Mgr. R.Ph. BÄR; Een katholiek met durf

Zijn naam kwam niet voor op de voordracht van het Rotterdamse kapittel. Toch werd drs. R.Ph. Bär op 20 oktober 1983 door de paus benoemd tot bisschop van Rotterdam, als opvolger van dr. A.J. Simonis die aartsbisschop van Utrecht was geworden.

Er was kritiek op de benoeming, bijvoorbeeld van de kant van J. ter Laak, secretaris van de katholieke vredesbeweging Pax Cristi. Die meende dat de nieuwe bisschop bijzonder trouw was aan Rome en zich in politiek opzicht bewoog op de rechterflank van de NAVO. In de tijd van de discussie over de plaatsing van de kruisraketten een "doodzonde'. De vereniging van pastoraal werkenden in het bisdom Roermond was beducht voor de “autoritaire karaktertrekken” van de net benoemde bisschop.

Tien jaar later is dat beeld drastisch gewijzigd. Geprezen om zijn managment-capaciteiten en om zijn vermogen tot communiceren, ook met andersdenkenden, de vandaag teruggetreden bisschop Bär van Rotterdam heeft zich binnen en buiten zijn bisdom geliefd weten te maken. Bij de gelovigen omdat hij hun ruimte gaf voor twijfel, bij andersdenkenden omdat hij steeds minder overkwam als een boodschapper van Rome. Zei hij niet immers drie weken geleden in een interview in Vrij Nederland: “Laten de mensen die zich druk maken om de overbevolking tegen de paus zeggen dat het verbod op het gebruik van anticonceptie misdadig is. Zolang dat niet gebeurt, kun je niet zeggen dat de paus er niet voor openstaat.”

Vijf jaar na zijn benoeming zei ook Ter Laak van Pax Cristi: “Hij is bereid te luisteren naar mensen met wier ideeën hij het niet eens is. Van de bisschoppen is hij degene die het gemakkelijkst aanspreekbaar is.”

Hij heeft zich altijd verzet - doet dat nog steeds - tegen de waan van de dag. Tegen de opvatting dat alles moet kunnen, dat een mens op alles recht zou hebben. In 1985 zei hij in deze krant: “Men is in het opgezweepte wilde Westen met zijn heksenketelachtige toestanden zo a-religiueus en onmetafysisch geworden.”

Bär beleefde de aardse werkelijkheid als jongen in het Jappenkamp waar zijn moeder overleed. Zijn ervaringen dáár werden mede bepalend voor de manier waarop hij de wereld om zich heen bekeek. Opgevoed in een Nederlands Hervormd gezin werd hij in 1954 katholiek. Een katholiek met durf, die tegen alle regels in, bijvoorbeeld in november vorig jaar de discussie aanzwengelde over de toelating van de gehuwde man tot het priesterambt.

Bär bleef, met zijn collega Ernst van Breda, in gesprek met de progressieve Acht Mei Beweging. In 1988 zei de toenmalige voorzitter van de Acht Mei Beweging, W. Stael Merkx: “Hij zegt: "Ik ben het niet met jullie eens', maar hij springt er niet meteen bruut bovenop. Als hij daar meer gezag zou krijgen, zou het er voor de roomskatholieke kerk in Nederland heel wat beter uitzien.”