"Het Oude Noorden' is geen belediging voor intelligentie

Het Oude Noorden, zaterdagavond, Ned.3, 19.47-20.43u.

Het is niet eenvoudig de BBC-serie Eastenders te etiketteren. Tweemaal per week een half uur, doorlopende verhaallijnen die in principe nooit tot een afronding behoeven te komen, in- en uitlopende personages - tot zover is het begrip soap volop van toepassing. Maar in de soap-praktijk zijn ook nog andere karakteristieken ontstaan: eenduidige karakters, expliciete dialogen (wie kwaad is, zegt ook met zoveel woorden dat hij kwaad is), hapklare emoties en een in het dagelijks leven ondenkbare samenballing van menselijke rampen. Geen wonder dat op de meeste series in dit genre ook het begrip pulp van toepassing is.

Eastenders heeft daarentegen een veel groter naturel. De karakters zijn genuanceerder, de dialogen implicieter en de acteurs beter. Wat dat betreft is misschien een lijn te trekken met de Engelse kitchen sink-traditie die erop gericht was het leven van “gewone mensen” zo realistisch mogelijk in beeld te brengen. Het blijft wegwerpdrama, maar het is in elk geval geen belediging voor de intelligentie.

Datzelfde - en dat is een compliment - gaat op voor de Nederlandse bewerking die vanaf vanavond bij de VARA te zien is, om te beginnen achttien weken lang. De locatie is nu Rotterdam, de titel Het Oude Noorden. De eerste Eastenders-scripts, inmiddels alweer tien jaar oud, zijn bewerkt door Barbara Jurgens van IDTV die een goed gevoel voor speelbare dialogen blijkt te hebben. De acteurs zijn vrijwel allemaal Rotterdammers, waardoor als vanzelf de noodzakelijke sfeer van saamhorigheid ontstaat en het lokale taalgebruik (“jij doet je best maar, wijffie”) een hoge mate van natuurlijkheid krijgt. De verwikkelingen zijn behendig verknoopt; een buurtbewoner wordt dood in zijn kamer aangetroffen en door de reacties van de omwonenden leren we de belangrijkste personages kennen. Al snel speelt die mysterieuze dood nauwelijks meer een rol van betekenis; het was alleen een gehaaid hulpmiddel om de kijker deze buurt in te trekken. En verder gaat het dan voornamelijk over de huiselijke problemen en conflicten die het basismateriaal voor elke soap vormen.

Aan het resultaat is af te zien dat regisseur Eddy Habbema veel met zijn acteurs heeft gerepeteerd - hun rol zit iedereen gegoten. De vraag is nu hooguit nog of de achttien wekelijkse afleveringen (de eerste twee van dubbele lengte) voldoende zullen zijn om het verslavende effect te bereiken dat in deze sector van levensbelang is. Als dat lukt, kan op zijn vroegst pas vanaf januari een tweede serie worden uitgezonden.