Nederlands geld naar Servië en Montenegro

DEN HAAG, 13 MAART. Nederland hervat met terugwerkende kracht de betaling van uitkeringen en pensioenen aan mensen in de voormalige Joegoslavische republieken Servië en Montenegro. Dit heeft het kabinet gisteren besloten.

Deze betalingen werden in juni van het vorig jaar stopgezet, omdat Nederland zich strikt wenste te houden aan de resolutie van de Veiligheidsraad van 30 mei 1992, waarin het overmaken van geld naar Servië en Montenegro werd verboden. Het gaat hierbij om mensen die in Nederland hebben gewerkt en dus rechten hebben opgebouwd. Ze ontvangen sociale uitkeringen, remigratiepremies of aanvullende pensioenen.

Nederland volgt nu het voorbeeld van een aantal andere Westerse landen om een uitzondering te maken op het embargo van de Verenigde Naties voor dit soort uitkeringen. Het Sanctiecomité van de VN heeft in oktober van het vorig jaar bepaald dat dit op humanitaire gronden toegestaan is.

In het geval van Nederland gaat het om ruim 300 mensen met de Nederlandse en Joegoslavische nationaliteit, die in totaal ongeveer 5 miljoen gulden per jaar ontvangen. Het kabinet werkt nog aan een maatregel die moet voorkomen dat overheidsinstellingen in Servië en Montenegro profiteren van de hervatting van de uitkeringen. De uitvoeringsmaatregel moet zorgen dat het geld in handen van de rechthebbenden komt. Het kabinet heeft gisteren onderstreept dat de sancties tegen deze republieken “ten stelligste” moeten worden nageleefd.