"Maastricht' goed thema om plakkende gasten weg te jagen

LONDEN, 13 MAART. “Indien men het verdrag van achteren naar voren leest en daarbij acht slaat op elk van de minder belangrijke elementen die betrekking hebben op Artikel 2, dan kan men zeggen dat Artikel 102A ondergeschikt is aan Artikel 3A omdat het op die manier is verwoord. Maar men kan ook zeggen dat Artikel 3 ondergeschikt is aan Artikel 3A.”

Vervelend? Dit is nog maar een héél korte momentopname van het zich voortslepende debat in het Lagerhuis over de Wijziging Wet Europese Gemeenschap, zoals de beoogde incorporatie van het Verdrag van Maastricht in het Britse wetsstelsel heet. Het is een citaat van Bill Cash, jurist, Lagerhuislid voor Staffordshire en een leidende Tory-rebel. Hem hoef je over het verdrag niets te vertellen. Hij kent de tekst uit zijn hoofd - anders dan sommige ministers die ronduit bekennen dat ze het verdrag nooit gelezen hebben - en hij kan er uren achter elkaar over spreken.

Dat doet hij dan ook. Aan het begin van het debat, op 1 december van het vorige jaar, had alleen Cash al 225 amendementen ingediend. Hij sprak twee uur over een punt van orde. Dat was in zekere zin een record. Sir Richard Body, een andere "Euroscepticus' uit John Majors partij, sprak later vijf uur over een inhoudelijk punt. De Conservatieve whips, de met fractiedwang belaste "gesels' van een partij in het parlement, durfden de vraag of het debat op deze manier voortgezet moest worden in dat vroege stadium van de behandeling niet aan stemming in het Lagerhuis te onderwerpen. Op de welwillendheid van de rebellerende partijgenoten zou immers later zeker nog een beroep moeten worden gedaan.

Meer dan honderd uren, verdeeld over drie maanden, zijn de Britse parlementariërs inmiddels bezig met een regel-voor-regelbehandeling van het verdrag. Het schouwspel dat zich week-in, week-uit in het Paleis van Westminster afspeelt, vertoont gaandeweg meer het aanzien van een simultaan-bokswedstrijd in de voorlaatste ronde. De meeste deelnemers zijn moe maar weten dat ze niet kunnen opgeven.

De regering-Major, de uitdager, heeft het voordeel dat ze met regelmaat een frisse kandidaat in het veld kan brengen. Zij heeft van het begin af aan gegokt op het soort slag dat voornamelijk door uitputting bij de tegenstander gewonnen zou gaan worden. Maar Bill Cash en de zijnen geven tot nu toe niet op en lijken zelfs aan kracht te winnen. Deze week kregen ze 26 van hun partijgenoten zo ver dat die over een (niet essentieel) onderdeel van het verdrag tegen hun eigen regering stemden, terwijl achttien partijgenoten zich van stemming onthielden. Noch een publiek appel van ministers vooraf, noch smeekbeden en dreigementen van de Torywhips in het Lagerhuis, haalden iets uit bij de rebellen.

Een amendement van Labour over het afvaardigen van gekozen (en niet: benoemde) leden naar het nieuwe "comité voor de regio's' van de EG werd door hun actie met 314 tegen 292 aangenomen. Het directe resultaat is tweeërlei: de bokswedstrijd wordt met enkele ronden verlengd - de parlementaire procedure vergt een omweg die weken extra in beslag kan nemen - en John Major ziet zich door zijn eigen partijgenoten publiekelijk vernederd. Geen van tweeën verhoogt het aanzien van Groot-Brittannië en zijn premier in Europa.

Voor het grote publiek dat overwegend zijn buik vol heeft van de manier waarop de Tories het land besturen (volgens een opiniepeiling in The Times), is zo'n onverwachts harde linkse met spectaculair resultaat wel weer even aardig. "Maastricht' en de letter van het verdrag is hier zo'n uitgekauwd onderwerp geworden, dat vrijwel overal buiten het Lagerhuis selectieve doofheid optreedt zodra het woord maar valt.

De sketchwriter van The Guardian, Andrew Rawnsley, deed zijn lezers het onderwerp deze week nog aan de hand als het perfecte middel om langplakkende gasten na een dinertje het huis uit te jagen. Beter dan als gastheer alvast je pyama aantrekken, was het poneren van de vraag: “Zeg, wat vinden jullie van Maastricht?”

Bookmakers William Hill reviseerden de dag na Majors nederlaag onmiddellijk de kans dat hij aan het eind van dit jaar geen premier meer zal zijn van 7/4 naar 6/4. Het verbeten gezicht van Major toen de uitslag van de stemming hem gewerd, sprak boekdelen. Er was niet eens een hoofdknikje naar de wachtende camera's voor 10 Downingstreet, alleen een nadrukkelijke rug die in de ambtswoning verdween. In feite leed Major zijn eerste fysieke nederlaag in het Lagerhuis sinds hij premier is. Dat lijkt niet zo erg, ware het niet dat het de tweede nederlaag in bijna veertien jaar Conservatief regeren is.

Daarbij heerst de indruk dat deze partijleider klap op klap heeft moeten incasseren sinds hij in april 1992 de verkiezingen voor de Conservatieven wist te winnen. En elke dreun leek van eigen makelij. De blos van gelukzaligheid die een jaar geleden op Majors wangen lag, is weggevaagd door crisis na crisis: mijnsluitingen, drie miljoen werklozen, het verlaten van het Europese Monetaire Stelsel (EMS) en nu de nederlaag over Maastricht. In de rug gestoken door zijn eigen partijgenoten, nadat hij nog wel openlijk een beroep had gedaan op het spreekwoordelijke sluiten der rijen, waar de Tories zo sterk in zijn.

John Smith, de Labourleider, wreef dinsdagmiddag in Prime Minister's Question Time meteen extra zout in de wonde: “Dringt het dan niet tot hem door, Madam Speaker, dat hij helemaal niet in de rug is gestoken zoals hij klaagt. Maar dat hij, integendeel, zichzelf in de voet heeft geschoten?”

Desondanks weet de premier dat hij de slag moet voortzetten omdat hij zijn persoonlijke geloofwaardigheid en die van Groot-Brittannië als medespeler in het Europa van de Twaalf aan ratificatie heeft verbonden. Achter de schermen is één van de argumenten die Majors whips gebruiken, dat van “stem nou maar vóór Maastricht, want het hele verdrag stelt steeds minder voor”. De bedenkingen in Denemarken, de wijkende mogelijkheid van een Europese monetaire unie en de nationalistische oprispingen in de lidstaten hebben "Maastricht' al uitgehold tot niet meer dan “een Anschluss van Europese staten die inmiddels gedateerd is”, zoals Simon Jenkins onlangs in The Times schreef. In het openbaar kunnen de premier en zijn ministers die stelling natuurlijk niet verdedigen.

Michael Heseltine, de minister van handel en industrie, legde deze week voor het eerst handig een verband tussen "Maastricht' en het onderwerp dat de Britten primair bezig houdt: werkgelegenheid. Hij poogde het hart van de rebellen te raken door de waarschuwing dat buitenlandse investeerders Groot-Brittannië de rug dreigen toe te keren, nu het land als potentieel anti-Europees wordt ervaren.

De oppositie wrijft zich intussen in de handen over het effect dat haar amendementen hebben. Bijna dagelijks melden de kranten nieuwe details over de toenemende bitterheid tussen pro- en anti-Europeanen in de Toryfractie, die elkaar proberen te ondermijnen waar dat maar mogelijk is. Labour en Liberale Democraten voeren beide "Europa' hoog in het vaandel. En beide zullen - als Labourleider Smith niet van gedachten verandert - premier Major uiteindelijk helpen de goedkeuring voor ratificatie in het Lagerhuis in de wacht te slepen, omdat ze bovenal goede Europeanen willen lijken.

Maar beide partijen eisen ook dat de zogenoemde sociale paragraaf - waarop Major alleen voor dit land een uitzondering bedongen heeft - alsnog wordt omhelsd. Het Lagerhuis moet over dit punt nog stemmen, vermoedelijk half april, en een nieuwe nederlaag staart Major op dit punt in het gezicht. De premier mag volhouden dat een Lagerhuismeerderheid vóór omhelzing van de sociale paragraaf de regering niet bindt om die ook daadwerkelijk te accepteren, maar dat argument klinkt steeds zwakker. De Tory-rebellen sturen aan op een situatie waarin Major zo desperaat zal zijn om zijn gezicht te redden, dat hij alsnog door de bocht gaat voor hun verlangen een referendum te organiseren.

Donderdagavond leken de oproerlingen opnieuw aan de winnende hand. De regering kwam terug van haar dreigement dat ze het Lagerhuis de hele nacht in sessie zou houden om voortgang te maken met "Maastricht'. Ten minste drie wetsontwerpen voor dit parlementaire jaar liggen op de plank, omdat "Maastricht' het hele parlementaire systeem verstopt. Maar de whips roken oproer en durfden het opnieuw niet op een confrontatie te laten aankomen. Iedereen mocht al om tien uur naar huis. Gistermorgen heette het in beide kampen van de verdeelde Torypartij dat de regering geen lef heeft en haar gezag, voor zover nog aanwezig, in elk geval niet durft laten gelden.