Feyenoord "bedierf' in '62 markt met "belachelijk' hoge salarissen

Vier keer eindigden Feyenoord en PSV - vanavond tegenover elkaar in De Kuip - in het betaald voetbal als de nummers één en twee van de eredivisie. In het seizoen 1961-'62 was het verschil na 34 wedstrijden slechts één punt, in het voordeel van Feyenoord. Het was een bewogen voetbaljaargang. Een terugblik.

Feyenoord had in het seizoen 1960-'61 de landstitel gewonnen. De concurrentie verweet de Rotterdamse club “de markt te bederven” door te hoge salarissen en transfersommen te betalen. De spelers hadden in het kampioens- jaar mede door de premies van de supportersclub en het Stadion “het belachelijk hoge bedrag” van 20.000 gulden verdiend. “Kletskoek”, reageerde Feyenoord-voorzitter Cor Kieboom op de kritiek in de Voetbalkrant van 1961 van Het Vrije Volk. “Is het moreel verantwoord om die jongens slecht te betalen wanneer ze steeds voor een volle bak spelen?”

Kieboom was van mening dat het Nederlandse voetbal er alles aan moest doen om zijn topspelers voor de eigen competitie te behouden. Hij adviseerde clubs die daar geen geld voor hadden, steun te zoeken bij “de industrie of De Kamer van Koophandel”. “Pelé is toch ook niet voor een handvol koffiebonen in Brazilië gebleven?”

Feyenoord was voor de competitie 1961-'62 weer de grote favoriet. Eén lid van het kampioenselftal, veteraan Walhout, werd aan Willem II overgedaan. Twee sterke spelers werden aangetrokken, Bergholtz (van MVV) en Kraay (van DOS). PSV gold als de grootste concurrent. Kruiver werd weliswaar voor 200.000 gulden aan het Italiaanse Lanerossi verkocht, maar doelman Bals, spits Kerkhoffs en de van het Engelse Southend United afkomstige linksbuiten Nutt kwamen de ploeg versterken. Bovendien trok de Eindhovense club drie 19-jarige talenten aan, Kemper, Maassen en Pijs.

Beide teams werden door buitenlanders geleid, Feyenoord door de Oostenrijker Fuchs en PSV door de Britse "technisch adiviseur' Wetsworth. Slechts acht van de achttien eredivisieclubs hadden een Nederlander als veranwoordelijke man. Het waren toch hele andere tijden. De duurste toegangskaart in De Kuip kostte vier gulden, kinderen tot tien jaar kwamen voor vijftig cent binnen. Bij ADO, MVV en Volendam moest voor een plaatsje op de "jongensrang' maar een kwartje te worden betaald.

Al na twee speelronden waren Feyenoord en PSV de enige twee clubs die nog ongeslagen waren. Op 24 september leed PSV zijn eerste nederlaag, 1-0 thuis tegen DOS. Van der Linden scoorde met “een onhoudbare kogel” en de Eindhovense ploeg speelde “te peuterig” (NRC, 24 sept. '61). Op dezelfde dag stond Feyenoord in De Kuip met de rust met 4-1 achter tegen GVAV. Het legioen begroette de ploeg aan het begin van de tweede helft met een fluitconcert, maar de landskampioen herstelde zich en won met 7-4.

In de daaropvolgende weken versloeg Feyenoord in Amsterdam Ajax met 3-1 met aan beide kanten een eigen doelpunt (Schaaphok en Veldhoen) en was Kraay betrokken bij een incident met de Volendamse spits Tol die “een unfaire handeling van Kraay nog onsportiever beantwoordde” (NRC, 9 okt. '61). "De Knoest' gaf de Feyenoorder een klap en werd door arbiter Bronkhorst uit het veld gestuurd. Hij kreeg een schorsing van vijf duels.

Op 3 december sloeg Feyenoord een gat van vier punten met PSV door het onderlinge duel in Eindhoven met 3-0 te winnen. Feyenoord, zo schreven de kranten, had de beste taktiek. PSV kreeg wel de meeste hoekschoppen, dertien. Temming, Bennaars en Moulijn zorgden voor de doelpunten.

Feyenoord vergrootte daarna voortdurend zijn voorsprong. PSV kampte met een blessure van Louers en vormverlies van Van der Kuil. Zo werd onder meer op eigen veld met 1-0 van Fortuna '54 verloren. Wilkes, 38 jaar, gaf de voorzet voor de beslissende treffer. Begin maart raakte Feyenoord-middenvelder Klaassens (57-voudig international) gewond. Hij sloeg na een training op weg naar zijn woonplaats Venlo met zijn auto over de kop tussen Den Bosch en Veghel. Hij had een verschoven nekwervel. Eind april kwam Klaassens pas uit het ziekenhuis. Hij voetbalde dat seizoen niet meer.

Op het moment van Klaassens' ongeval stond Feyenoord zowel op Ajax als PSV acht punten voor, met een wedstrijd minder gespeeld. Zonder hem kreeg Feyenoord echter plotseling een flinke inzinking. Er werd met 2-1 van Ajax verloren. Tegen Volendam, Willem II, Enschede en Blauw Wit (1-1, voor 55.000 toeschouwers in het Olympisch Stadion) werd slechts gelijke spelen behaald.

PSV rook zijn kans. Het won met 5-4 van Ajax en een zege op de 31ste speeldag op Feyenoord in het paasweekeinde zou de spanning helemaal hebben teruggebracht. De Kuip zat barstensvol. Het spel viel echter tegen. PSV miste de lange Brusselers en Louers in de voorhoede. De Eindhovense verdediger Renders moest drie keer redding brengen op de doellijn. Toch leek PSV het duel te gaan winnen. Van der Kuil schoot in de 28ste minuut een strafschop in, toegekend nadat Kerkum tegenstander Nutt had gevloerd. Een debâcle leek zich aan te kondigen voor Feyenoord, maar negentig seconden voor tijd maakte de thuisploeg via Kreijermaat gelijk, ook uit een strafschop. Heerschop had Moulijn "gehaakt', 1-1.

Feyenoord speelde die zonnige paasmaandag met: Pieters Graafland; Kerkum, Veldhoen; Kreijermaat, Kraay, Bennaars; Bergholtz, Schouten, Van der Gijp, Bouwmeester en Moulijn. De opstelling van PSV was: Bals; Heerschop, Renders; Van Wissen, Wiersma, Svensson; Van der Kuil, Wolbers, Van Tilburg (Heesakkers), Kerkhoffs en Nutt.

Zes dagen later had Feyenoord aan een gelijkspel tegen VVV in Venlo genoeg om de titel binnen te halen. De Rotterdammers verloren met 1-0. PSV versloeg NAC met 4-1. De nervositeit bij Feyenoord nam toe. Ook in de daaropvolgende thuiswedstrijd tegen ADO liep het niet bij de ploeg. Feyenoord kwam zelfs op achterstand, maar wist met veel moeite door een treffer van Schouten op 1-1 te komen. Dat bleek voldoende om het zevende kampioenschap uit de clubhistorie te kunnen vieren. Het legioen bestormde massaal de grasmat van De Kuip. Het Algemeen Dagblad vatte op maandag 14 mei het seizoen samen: “Met constant goed spel heeft Feyenoord na oktober de leiding gehad, zelden werd die bedreigd, tot de laatste loodjes zwaar begonnen te wegen”. De donderdag na de beslissende wedstrijd werd de kampioensploeg door burgemeester G.E. van Walsum op het Rotterdamse stadhuis ontvangen.

Op de laatste speeldag van de competitie, 21 mei 1962, verloor Feyenoord met 3-0 van De Volewijckers. PSV versloeg Blauw Wit, zodat het uiteindelijk op maar één punt van de kampioen eindigde. Ajax werd slechts vierde. DWS, VVV en Rapid JC degradeerden.

Het seizoen kende nog een opmerkelijk einde. Feyenoord en zijn spelers waren in conflict geraakt met de KNVB. Nadat bondscoach Elek Schwartz in maart na een teleurstellende oefenwedstrijd tegen een Londense selectie onder anderen Bennaars en Moulijn uit de nationale selectie had gezet, besloten alle Feyenoorders voor Oranje te bedanken. Als belangrijkste reden gaven zij op “gekwetst te zijn door kritiek van pers en radio”. Dat zorgde voor grote commotie in voetballand. Vrijwel iedereen veroordeelde de spelers. De voetbalbond reageerde met harde sancties. De Feyenoorders mochten een jaar niet voor het Nederlands elftal uitkomen en de club zou als landskampioen niet worden ingeschreven voor het Europa-Cuptoernooi.

Dat laatste besluit maakte voorzitter Kieboom furieus. Hij vond dat de club niet hoefde te boeten voor het gedrag van zijn spelers. Feyenoord kreeg na weken van touwtrekken uiteindelijk zijn gelijk en bereikte het seizoen daarop als eerste Nederlandse ploeg de halve finale van het Europa-Cuptoernooi voor landskampioenen.

De terugkeer van de Feyenoorders in Oranje liet echter lang op zich wachten. Er werden van 1 april 1962 tot 3 maart '63 (Nederland-België 0-1 met Bouwmeester en Moulijn) zes interlands zonder spelers van de landskampioen gespeeld. Alleen spits Kruiver deed in die periode als Feyenoorder een keer mee, in september '62 tegen de Nederlandse Antillen. Maar hij stond dan ook geheel buiten het conflict en was aan het begin van het seizoen 1962-'63 door de Rotterdamse club uit Italië naar Nederland teruggehaald. Toen op 2 mei 1963 in Amsterdam verrassend het grote Brazilië, mét Pele, werd verslagen speelden er weer vijf Feyenoorders in Oranje mee.