels doorzeefd.De politie neemt aan dat de soldaat door Palestijnen is ontvoerd en vermoord.

Gisteravond werden twee Israelische soldaten door Palestijnse schutters licht gewond toen een patrouille nabij Hebron onder vuur werd genomen. Eerder op de dag werd de 35-jarige Simcha Levi in haar mini-bus in de Gazastrook, nabij Khan-Yunis, vermoord. Zij voorzag met het vervoer van Palestijnse arbeiders naar joodse nederzettingen in haar levensonderhoud.

Op de plaats waar ze dagelijks Palestijnse vrouwen oppikte stonden ditmaal als Palestijnse vrouwen verklede terroristen. Met een bijl sloegen ze de zijruit naast het stuur van de mini-bus in en met hetzelfde wapen werd Simcha Levi gedood. Omdat ze vertrouwen had in de Palestijnen, met wie ze in de Gazastrook jarenlang samenwoonde, reed zij over wegen die door het Israelische leger voor Israeliërs zijn verboden. “Mij vertrouwen ze. Mij gebeurt niets”, ze ze altijd tegen diegenen die haar voor Palestijnse terroristen waarschuwden.

De joodse kolonisten in de Gazastrook besloten gistermiddag naar aanleiding van deze moord geen gebruik meer te maken van Palestijnse arbeiders in hun landbouwbedrijven. Tijdens een bijeenkomst in een van de nederzettingen schreven zij de toeneming van het "Palestijns terrorisme' toe aan de vredespolitiek van de regering-Rabin. Uit een gisteren in het blad Maariv gepubliceerde opiniepeiling blijkt dat thans 76 procent van de Israeliërs tegen Palestijnse arbeid in Israel is. De Israelische landbouw en bouwnijverheid zijn echter nog steeds in grote mate afhankelijk van goedkope Palestijnse arbeid uit de bezette gebieden.

Naarmate het aantal Palestijnse aanslagen tegen joden in Israel en in de bezette gebieden in een stroomversnelling is gekomen waarschuwen rabbijnen in de bezette gebieden voor een gevaarlijke escalatie van de situatie indien de regering er niet in slaagt deze ontwikkeling in de kiem te smoren. Evenals de minister van onderwijs Shulamit Aloni vrezen zij dat de joodse kolonisten in de bezette gebieden het recht in eigen handen zullen nemen en op een ongekend grote schaal gewapend tegen de Palestijnse bevolking zullen optreden.

Aangezien volgens militaire kringen vooral de Palestijnen in de bezette gebieden over “veel wapens” beschikken kan daardoor een buitengewoon explosieve situatie ontstaan die een zware hypotheek kan leggen op het vredesproces. Extremisten onder de joodse kolonisten (tegen territoriale concessies) en Palestijnen (tegen erkenning van Israel) hebben er om uiteenlopende redenen belang vredeskansen met geweld te belasten.