Een rijstpapieren scherm in de Hollandse wei

Wekenlang heb ik met de neus op het tv-scherm zitten turen: is dat een echt gebouw waar Koot en Bie in- en uitlopen, of hebben ze een kolossaal decorstuk midden in de wei neergezet? Helemaal zeker wist ik het pas afgelopen zondag, toen de denktank zijn ontslag nam. Het was de onstuitbare woordenbrij van scheidende voorzitter Karstens die de nieuwsgierige kijker gelegenheid gaf om eindelijk de achtergrond nader te bestuderen.

Dat rijstpapieren scherm in de wei is dus een echt gebouw: de Nederlandse vestiging van het Duitse verlichtingsbedrijf Erco in Naarden. Dat het gebouw kort na de oplevering afgelopen zomer de tv haalde, was toeval, Van Kooten en De Bie hadden het vanaf de weg gezien. Erco is een zeer design-bewust bedrijf dat met bekende ontwerpers als de Italianen Mario Bellini en Ettore Sottsass samenwerkt en met de Engelsman Sir Norman Foster. Tussen de overige produkten van projectontwikkelaars in bedrijvenpark Gooimeer valt het inderdaad in gunstige zin op. Het showroom-cum-kantoor, "façade-architectuur' in letterlijke zin, is ook op een onorthodoxe manier tot stand gekomen: het is niet door een architect ontworpen, maar door de kunstenaar Hanshan Roebers.

“Ik mocht van mijn ouders geen kunstenaar worden”, zegt Roebers (50), “dus een opleiding in de industriële vormgeving in Eindhoven was het enige wat erin zat. Daarna ben ik langzaam in de monumentale kunst verzeild geraakt.” Hij heeft een groot aantal kunstwerken bij openbare gebouwen gerealiseerd, veelal gebaseerd op de toepassing van daglicht. Zo heeft hij een aantal hangende spiegels gebruikt om licht te introduceren in het smalle binnenhof van een school in Amsterdam. In een gebouw in Winterswijk liet hij een smalle spleet maken in het dak en plaatste een staketsel van reflecterende glaspanelen in de hal; naarmate de zon verschuift wisselt het patroon van "lichtvegen' op de muren. Een van zijn mooiste werken staat naast de koepelgevangenis in Breda: in een grote, hellende driehoek van mat natuursteen glanst een vierkant, als het ware tot leven gebracht door een dunne laag stromend water. “Steeds is licht de vormgevende factor”, zegt hij. “Ik werk met iets wat er toch al is, alleen fixeer ik het en richt er de aandacht op. Licht is een denkbeeld, geen bedenksel.”

Roebers' intrede in de architectuur kwam onverwachts. “Ontwerper Gerard van den Berg van het meubelbedrijf Montis was op bezoek geweest in mijn atelier in Friesland. Twee weken later belde hij met de vraag: kan daar een gebouw uit komen?” Het gebouw voor Montis in Dongen was voor Erco-directeur Pon aanleiding Roebers te benaderen, overigens nadat een besloten prijsvraag onder vier architecten op niets was uitgelopen. “Ik ben bezig met daglicht, Erco met kunstlicht. Een droomopdracht, ja.”

Voor de "vertaling' in beton en staal - bouwkosten 3,2 miljoen - werd net als bij Montis een constructeur ingeschakeld, het Adviesbureau voor Bouwtechniek ABT Velp. Kunstenaar en techneuten begrepen elkaar. “Voor architecten is het beginpunt het programma van eisen, maar ik begin vanaf de andere kant: het vormgevend principe, in dit geval licht. Anders wordt het een opeenstapeling van technische oplossingen en compromissen.”

De Duitse hoofddirecteur van Erco, K.J. Maack, die het project zijn fiat moest geven, was enthousiast over het ontwerp, dat hij het predikaat "oosters' verleende. De drie verdiepingen hoge kubus doet inderdaad Japans aan: een zuivere, zelfs strenge vorm die bij nader inzien talloze subtiliteiten blijkt te herbergen. Het "rijstpapieren' scherm van 27,5 bij 11 meter - panelen van twee lagen glas met folie ertussen - staat los van het eigenlijke gebouw en zweeft zelfs net boven de natuurstenen sokkel waarop het gebouw staat. De stalen profielen waarin de panelen als tegels zijn ingekit, zijn met V-vormige stangen bevestigd aan het met matzwarte tegels beklede gebouw.

Glazen deuren net achter het scherm geven toegang tot een portaal van helder glas. Ineens kun je in, zelfs dwars door het gebouw heen kijken. Hier zijn ook de verschillende "lichttemperaturen' van het gebouw te zien: zon bij de voordeur, neutraal in het overgangsgebied onder het glazen dak, koel tegen de achtergevel die op het noorden ligt. In tegenstelling tot het matte scherm is de achtergevel een vrijstaande curtain wall van helder glas, met uitzicht over een waterwingebied dat in de plannen van de gemeente, de komende vijftien tot twintig jaar onbebouwd blijft.

Van binnen is het gebouw voornamelijk leeg. Een groot deel is atrium, tot aan het plafond van geperforeerde metalen panelen onder het glazen dak. De muren zijn van schoon beton in wit en grijs, de vloeren van industrieel parket, het ronde trappenhuis van glazen bouwstenen. “Dit is in feite een showroom waar achttien mensen werken”, zegt Frank de Ruig, die aan de Rietveld Academie architectonische vormgeving studeerde en bij Erco mede de bouw heeft begeleid. “We hebben geprobeerd het zo open mogelijk te houden, tot en met het ontwerp van de ordnerkasten toe.” Het gerinkel van de telefoons schalt door de ruimte, en veel privacy hebben de werknemers in deze fraaie glazen doos dan ook niet. De Ruig: “Na onze vorige huisvesting, een villa aan de Minervalaan in Amsterdam, was het inderdaad even wennen.”

Afhankelijk van de lichtval neemt het matglazen scherm overdag allerlei kleuren aan, van blauwgroen tot gebroken wit en, bij zonsondergang, roze. 's Avonds, als het licht van binnen komt, wordt het gebouw zelf op het scherm geprojecteerd. Roebers wijst op kleine raampjes in de voorgevel: daar moeten projectoren worden geplaatst waarmee op het scherm echte voorstellingen kunnen worden gegeven, met wisselende kleuren en beelden. Meteen staan me de oude Amerikaanse drive-in bioscopen voor ogen, die huizenhoge muren van licht en bewegende beelden die midden in de duisternis oprijzen. Maar morgen zijn er weer de parmantige voortstappende figuren van Koot en Bie.