EG bestraft Chinese fietsdumping

BRUSSEL, 13 MAART. De Europese Commissie heeft besloten tot een importheffing van 34,4 procent om een einde te maken aan het dumpen van fietsen uit China op de Europese markt. De fietsenimport uit Taiwan daarentegen wordt ongemoeid gelaten.

De Commissie kwam eind 1991 in actie na een klacht van het verbond van Europese fietsenfabrikanten, waaronder Batavus, de Britse Raleigh en de Franse Peugeot en Gitane. Uit dat onderzoek bleek dat de Chinese tweewielers ver onder de kostprijs werden uitgevoerd. Het verschil bedroeg 34,4 procent. Daardoor waren zij in de EG 43,8 procent goedkoper dan de gemiddelde Europese fiets. De fabrikanten in China speelden daarmee in op de sterk groeiende vraag naar fietsen.

Om de vraag bij te benen investeerde de Europese industrie fors in het vergroten van haar produktiecapaciteit van 8,7 naar 9,1 miljoen fietsen per jaar. Haar werd echter de loef afgestoken door de goedkopere Chinese concurrentie, die haar export uitbreidde van 693.600 stuks in 1989 tot 2,1 miljoen fietsen in 1991. China's marktaandeel groeide van 4,6 naar 10,5 procent, terwijl dat van de Europese concurrenten zakte van 33 naar 27 procent.

De Commissie onderzocht ook de fietsenimport uit Taiwan, maar daar bleek het prijsverschil met 1,05 procent “verwaarloosbaar”, zodat maatregelen overbodig zijn. Overigens worden Taiwanese fabrikanten indirect wel getroffen door de anti-dumpingmaatregel, omdat veel van hen hun fabrieken naar China hebben verplaatst. Ze wilden zo profiteren van het feit dat fietsen uit China zonder heffing naar Europa konden worden geëxporteerd. (ANP)