Industriebond staakt WAO-verzet metaal

ROTTERDAM, 12 MAART. De Industriebond FNV kan een klein vermogen aan propaganda-materiaal naar de vuilnis brengen. "WAO in de CAO', prijkt op tienduizenden folders, affiches en brochures. Want de compensatie van de verlaagde WAO-uitkeringen was “prioriteit nummer één” in het lopende CAO-overleg.

Wàs, want gisteren verklaarde N. Broers, eerste onderhandelaar van de FNV-bond in de metaal- en elektrotechnische industrie, opeens laconiek: “We moeten voor de werknemers een CAO afsluiten. De WAO-reparatie is daarbij van ondergeschikt belang”.

De drie andere bonden toonden zich “compleet verrast”, zeiden dat ze van niets wisten, sputterden aanvankelijk nog wat tegen, maar schikten zich uiteindelijk in de majeure buiging van Broers. Die komt er op neer dat op bedrijfstakniveau niet langer een collectieve regeling voor reparatie van het WAO-gat wordt geëist, maar dat volstaan zou kunnen worden met een dringende aanbeveling aan de afzonderlijke werkgevers om een collectieve regeling in welwillende overweging te nemen, als daar ten minste belangstelling voor bestaat bij een substantieel aantal werknemers, bijvoorbeeld de vakbondsleden (70.000 van de in totaal 200.000 werknemers die onder de CAO-metalektro vallen).

Daarmee is de voorwaarde van de metaalwerkgevers (verenigd in de FME) vrijwel integraal ingelost. Zij keerden zich van meet af aan pertinent tegen enige collectieve regeling ter reparatie van het WAO-gat op bedrijfstakniveau. De verlaagde WAO-uitkeringen mogen van de FME best worden gecompenseerd, maar dan moet dat de keuze van de individuele werknemer en de individuele werkgever kunnen zijn.

“We willen een individuele bestedingsbeslissing in plaats van een collectieve verplichting”, zei FME-voorzitter J.L. van den Akker één en andermaal. Daarbij voelde hij als werkgevers-voorman van trendsettende bedrijfstak niet alleen de hete adem van de overkoepelende werkgeversorganisaties NCW en VNO in de nek, maar wist hij ook de ogen van het kabinet op zich gericht. De ministers hadden inzake de WAO “de rug recht gehouden”, zei premier Lubbers, nu moesten de CAO-onderhandelaars datzelfde doen.

Er is door werkgevers wel eens slechter naar het kabinet geluisterd, maar het resultaat van de vakbondsconcessie is in elk geval dat werkgevers en bonden waarschijnlijk dit weekeinde - hierover was rond middernacht nog onduidelijkheid - weer aan de tafel schuiven om het zestien dagen geleden vastgelopen CAO-overleg te hervatten. Nu de angel van de WAO-reparatie er uit is, hoeft een akkoord niet lang meer op zich te laten wachten. Op de andere hoofdthema's - ziekteverzuim, aanpassing VUT, loon en extra opleidings- en werkervaringsplaatsen - lagen tijdens de vorige onderhandelingsronde (25 februari) compromissen binnen bereik.

Welke gevolgen het mislukken van de collectieve WAO-reparatie in de metaalindustrie heeft voor het overige CAO-overleg, valt nog niet te zeggen. Maar zeker is wel dat de bonden het in de metaalnijverheid en de schoonmaaksector, waar ze relatief weinig leden hebben, niet gemakkelijker hebben gekregen. In de bouw en de grafische industrie ligt het anders, doordat ze daar traditioneel een veel sterkere positie innemen. En in het bank- en verzekeringsbedrijf ligt het weer anders, omdat daar de kosten van het dichten van het WAO-gat verhoudingsgewijs gering zijn vanwege de kleinere WAO-instroom.

Hoe dit ook zij, in de metaalindustrie hebben de bonden heel wat aan hun achterbannen uit te leggen. Ze gingen de onderhandelingen anderhalve maand geleden in met de eis van een verplichte, collectieve regeling op bedrijfstakniveau. Wat er nu uitkomt is noch verplicht, noch collectief, noch op bedrijfstakniveau.

De voornaamste redenen voor dit echec zijn gauw genoemd. De ene heeft te maken met te veel hooi op de vork nemen, en de andere met ambivalentie. Met nauw verholen tegenzin begonnen de bonden de afgelopen week aan acties om de werkgevers onder druk te zetten. In een vijftigtal bedrijven verklaarden de vakbondsleden zich dezer dagen in overgrote meerderheid bereid het werk neer te leggen. Maar het stond niet alleen op veler gezichten te lezen, ze zeiden het ook hardop: “We beseffen dat acties op het ogenblik eigenlijk niet goed mogelijk zijn”, aldus Broers, bijkans overspoeld door de saneringsgolf in de metalektro: Hoogovens, Philips, Fokker, DAF, NedCar, RDM. Die tweeslachtigheid vormt een te wankele basis voor een overtuigende inzet van het stakingswapen. Dat hebben Broers en de bonden nog net op tijd ingezien.