Durven of doormodderen

DE GENERATIE DIE straks voor het eerst mag gaan stemmen heeft haar hele leven lang vanuit Den Haag weinig anders gehoord dan dat er bezuinigd moet worden.

Voor velen onder hen is politiek synoniem voor het aanhalen van de broekriem. “Regering en volksvertegenwoordiging staan voor ingrijpende beslissingen op economisch en sociaal gebied. Deze kunnen geen uitstel meer lijden”, zei koningin Juliana in de Troonrede van 19 september 1978. “Voortzetting van het herstel van evenwicht in de overheidsfinanciën en versterking van de structuur van de economie”, sprak haar dochter in de Troonrede van het afgelopen jaar. In de tussenliggende jaren was er een recessie, een opmerkelijk lange economische opleving en nu dan weer een terugslag. Maar het beeld vanaf het Binnenhof is al die jaren constant gebleven: ministers met elkaar en met de Tweede Kamer in de slag over weer een nieuwe bezuinigingsoperatie. Vijftien jaar lang reeds beweegt een belangrijk deel van het politieke debat zich tussen de woorden financieringstekort en collectieve lastendruk. Zo ook het beleid. Ministers voeren geen beleid, zij buigen om, althans zij praten erover. Het gaat van bezuiniging naar extra bezuiniging, van meevaller naar tegenvaller.

Het kabinet-Lubbers/Kok staat - het wordt eentonig - aan de vooravond van weer een grote bezuinigingsoperatie. Twee miljard gulden dit jaar, negen miljard gulden volgend jaar is de opdracht, volgens de thans vigerende dagkoersen. Nog even en de berichten over de politieke spanningen, het uitspreken van het onaanvaardbaar en de dreigende crisis zullen weer tot ons komen. Het behoort tot de Haagse folklore die zich wegens een toenemend gebrek aan belangstelling bij de rest van de samenleving (die de voorstelling reeds vaker heeft gezien) meer en meer verengt tot een lokaal evenement.

DE MAATREGELEN DIE uiteindelijk zullen worden aangekondigd, kunnen geen van alle echt verrassend zijn. Na zo veel jaren zijn immers alle bezuinigingsmogelijkheden al een keer tegen het licht gehouden. En zo wordt de "politiek onhaalbare' maatregel van vorig jaar het "pijnlijke' offer van morgen; een proces dat op die manier nog heel lang kan doorgaan.

Het opmerkelijke is dat er in de analyse die aan het bezuinigingsbeleid ten grondslag ligt politiek nog maar weinig verschil van mening bestaat. Zeer breed is de erkenning dat de hoogte van de staatsschuld een ontoelaatbare erfenis voor de volgende generatie is, zeer breed is ook de erkenning dat de lastendruk een belemmering is voor de werkgelegenheid. Op de weg naar de oplossing ligt echter de electorale gevoeligheid. De lange weg waarvoor in Nederland is gekozen, betekent echter niet dat de pijnlijke maatregelen in het geheel niet genomen zijn, maar slechts uitgesmeerd. Het is het verschil tussen het politieke bedrijf en het gewone bedrijfsleven, waar men het verlies altijd in één keer probeert te nemen. Dat laatste model in de politiek toepassen, vergt politici met durf.

DE DISCUSSIE in het kabinet over de nieuwe bezuinigingsronde lijkt zich toe te spitsen op de vraag of er nu twee miljard gulden meer of minder bezuinigd moet worden. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau blijkt dat er economisch geen noodzaak is het rustiger aan te doen met het terugdringen van het financieringstekort. Het is meer een afweging die “een sociaal-politiek en bestuurlijk karakter” draagt, zegt het Planbureau in het binnenkort te verschijnen Centraal Economisch Plan. Het was minister Kok van financiën die onlangs opperde uit een oogpunt van conjunctuurpolitiek de afspraken over tekortreductie minder stringent toe te passen. Nu die reden er niet is resteert het (partij)politieke argument.

De minister van financiën annex PvdA-lijsttrekker staat voor de keuze: of nu een totaalpakket treffen, of opnieuw bezuinigingen over de jaren heen smeren. Het is de keuze tussen durven of doormodderen, waarbij het nog maar de vraag is bij welke aanpak de politieke prijs het hoogst is. Durf kan zeer lonend zijn.