Rijkdom als tijdbom; China's explosieve cowboy-kapitalisme

Nog geen vier jaar na de onderdrukking van de studentenopstand, die volgens sinologen een politieke en economische ijstijd zou inluiden, dreigt in de Volksrepubliek van Deng Xiaoping oververhitting. Volgende week komt het Volkscongres bijeen om een wijziging van de grondwet goed te keuren, zodat de versnelling van de economische hervormingen formeel haar beslag krijgt. De nieuwe "socialistische markt-economie', lees: het onvervalste kapitalisme, zou in de staatssector echter wel eens tot een miljoenenleger van werklozen kunnen leiden. "Als de bodem uit de rijstkom valt, zal het land door chaos worden overvallen.'

En de doden? ""De doden?'' Even valt Tim Liu stil. Dan zwaait zijn attaché-case weer door het steriele beursgebouw in Shenzhen. Hoor ik de computers niet zoemen? vraagt hij. Zie ik de indexcijfers niet oplichten, weet ik niet dat Het ABC van het beleggen reeds een jaar de Chinese boeken-toptien aanvoert? Als vertegenwoordiger van het Nederlandse effectenhuis Pacific Basin Investments is hij een fervent verdediger van deze experimentele beurs nabij de grens met Hongkong. Natuurlijk, de koersen fluctueren nogal. Hoge verwachtingen, hoge risico's, hoge winsten, en als je pech hebt... Maar wie denkt er aan pech, dachten de goudzoekers eind vorige eeuw aan pech? Honderdvijftig miljard dollar aan spaartegoeden ligt er opgeslagen in de banken van de Volksrepubliek, hon-derd-vijf-tig miljard, en naar verluidt schuilt in sokken en slopen op het platteland nog eens zo'n som. Begrijpelijk dat de Chinese autoriteiten spaarders via een kapitalistisch fenomeen als het beurswezen tot financiële injecties in de economie verleiden. Met een beetje geluk wordt iedereen er beter van - wat een toekomst wacht dit land!

Zodra geprivatiseerde Chinese bedrijven de beursgang maken, raast de officially authorized broker door, ontstaat een run op de aandelen. Zes maanden geleden stond hier in de zomerhitte ruim één miljoen mensen voor de loketten te dringen. Toen geruchten de ronde begonnen te doen dat militairen, prominente partijleden en politie-agenten voorrang kregen, braken er rellen uit. Sensationeel, dáár had ik bij moeten zijn: dienders probeerden klanten met leren riemen, bamboe-stokken en elektrische knuppels van de balies weg te slaan. Tweehonderd gewonden, en... inderdaad, er vielen zelfs doden. ""De prijs van de honger'', zegt Tim Liu. ""Veertig jaar honger, gekweekt door de Partij. Honger in Chinese magen, honger in Chinese hoofden. Maar vooral honger in Chinese portemonnees.''

Groeipercentage

Onopgemerkt door velen voltrekt zich in het zuiden van de Volksrepubliek de snelste industriële revolutie uit de geschiedenis. Terwijl aan de ene kant van de globe het communisme officieel is afgeschaft en slechts naijlt in de vorm van een economisch bankroet, blijkt aan de andere kant van de wereld een laissez-faire-variant op diezelfde leer, het "Socialisme met Chinese Karakteristieken', verantwoordelijk voor een ongeëvenaard Wirtschaftswunder. De Aziatische Ontwikkelingsbank kenschetst China als "de ster van de stagnerende wereldeconomie'. In 1992 was het groeipercentage bijna dertien, waarmee het gemiddelde van vijftien jaar open-deur-politiek op bijna tien kwam. Bij voortzetting van dit tempo steekt het voormalige Rijk van het Midden begin volgende eeuw de VS naar de kroon en bevolken de Chinezen rond 2010 het grootste economische bolwerk ter wereld.

China watchers die dit vier jaar geleden zouden hebben voorspeld, hadden kunnen rekenen op hoongelach. Na het opkomen van "de Zwarte Zon' boven Het Plein van de Hemelse Vrede in de nacht van 4 op 5 juni 1989 orakelden sinologen dat de Volksrepubliek een politieke en economische ijstijd tegemoet ging. Vanaf het moment dat de studentenopstand met tanks en mitrailleurs was gebroken, zag ik Peking in een levenloze stad veranderen. Burgers meden de straat, de toeristenstroom stokte, zakenlieden en buitenlandse politici bleven weg.

Maar langer dan een jaar duurde de stalinistisch getinte regressie niet. Op de voorpagina van de China Daily, staatsapplausmachine in krantevorm, verschenen berichten over de hervatting van internationale leningen aan de Volksrepubliek. Over de avenues zoefden Rode-Vlag-limousines waarmee bezoekende staatshoofden naar de Grote Hal van het Volk werden vervoerd. Business centers in grote hotels riekten als vanouds naar de rijstwijn waarmee contracten waren besprenkeld. In de Wangfujing-straat, de Kalverstraat van de Chinese hoofdstad, openden Benetton en McDonald's drukbeklante filialen.

Nostalgische maoïsten, hardliners en pur-sang-marxisten werden weer verwezen naar het graf waaruit ze tijdelijk waren opgestaan. "Wees moediger met hervormingen', adviseerde Deng Xiaoping begin '92. Hij lanceerde de Grote Sprong naar Rechts, een nieuwe golf radicale initiatieven die de opverende economie extra impulsen moest geven. Het gebruik van een ideologische meetlat achtte hij uit den boze. Een rigide onderscheid tussen socialisme en kapitalisme bestaat niet, "alle methodes die de nationale welvaart dienen, zijn aanvaardbaar'. Voor wie de boodschap niet had begrepen, publiceerde het Arbeidersdagblad een helder commentaar. ""Vasthouden aan oude regels komt neer op het in de kiem smoren van hervormingen, hetgeen gelijk staat aan het ruïneren van onze staat.''

Versnelling

Het Volkscongres, "the People's Republic rubber stamp parliament' (South China Morning Post), komt vanaf maandag bijeen om de jongste versnelling van het reformistische beleid goed te keuren. Op het programma staat een cruciale wijziging van de grondwet: de zin "het land praktizeert een plan-economie op basis van socialistisch, publiek bezit' wordt vervangen door "het land praktizeert een socialistische markt-economie'. Aan een definitie van dat begrip heeft zich tot dusverre niet één Chinese leider gewaagd. Misschien is dat ook te veel gevraagd: in de praktijk tendeert het recept naar een nagenoeg wetteloze vorm van kapitalisme, overgoten met rode retoriek.

Om de geur van de "Deng-wervelwind' op te snuiven, reis ik naar de zuidelijke provincie Guangdong (economisch groeipercentage jaarlijks vijfentwintig tot dertig). Hier liggen de toonaangevende Speciale Economische Zones, waar zo ongeveer alles is toegestaan wat God en de Grote Roerganger ooit eendrachtig verboden. "Laat sommigen eerst rijk worden; bevorder daarna de rijkdom voor allen', luidt de officiële leidraad. Ontmanteling van de plan-economie en privatisering krijgen in China's maatschappelijk laboratorium topprioriteit, de handel kent vrijwel geen beperkingen. Investeerders worden aangetrokken door privileges als belastingvrijstelling en garanties dat vakbonden zich afzijdig houden. Guangdong fungeert als magneet voor buitenlands kapitaal, buitenlandse bedrijven en buitenlandse expertise. Van voorzichtigheid ("De rivier oversteken door te tasten naar stenen onder het wateroppervlak') is alleen in politiek opzicht sprake. Hoe liberaal deze voortrekkersregio ook mag zijn, dissidente geluiden worden consequent gesmoord. Burgers die zich schuldig maken aan ernstige misdaden, ondergaan geen overdreven zachtzinnige behandeling: naast politiebureaus hangen plakkaten die executies bekend maken. Familieleden ontvangen een rekening à dertig cent voor de gebruikte kogel.

Straathandelaar

Guangzhou, de oude opiumstad Kanton, geldt als centrum van het Chinese cowboy-kapitalisme. Ik arriveer in een walmende, hamerende, schreeuwende en dampende agglomeratie, een kokende kluwen zakelijke activiteiten. Competitiedrift en vrijzinnigheid beheersen hier het leven. Weinigen volgen hier de instructies uit Peking letterlijk op. "De bergen zijn hoog en de keizer is ver weg.'

Tienduizenden huiskamers in Guangzhou herbergen privé-ondernemingen: mie-fabriekjes, kruideniers, naai-ateliers, kappers, drukkerijen, massage-salons. In de stegen zit op elke vierkante meter een mensensoort die tijdens de Culturele Revolutie leek uitgeroeid: de straathandelaar. Hij verkoopt levende kikkers, handgesneden chopsticks, foto's van popsterren, Altijd-Gelukkig-sigaretten, een blikje Heineken.

In nissen en portieken bloost Mao Zedong. Overal prijken afbeeldingen van de boerenzoon die lang "China's Roodste Zon' heette. In de stad waar zijn politieke carrière begon ziet hij zich nu gedwongen glimlachend "smerige rechtse uitwassen' te aanschouwen. Een ultra-linkse staatsman verdwaald tussen de ikonen van de nieuwe tijd: Marlboro-posters, Levi's-affiches, de Mercedes-Benz-ster en reclames van Remy Martin (Life is what you make of it).

"De ambitie van een man is groter dan de hemel', zegt een Chinees spreekwoord. In Guangzhou, waar het gemiddelde inkomen - toch al veruit het hoogste van het land - vorig jaar met dertig procent steeg, heeft die ambitie vooral materialistische trekken. Onlangs verrees in het centrum een moderne versie van Het Grote Gebouw waar Duizend Dingen te koop zijn, een soort Bijenkorf met schappen vol Franse parfums, Mars-repen, diepvries-pizza's, Philips-scheerapparaten, westers maandverband, Heinz-etenswaren en American Liberty Tea. Winkelende dames in stola's strelen het gezicht van blanke, blonde etalagepoppen. Heren slaken op de lingerie-afdeling bewonderende kreten als ze paarse jarretels, doorzichtige beha's en slips met tijgerdessin keuren. Na het tonen van hun credit card sjokken ze quasi-nonchalant weg, tassen torsend waarop It's a men's world staat geschreven.

Ik betrap me op ergernis. In elk paar Chinese ogen ontwaar ik dollartekens en langzaam maar zeker ontstaat het gevoel dat de inwoners van deze metropool hun ellebogen met puntenslijpers hebben gescherpt. Hoe verwoordde Colin Thubron het ook alweer in Behind the wall? ""Onbewust eiste ik dat de Chinezen zich hielden aan mijn puriteinse concept van communisme, of aan een andere vorm van pastorale eenvoud. Maar ze weigerden resoluut. Ze hadden niet de intentie mijn romantische gevoelens te voeden met hun lijden. Ze wilden die televisies.''

Golfbaan

Voor de ingang van het South Sea Fishing Village-restaurant staat een Rolls Royce. Bezoekers van Guangzhou's culinaire hotspot worden door een lilliputter in smoking naar binnen genood. Als ze gaan zitten, krijgen ze behalve het menu ook een exemplaar van de Hongkong Commercial Daily aangereikt. Voor de nouveaux riches die hier dineren zijn de jaren van rauwe rijstebrij en pekelgroenten definitief voorbij. In hun appartementen hebben huisbedienden en gouvernantes eigen vertrekken. Op hun bankrekeningen staan soms miljoenen yuans. Aan de rand van de stad zullen ze binnenkort in de schaduw van lychee-bomen balletjes putten op China's eerste golfbaan (lidmaatschapskosten: twintigduizend dollar). Tijdens hun vrije uren dragen ze Nikes, aan lopende banden in elkaar gestikt door Chinezen die zich zulke sportschoenen niet kunnen veroorloven.

Tafels kraken onder enorme hoeveelheden delicatessen, de nota kan oplopen tot zevenduizend gulden. In champagnekoelers glimmen flessen Dynasty-wijn, volgens hardnekkige geruchten een Chinees produkt, geplukt door dwangarbeiders in strafkampen. Ik schuif aan bij Lin Mak, een handelaar in karaoke-machines die zich te goed doet aan cognac en een levende kreeft. Hij frequenteert dit eetpaleis tien keer per maand. ""Niet gek voor een jongen die nooit een middelbare school van binnen heeft gezien'', zegt hij lachend.

Naast de toekomstig miljonair (""Geef me nog een jaar'') zit zijn 19-jarige minnares, gehuld in een strakke zijden broek en haute-couturejasje. Met haar roodgelakte nagels krabt ze aan een sticker op de brommerhelm die voor haar ligt: het embleem van de gemeentepolitie. ""Mijn echtgenoot is agent'', giechelt ze. ""Ik wil liefst morgen van hem scheiden.'' Ze adoreert haar "dearest moneymaker' en is na een vingerknip komen opdraven voor een maaltijd met entrepreneurs uit de minderhedenprovincie Yunnan. Wat bevalt Lin Mak het meest aan zijn vriendin? ""Haar toewijding en haar lichaam'', zegt hij. En haar ideeën? ""Ideeën kunnen me niks schelen. Alleen geld telt. Je hebt heel wat nodig voor het Tudor-horloge dat ik draag. Alhoewel, dit exemplaar komt niet uit Genève - het is vals.'' Ook voor zijn onophoudelijk rinkelende mobile telephone excuseert hij zich: ""Een goedkoop Motorola-model, 3500 dollar.''

De vader van Lin Mak was vuilnisophaler. ""Hij viste limonadeflessen uit afval om statiegeld te innen. Zo begon hij op primitieve wijze een particulier bedrijfje, terwijl dat in strijd was met de ideologie.'' De oude tijden? ""Rampzalig! Niet toegestaan om rijk te worden.'' De nieuwe tijden? ""Vooruitgang! Makkelijker om rijk te worden.'' De nadelen van het huidige China? ""Duidelijk! In de Volksrepubliek is het nog steeds onmogelijk om moeiteloos rijk te worden, hahaha.''

Het gebrek aan scrupules dat mijn gesprekspartner demonstreert, zou me niet moeten verbazen. Genietend van Groen-Eilandbier en zeekomkommer (dood) herinner ik me de uitspraak van een bevriende studentenleider, die kort na de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede een driedelig kostuum plus stropdas aanschafte, zijn punkkapsel fatsoeneerde, visitekaartjes liet drukken en in zaken ging: ""Een egalitaire maatschappij is China nóóit geweest. In feite staat het communisme haaks op onze cultuur. Het vermogen geld te vergaren gold in het Rijk van het Midden als een deugd - zelfs als het ten koste van anderen ging.''

Dickens

De Lin Maks van China noemen zich 's lands "ware revolutionairen'. Trots citeren ze een recent woord van Deng Xiaoping. "Is het goede politiek om de hele dag marxistisch-leninistische principes en uitdrukkingen te citeren, en daarmee anderen te kritiseren?' Nee, antwoordde Deng zelf, integendeel. Orthodoxe geesten die de moderniseringen hekelen, zijn juist "gevaarlijk'. "Linksleunend beleid is fout. De ware revolutionairen steunen de hervormingen.'

Als mijn blik weer over de tafels van de ware revolutionairen in het South Sea Fish Village glijdt, bekruipt me het gevoel dat Dickens over mijn schouder meekijkt. Om de hoek van dit etablissement liggen daklozen onder trappen, in viaducten en midden op kruispunten te slapen. Dagelijks komen circa 50.000 goudzoekers uit het arme hart van de Volksrepubliek aan. Op nieuwjaarsdag besloten zelfs 190.000 Chinezen hier een nieuw leven te beginnen. In versleten Mao-jasjes, lompen of zeil schuimen ze de straten af. Sommigen liggen halfnaakt in de goot tegen zichzelf te praten, verward, vervuild, de handdoek waarin hun bezittingen zijn gerold tegen de borst klemmend.

Overdag voegen ze zich bij de werklozen die in hurkzit op stoepranden samenscholen. Provisorische houten reclameborden vestigen tevergeefs de aandacht op hun kwaliteiten. Als de schemering intreedt, komt het politie-apparaat in actie. Westerlingen die zich in Guangzhou hebben gevestigd, vertellen verhalen over nachtelijke razzia's. "Ontheemden worden gemolesteerd, de treinen ingeknuppeld en teruggestuurd. De volgende dag reizen ze opnieuw naar de stad en begint het ritueel van voren af aan. Je ziet de situatie van week tot week verslechteren. Het verschil tussen de have's en de have nots neemt absurdistische vormen aan. Oppervlakkig gezien gaat het fantastisch met China, maar het broeit.'

Redacteur

Gespannen leest Wang Qinghua het schrijven dat ik meekreeg van zijn naar West-Europa afgereisde vriendin. Sinds hij deelnam aan de studentenopstand, vrijelijk tegenover buitenlandse journalisten kritiek spuide op de communistenkliek, en na het uiteindelijke bloedbad in Peking werd gedwongen tot het schrijven van zelfkritieken waarin hij zijn "wangedrag' betreurde, is hij op zijn hoede. Maar de brief overtuigt hem. De intellectueel met zijn warrige haardos, zijn dikke brilleglazen en zijn hip bedoelde jasje ("Dance to the beat') besluit me te vertrouwen.

Wang Qinghua is redacteur van een literaire staatsuitgeverij. Vroeger verrichtte hij zijn werk met vreugde: de overheid schroomde bijvoorbeeld niet een uit tien kloeke delen bestaand Overzicht van de Poëzie aller Werelddelen op de markt te brengen. ""Vandaag de dag is zo'n zwaargesubsidieerde uitgave uitgesloten'', zegt hij. ""De nadruk ligt op soap-achtige boeken waarin mensen roddelen, vreemdgaan en moorden. Het verkoopsucces van zulke romans is gegarandeerd.'' Verder storten lezers zich op pornografische tijdschriften, magazines met fotoreportages over het gezinsleven van de Clintons en De Krant voor Verkeer en Toerisme, die Camilla-gate tot haar vakgebied rekent en de tekst publiceert van "een schokkende conversatie' tussen prins Charles en zijn geliefde, inclusief de roemruchte tampon-passage.

De vraag of Guangzhou zoiets als een intellectueel klimaat kent, doet Wang Qinghua schateren. ""Geloof me of niet, van de vijf miljoen inwoners zijn er hoogstens duizend geïntrigeerd door geestelijke zaken. Non fiction-werken over de Golfoorlog, religie, de rellen in Los Angeles, ontwikkelingshulp of kunst gaan zelden over de toonbank. De stad heeft één goede bioscoop; de meest serieuze film die daar de laatste maanden draaide was Terminator 2.'' In politiek opzicht is het dood tij, zegt hij. ""Illegale democratische partijen en vakbonden, een mensenrechten-organisatie of een ondergrondse bestaan niet in Guangzhou. Het is geen kwestie van angst - nergens anders wordt zo inventief met regels en wetten gespot als in het zuiden van de Volksrepubliek - het is pure desinteresse. In de hoofden van mensen gonzen nu slechts twee woorden: seks en geld - véél geld.''

Van de "communistische pest' naar de "financiële pokken': China verwisselt volgens Wang Qinghua een geestelijke slavernij voor een materiële. ""Het bizarre is dat juist uit deze a-politieke atmosfeer op den duur grootschalig maatschappelijk protest kan voortvloeien. Waarom? Heel eenvoudig: het gaat tè goed. Economen waarschuwen voor oververhitting. De controle is weg, de zaak loopt uit de hand. Woede over de voortdurende prijsstijgingen, onvrede over de scheve inkomensverdeling, explosieve ontwikkelingen!''

Zomaar een theorietje van intellectuelen die naar een omwenteling verlangen is het niet. Twee weken geleden presenteerde de Academie van Sociale Wetenschappen in Peking een opmerkelijk rapport. Belangrijkste conclusie: als de onrechtvaardige spreiding van de welvaart, het machtsmisbruik, het nepotisme, de criminaliteit en de geldontwaarding geen halt wordt toegeroepen, staat China op korte termijn "sociale onrust' te wachten. Ja, beaamt Wang Qinghua mijn vergelijking: 1989 revisited. Aan de vooravond van de Chinese Lente, tijdens discussies die preludeerden op de demonstraties, de hongerstakingen en de bezetting van het Plein van de Hemelse Vrede, waren corruptie en inflatie óók al de trefwoorden.

Tijger

Op de laatste dag van mijn reis door Guangdong koop ik de South China Morning Post, een in Hongkong volgeschreven en gedrukte krant die ondanks haar scherpe toon zonder problemen tot kiosken van hotels in de Volksrepubliek doordringt. ""Het communistische regime vragen afstand te doen van zijn monopolie'', schrijft de gezaghebbende commentator Willy Wo-Lap Lam, ""is hetzelfde als een tijger verzoeken uit zijn huid te stappen.'' Zolang het bewind erin slaagt de hypersnelle economische groei op min of meer evenwichtige wijze te handhaven, heeft het volgens hem weinig te vrezen. Maar ontspoort de socialistische markt-economie, dan zal het ""halfbakken marxistische mantra's grommende roofdier'' worden gevild.

Een Nederlandse sinoloog, op bezoek in Guangzhou, voorspelt "wanordelijke toestanden'. ""Als tijdens het afgelopen decennium éts de almacht van Deng en zijn partij legitimeerde, dan was het de verbetering van de levensomstandigheden van honderden miljoenen Chinezen'', zegt hij. ""Maar de weg die daarvoor is gekozen voert automatisch van succes naar ondergang. Privé-ondernemingen, joint ventures en multinationals die de ruimte hebben gekregen, zullen de staatssector in de Volksrepubliek kapot concurreren.'' Hij wijst op omineuze schattingen uit de hoek van de Aziatische Ontwikkelingsbank: ""Bij de Chinese overheid zouden binnen tien jaar honderd tot honderdvijftig miljoen ontslagen kunnen vallen. Dondert de bodem inderdaad volledig uit de ijzeren rijstkom, dan wacht het land luan, chaos. Wat de letterlijke betekenis van een boom is, moet China nog ontdekken.''

De namen van de handelaar in karaoke-machines en de redacteur van een staatsuitgeverij in dit artikel zijn gefingeerd.