Turken wijzen beschuldiging bijstandsfraude van de hand

DEN HAAG, 13 MAART. In Nederland bestaat een Armenfonds dat uitkeringen verstrekt aan nooddruftige gezinnen in het buitenland. Met die smoes - en een in het vooruitzicht gestelde beloning van duizend gulden - heeft een aantal in Nederland wonende Turkse verdachten vaders van kroostrijke gezinnen in Turkije weten te bewegen tot het afstaan van hun huwelijksboekje. Daarmee en met behulp van andere vervalste bescheiden wisten de verdachten de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in vier plaatsen enige miljoenen guldens aan kinderbijslag afhandig te maken.

Vier hoofdverdachten stonden gisteren terecht voor de Haagse rechtbank. De exacte omvang van de fraude werd niet duidelijk omdat officier van justitie mr. J. van Eck niet toekwam aan zijn requisitoir en de strafzaak werd aangehouden. Eerder maakte Justitie bekend dat bij de verdachten honderdvijftig dossiers in beslag zijn genomen waarmee ten onrechte gemiddeld 30.000 gulden werd opgestreken.

De SVB zou voor een bedrag van tussen de drie en vijf miljoen gulden zijn opgelicht. De verdachten, bijna allemaal leden van de Turkse familie C. die volgens Justitie een criminele organisatie vormden, beschikten over een reeks van bedrijven waardoor ze valse werkgeversverklaringen konden opstellen. Voor gezinnen die ze in Turkije ronselden - ze hadden alleen belangstelling voor families met minimaal vijf kinderen - werd vervolgens voor hun “werknemers” met terugwerkende kracht over een periode van drie jaar kinderbijslag opgeëist.

De familie liep uiteindelijk tegen de lamp omdat ze voor wel erg veel verwanten uitkeringen opvroegen waarvoor het geld op vier rekeningen in Nederland moest worden gestort. De verdachten waanden zich kennelijk onkwetsbaar. Als uitkeringen niet snel werden overgemaakt, schakelden ze een advocaat in om het geld op te eisen. In juli van het vorig jaar deed de SVB aangifte en werd na een omvangrijk onderzoek de fraude in kaart gebracht.

Acht jaar oud was de nu 30-jarige Ibrahim C. toen hij vanuit een dorpje bij Trabzon naar Nederland kwam. In de loop van de jaren wist hij volgens Justitie de sluipwegen in het bureaucratische Nederlandse uitkeringsapparaat te vinden. De president van de rechtbank mr. M.A.F. Tan de Sonnaville merkte op dat goede controles van de SVB haast zinloos waren “want als alles wordt vervalst, is het ook moeilijk daar doorheen te breken”.

Ibrahim is geen onbekende voor de Haagse rechtbank. Hij werkte er regelmatig als beëdigd tolk. Hij viel gisteren ook op door zijn keurige, ambtelijke taalgebruik. Alle beschuldigingen over oplichting wees hij verontwaardigd van de hand. Ibrahim heeft zich naar eigen zeggen onder andere als directeur van zijn schoonmaakbedrijf of vertaalburo alleen maar beziggehouden met “dienstverlening” aan illegale Turken “die behoefte hadden aan begeleiding”.

Met name uit de telefoontaps bleek evenwel dat hij persoonlijk landgenoten ronselde met veel kinderen. De meeste gezinnen waren familieleden of bekenden uit een 17.000 zielen tellend dorpje in het noord-oosten van Turkije. Zeer belastend materiaal heeft een onderzoekscommissie van de rechtbank tijdens een volgens de officier van justitie “peperdure reis” naar Turkije verzameld. Tegenover de Nederlandse onderzoekers hebben de vaders van de Turkse kinderen verklaard nimmer in Nederland te hebben gewerkt en er zelfs nooit te zijn geweest.

Uit het onderzoek bleek ook dat Ibrahim, tevens eigenaar van een koffieshop in Den Haag, een schijnhuwelijk wist te regelen voor een landgenoot die zich in Nederland wilde vestigen. Bij een huiszoeking in zijn woning in Heinkenszand vond de politie in een doos op zolder 109.000 gulden en een complete schaduwadministratie van "zijn kinderen'. De verdachten beschikten ook over valse Turkse stempels en blanco huwelijksboekjes.

Ibrahim gaf wel toe dat ze af en toe tegen betaling officiële papieren wisten los te peuteren bij Turkse ambtenaren maar de suggestie dat hier dan sprake was van oplichting, wierp hij ver van zich. “Geld geven was een gunst. Zo gaat men in Turkije met elkaar om. Dat dit hier niet zo is, daar kan ik ook niets aan doen”.

Ibrahim en zijn 29-jarige broer Isa, eigenaar van een onderhoudsbedrijf in Den Haag, gaven wel toe aanvraagformulieren te heben ingevuld maar deze nooit zelf te hebben ondertekend. Schriftdeskundigen hebben evenwel vastgesteld dat de Turkse verdachten zeer waarschijnlijk wel handtekeningen hebben vervalst.

Een enkele keer dreigde de oplichting aan het licht te komen als de SVB namelijk eiste dat ze bescheiden overlegde waaruit bleek dat ze de kinderbijslag ook daadwerkelijk overmaakten aan de kinderen in Turkije. Maar met behulp van een computer konden de verdachten vrij envoudig bankpapieren en overschrijvingen vervalsen.

Het meest geïrriteerd toonde Ibrahim zich over het feit dat hem door Justitie ook het lidmaatschap wordt verweten van een organisatie die tot doel had het plegen van misdrijven, te weten het oplichten van de SVB. “Wat is een organisatie?”, vroeg Ibrahim de rechtbank. “Als ik met mensen samenwerk, is contact onvermijdelijk. Criminele organisatie is een duur woord”.

De Haagse rechtbank zal de behandeling van de strafzaak op 14 mei voortzetten.