Misverstand der seksen

Fabrieksgeheimen, de Industriebond FNV en het misverstand der seksen; Mirjam Elias; Stichting FNV Pers, Amsterdam, 1993; 280 pag.; ISBN 90-5389-03-9; 27,50 gulden

Diep in hun hart moeten ze zenuwachtig zijn geweest. Maar natuurlijk lieten ze die ochtend niets merken. Met rechte schouders en opgeheven neus stapten ze de fabriekshal binnen. Voor het eerst ging een groep vrouwen in de zware produktie van Philips aan het werk. Voor binnenkomst plakten mannelijke werknemers onopgemerkt condooms op de ruggen van de vrouwen. Succes verzekerd. De fabriekshal vol kerels brulde van de lach.

Het was de ontvangst die de mannen van Philips eind jaren tachtig voor hun vrouwelijke collega's in petto hadden. Gewoon wegens de bedreiging, zegt districtbestuurder F. van der Smissen van de Industriebond FNV: “Wijven op onze plek.”

Het is een van de vele voorbeelden die auteur Mirjam Elias in het boek Fabrieksgeheimen, de Industriebond FNV en het misverstand der seksen naar voren haalt.

Over het voorbeeld van Philips valt nog te gniffelen. Maar wat te doen bij het hoofdstuk Hoogovens? Begin jaren tachtig werd de produktieafdeling "Warmband I' van dit staalconcern voor vrouwen opengesteld. Kort na de komst van vrouwen werden drie stagiaires van de bedrijfsschool op deze afdeling aangerand. De directie van het staalconcern besloot vervolgens de Warmband maar weer voor vrouwen te sluiten.

Soms loopt het misverstand der seksen uit op een regelrechte oorlog der seksen. De voorbeelden uit Fabrieksgeheimen spreken boekdelen. De industrie is nu eenmaal bij uitstek een sector waar mannen met stalen spierballen heersen. Werknemers moeten er vakmanschap hebben, technisch inzicht en goede fysieke gesteldheid. Dat zijn niet direct eigenschappen die men aan het vrouwelijk geslacht toeschrijft.

Een vakbond wordt gevormd door zijn leden. Niet voor niets houden bestuurders de werknemers tijdens acties regelmatig voor: “De bond, dat zijn jullie”. De Industriebond FNV was dan ook geen voorloper op het gebied van emancipatie. Vrouwelijke vakbondsleden die veranderingen bepleiten binnen hun bedrijf troffen vaak onwillige bestuurders op hun weg. Binnen de Industriebond FNV werden vrouwelijke bestuurders met wantrouwen bejegend. Als er koffie moest worden ingeschonken tijdens vergaderingen, keek iedereen naar die ene vrouw aan tafel. “Denken jullie soms dat ik de koffie met mijn geslachtsdeel inschenk?” diende één hen van repliek.

Mirjam Elias, die het boek in opdracht van de Industriebond FNV schreef, laat haar opdrachtgever niet vrijuit gaan. Dat levert een interessante kijk op het emancipatiegehalte van deze vooraanstaande FNV-bond op. Jarenlang verkeerde de bond in een vicieuze cirkel. Hij deed niets aan beleid dat specifiek op vrouwen was gericht, want “die werden toch geen lid”. En vrouwen weigerden lid te worden van de industriebond, want “die deed nooit iets voor ons”.

Het aantal vrouwen binnen de Industriebond FNV is inmiddels gestegen tot acht procent van het ledenbestand, vooral sinds de "ontdekking' van de schoonmaakbranche en de kantoren bij industriële bedrijven. Het personeel in de schoonmaakbranche bestaat voor driekwart uit vrouwen. In leidinggevende functies binnen de Industriebond FNV zijn vrouwen overigens nog ver in de minderheid. Slechts een op de twintig kaderleden is van het vrouwelijke geslacht.

Vrouwen in de industriële sector worden niet graag op hun vrouw-zijn beoordeeld. Ria Otten is zo'n type stoere meid. Ze had een hekel aan poppen en repareerde samen met haar vader de autobus. Toen ze bij Hoogovens begon, dacht ze: “Hoi, lekker met mannen werken.” Maar al snel bleek dat de enige steun in het bedrijf van haar eigen seksegenoten kwam.

De vrouwen die achter de eerste grote staking voor gelijke beloning stonden - bij ritssluitingenfabriek Optilon in 1973 - griezelen bij het begrip feministe. “In 1973 wist ik niet eens wat dat woord inhield. We gingen gewoon recht op de man af, geen enkele zijweg bewandelden wij.” Feministes waren vrouwen die academisch gevormd waren. “Toen ze de fabriek binnenkwamen, leken ze toch meer op de dochters van de directeuren dan op ons”, verzucht een werknemer.

Als schets van "werkende vrouwen, toen en nu' is Fabrieksgeheimen een boeiend en leesbaar boek geworden. Daaraan dragen vooral de vele, voor zichzelf sprekende voorbeelden bij.

Jammer is dat de laatste hoofdstukken van de uitgave discussies betreffen die alleen zeer direct betrokkenen bij het vakbondswerk zullen interesseren. In de inleiding waarschuwt Mirjam Elias al voor het gebruik van jargon. Aanvankelijk legt zij nog ijverig begrippen als "vrouwenwerk' en "districtsbestuurder' uit, maar verderop schieten de afkortingen van bonden, commissies en secretariaten over de pagina's alsof het voor iedereen dagelijkse kost is. Onvermijdelijk, meent de auteur, omdat het boek ook voor de scholing van bestuurders en kaderleden zal worden gebruikt. Alsof de vrouwen-met-condoom van Philips en de aangerande werknemers van Hoogovens niet voldoende tot lering strekken.