Geniale Groningse bluf

Het is nog niet zo lang geleden dat de toernooien in Nederland een kwijnend bestaan leidden. Doch sinds de oprichting, drie jaar geleden, van het Nationaal Toernooi Circuit IMP gaat het met de bezetting ervan een stuk beter, zowel kwantitatief als kwalitatief. Vooral de sterkere spelers zie je weer naar de toernooivelden trekken nu er punten zijn te verdienen voor het fors gedoteerde algemeen klassement.

Een van de grotere toernooien (140 paren) uit het NTCI werd verleden week in Tilburg gehouden. Daar vond de zesentwintigste editie plaats van het Kruiken Toernooi. Winnaars met 60.69 procent werden de Eindhovenaren Freek Polling en Jan Verhees. Zij bleven de Haagse senioren Hans de Lange en Piet Borst (60.31 procent) net voor.

Kees Verkade uit Groningen deed ook mee. Verkade is een bijzonder sterke speler die eind jaren tachtig al eens met het Nederlandse team het EG-kampioenschap voor viertallen op zijn naam bracht. De Groninger staat bekend om zijn onorthodoxe acties aan de kaarttafel. Op dit spel wist hij zijn tegenstanders geniaal om de tuin te leiden:

Noord gever Noord

Niemand kw. ß7 AV9

ß6 87

ß5 1063

ß4 HB532

West Oost

ß7 10 ß7 HB876532

ß6 B10964 ß6 53

ß5 HB952 ß5 7

ß4 96 ß4 107

Zuid

ß7 4

ß6 AHV2

ß5 AV84

ß4 AV84

Kees Verkade zat oost. Hij hoorde noord beginnen met een pas. Een normale sterveling zou nu met 3 of misschien wel met 4ß7 openen. Niet Verkade, die begon met 1SA! Hij volgde daarbij deze redenatie. Mochten NZ veel punten hebben, dan had hij ze wellicht weggebluft; zou hij voor straf gedoubleerd worden, dan had hij een veilige escape in schoppen. Maar de keerzijde van de medaille bij een psychologisch bod is dat partner het vaak ook niet meer snapt, vooral als hij zelf sterk is. Daarin had Verkade voorzien. Als partner een goede kaart zou hebben, was 2ß4 "Stayman' zijn meest waarschijnlijke bod. Verkade zou dan 2ß5 (geen vierkaart hoog!) antwoorden, waarna een distributievraagbod via 2ß7 mocht worden verwacht. En daarop zou Verkade passen.

Hoe anders - en mooier - zou het in werkelijkheid gaan. De tijdbom die Verkade onder de biedmachine van NZ had geplaatst ontplofte exact op uur nul. Dat ging zo. Op 1SA gaf zuid een strafdoublet. West liep weg naar 2ß6 en noord bood 3ß4. Verkade had nog een vondst, 3ß5, wederom gretig door zuid gedoubleerd. Na pas, pas, bood oost 3ß7. Zuid had nu wel door dat een heel hoog klavercontract tot de mogelijkheden moest behoren en deed een cuebod met 4ß7. West paste. En noord? Denkend dat zuid genoeg kreeg van het gekeuvel in de marge en daarom maar direct tot de schoppenmanche besloot, paste noord ook.

Een jongensdroom kwam uit voor oost. Hij paste als een haas, waarna hij op zijn gemak 4ß7 ging verdedigen met een achtkaart troef tegen: vier down. Een absolute top voor Verkade. NZ kunnen makkelijk 6ß4 maken. De echte expert haalt zelfs nog een slag meer. Stel noord speelt 7ß4, waartegen oost bijvoorbeeld met ß57 start (een andere start mag ook). Zuid neemt het aas. Nu schoppen naar het aas en een schoppen hoog getroefd in zuid, klaveren naar de boer en weer een schoppen hoog getroefd in zuid. De laatste troeven worden gehaald, waarna noord nog twee keer klaveren speelt. In zuid gaan twee ruiten weg. Dit is het eindspel:

Noord

ß7 -

ß6 87

ß5 106

ß4 5

West Oost

ß7 - ß7 HB8

ß6 B1096 ß6 53

ß5 Hß5 -

ß4 - ß4 -

Zuid

ß7 -

ß6 AHV2

ß5 V

ß4 -

Noord speelt nu ß45, waarop in zuid ß5V verdwijnt. Hoewel west na zuid mag afgooien, is hij in dwang gekomen. Hij mag kiezen of hij zijn hartenstop afbreekt of ß5H weggooit, zodat ß510 de dertiende slag is geworden (en ß56 de veertiende).

Op een ander spel uit het Kruiken Toernooi benut de Tilburgse meesterklasser Carel Berendrecht een kans die hij van zijn (zwakke) tegenstanders krijgt aangeboden. Door een vlekkeloze techniek scoort hij de top:

West gever Noord

Niemand kw. ß7 HV3

ß6 B1065

ß5 HB94

ß4 H2

West Oost

ß7 64 ß7 2

ß6 A97 ß6 V8432

ß5 V10875ß5 A6

ß4 943 ß4 AVB85

Zuid

ß7 AB109875

ß6 H

ß5 32

ß4 1076

Noord opende met 1ß5, waarop oost een informatiedoublet meende te moeten geven. Dit weerhield Berendrecht als zuid er evenwel niet van om in één keer naar 4ß7 te springen. Daar bleef het bij. Zelfs met dichte kaarten moet het niet moeilijk zijn dat contract down te spelen. West is altijd aan slag te brengen met ß6A en switcht dan bijna automatisch naar klaveren, waarna OW één of twee ruiten krijgen, twee klaveren en ß6A.

Tegen 4ß7 van Carel Berendrecht startte west met ß6A en verbaasde vriend en vijand door harten na te spelen. De leider liet in dummy ß6B leggen. Oost dekte met ß6V die afgetroefd werd. Berendrecht wikkelde het spel zo af. Hij trok twee keer troef, in dummy eindigend. Op ß610 gooide hij een ruiten af en troefde de vierde harten in de hand. Nu was deze positie bereikt:

Noord

ß7 V

ß6 -

ß5 HB94

ß4 H2

West Oost

ß7 - ß7 -

ß6 - ß6 8

ß5 V1087 ß5 A6

ß4 943 ß4 AVB8

Zuid

ß7 B109

ß6 -

ß5 2

ß4 1076

Berendrecht speelde hier ß52 en toen links de 7 verscheen, legde hij in dummy de 9 (de boer had ook gekund). Als oost met het aas neemt, moet hij of harten in de dubbelrenonce spelen of van ß4A af komen. In de praktijk dook oost en ook toen was het contract precies gemaakt.

Tot slot mag ik de liefhebbers wijzen op een ruilbeurs van bijzondere en antiquarische speelkaarten, die op zaterdag 20 maart wordt gehouden in het Belastingmuseum aan de Parklaan 14 te Rotterdam. De toegang is vrij; verzamelaars kunnen gratis tafelruimte reserveren. Inlichtingen: 010-4365629. De beurs vindt plaats in het kader van de tentoonstelling "Belasting is troef' (t/m 2 mei 1993) die in het teken staat van het kaartspel als bron voor de fiscus. Geniale Groningse bluf