"Haagse politici blind voor eigen feilen'

Aan controle op besteding van uitgaven wordt bij de gemeente Den Haag de laatste tijd groot gewicht toegekend. Niettemin werd de stad recentelijk opgeschrikt door de "affaire-Fuchs'. Een incident? De voorzitter van de grootste stedelijke welzijnskoepel gelooft er niets van.

DEN HAAG, 13 MAART. De gepensioneerde commissaris van politie W.M. van Andel, voorzitter van de Stichting Haags Sociaal-cultureel werk (SHS), trekt verbeten aan zijn pijp. “Dat zo'n Heijnen, de voorzitter van de PvdA-fractie in de Haagse gemeenteraad, uitroept dat hij de exploitatie van een ijscokar nog niet aan Rudi Fuchs toevertrouwt, klinkt natuurlijk aardig. Maar wat de lokale politici in Den Haag maar niet door willen krijgen, is dat ze het zèlf zijn geweest die dergelijk wanbeheer hebben mogelijk gemaakt. En het is erger: ze doen het nog stééds.”

Van Andel meent recht van spreken te hebben op grond van zijn ervaringen bij de SHS, de stedelijke welzijnskoepel die de laatste jaren de aandacht trok wegens vermeende fraude met subsidies. Privé-reizen en andere vormen van particulier voordeel zouden door medewerkers en bestuurders met subsidiegeld zijn betaald. De politie begon twee jaar geleden een onderzoek, vorig jaar verdween de ex-directeur een kleine maand achter de tralies en thans legt de rechter-commissaris de laatste hand aan het gerechtelijk vooronderzoek. Binnen enkele weken wordt duidelijk of het tot een vervolging komt.

“Als het gaat om de gemeente Den Haag”, zegt Van Andel, “verwondert mij echt niets meer. Iedere dag sla ik de krant open met het idee: eens kijken welke ellende ons vandaag overkomt. Ik weet hoe het komt en begrijp waarom de problemen nog lang niet over zijn.

“Er is door de gemeente jarenlang geen enkele financiële controle uitgeoefend. Er is niet gekeken of geld was besteed zoals het in de boeken was verwerkt en ook niet of het werd uitgegeven waarvoor het was bedoeld. Daarom is het ook in het sociaal-cultureel werk volstrekt verkeerd gelopen. Er zijn honderdduizenden guldens subsidie op de verkeerde plaats terechtgekomen.

“Ik zeg dus steeds tegen de gemeente: maak een betere subsidieverordening en controleer of de bestedingen volgens de regels worden verricht. Maar het gebèurt gewoon niet. Men is doodsbenauwd om zulke strenge richtlijnen uit te vaardigen. Ik klaag hier al tijden over. Laatst had ik een vertrouwelijk overleg met de raadscommissie. Ik zeg: "Jùllie zijn te blameren, jùllie doen te weinig, jullie letten gewoon niet op'. Achteraf zeggen ze: "Je hebt eigenlijk wel gelijk'. Maar als de publieke tribune meeluistert roepen ze wat anders.”

De lankmoedige houding, zegt Van Andel, heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat de gemeente Den Haag de mode in het hedendaagse bestuur volgt: steeds meer taken worden overgeheveld naar het "maatschappelijk middenveld'. “Decentralisatie is in. Iedere keer weer geeft de gemeente een nieuwe instelling of stichting subsidie en zegt: handel naar eigen goeddunken. Maar het verhaal van de SHS bewijst dat dit precies de verkeerde manier is. Er zat daar een directeur die werkelijk geniaal was in financiële manipulaties. Het beeld dat eruit oprijst is dit: niet de gemeente Den Haag bepaalde wat er daar gebeurde, maar het bestuur van de stichting, de directeur voorop. Het is compleet uit de hand gelopen.

“Formeel bezuinigt de gemeente Den Haag de laatste jaren op het sociaal-cultureel werk. Als je in de gemeentelijke boeken kijkt klopt dat ook. Ieder jaar dalen daarin de bedragen die aan het werk worden besteed. Maar met de werkelijkheid heeft het niets te maken. Die stichting is jarenlang op volle snelheid uit blijven geven - en niet alleen aan het sociaal-cultureel werk. We zijn nog altijd bezig met het opstellen van de jaarrekeningen over 1990, 1991 en 1992. Reken maar dat er tegenvallers uitkomen. Dan zeg ik: gemeente, begrijp je dan niet dat je hiervoor zèlf verantwoordelijk bent?”

Begin vorig jaar, pal na de aanhouding van de ex-directeur, werd Van Andel als troubleshooter bij de SHS aangetrokken. Eerst moest hij zich inwerken in de “onwaarschijnlijke” ambiance van “een directeur die op papier leiding gaf aan een organisatie in het welzijnswerk maar in feite een soort bankier was”. Vervolgens maakte hij kennis met de details van een lenige omgang met subsidiegeld. “Het voorlopige hoogtepunt hebben we vorig jaar december beleefd”, zegt hij.

Dat verhaal vergt een korte terugblik. Bij de SHS zijn vrijwel alle instellingen - het zijn er een ruim vijftig - in het Haagse sociaal-cultureel werk aangesloten. Het subsidiegeld voor deze instellingen loopt via de SHS: zo'n 35 miljoen gulden per jaar, zegt Van Andel. De ex-directeur kon over dit geld beschikken. In het verleden hield de SHS regelmatig subsidie over en om te voorkomen dat de gemeente dat geld retour eiste, stalde de leiding van de SHS het geld op de rekening van steunstichtingen die de gemeente niet kende. Een daarvan was de stichting RAG in Bennekom, belast met de organisatie van kinderkampen voor Haagse probleemjongeren. De ex-SHS-directeur was er bestuurslid.

Uit het politieonderzoek bleek dat RAG een belangrijk vangnet voor overtollige subsidie was. Allerhande privé-zaken werden via die stichting bekostigd. De gemeente had formeel echter geen inzage in de boeken en kon derhalve niet vaststellen hoeveel geld erin omging. Dat gebeurde pas nadat de rechtbank december vorig jaar de ex-SHS-directeur dwong zijn bestuursfunctie bij RAG wegens wanbeheer op te geven, zodat het SHS-bestuur onder leiding van Van Andel de zaak kon overnemen.

“Naar nu blijkt”, zegt Van Andel, “beschikte deze stichting in 1991 over een vermogen van meer dan een miljoen gulden. Dat geld was bedoeld voor het sociaal-cultureel werk, maar bevond zich dus buiten medeweten van de gemeente bij de stichting RAG. De SHS-directeur gebruikte dat geld "om leuke dingen te doen', zo heeft hij aan de politie verklaard. Ja, dat geloof ik graag! En het kampterrein, waar de jongeren werden opgevangen, lag er intussen erbarmelijk bij.”

Hoe het geld precies is besteed zal vermoedelijk nooit meer kunnen worden achterhaald. “De ex-directeur zegt nu dat het geld wel degelijk aan het sociaal-cultureel werk is besteed. Dan vind ik het curieus dat je daar per se een "onzichtbare' stichting voor nodig hebt. En de administratie is één grote puinhoop. Er zijn vier bankrekeningen. Het enige dat we terugzien is dat hij soms in een paar dagen tijd bedragen van vijftigduizend gulden voortdurend van de ene rekening naar de andere overzette. Soms nam hij dergelijke bedragen cash op - die man moet dagen hebben gehad dat hij honderdduizenden guldens achter in zijn portefeuille had. Maar toen we vorig jaar de beschikking kregen over de stichting, waren alle bankrekeningen leeggeplukt.”

De ex-directeur, die alle beschuldigingen van fraude ontkent, voelt zich gesterkt door het feit dat justitie zoveel tijd nodig heeft om met een dagvaarding te komen. Het blijkt moeilijk, zo zegt ook Van Andel, de “strafbaarheid van zijn schandelijke gedrag” te bewijzen. “Weet je hoe dat komt? Omdat de gemeente subsidieregels had die veel te veel toelieten. En weet je wat nog erger is? Die subsidieregels zijn er nog altijd.”