Donna Tartt (28) is geboren in Mississippi en ...

Donna Tartt (28) is geboren in Mississippi en groeide op in een milieu van vrome baptisten. Ze studeerde griekse cultuur en filosofie aan het Bennington College in Vermont. De schrijfster werd in een klap miljonair met "The Secret History', een dik boek waaraan ze acht jaar werkte over zes bij een rituele moord betrokken studenten. De afgelopen week was Tartt in Amsterdam ter gelegenheid van de verschijning van de Nederlandse vertaling van haar boek, "De Verborgen Geschiedenis'.

Maandag 8 maart

Eerste nacht in Amsterdam. Hoewel ontroostbaar omdat mijn Waterman, mijn lievelingsvulpen, op mysterieuze wijze is verdwenen (hij is nergens, ik heb de hele kamer overhoop gehaald, ik ben hem voorgoed kwijt) en verbaasd omdat er vreemd genoeg geen minibar op mijn hotelkamer staat, ben ik verrukt, zij het enigszins gedesoriënteerd. Moest mijn agent, uitgever, moeder en vriend bellen om vrolijke Amerikaanse stemmen te horen om 23.00 uur Nederlandse tijd.

Mijn hotelkamer kijkt uit op de Herengracht. Het is gek, maar ik zie drie prachtige, prachtige parallelle banen glinsterend licht - een bronzen, een zilveren en een gouden baan - die nergens vandaan lijken te komen en in feite als door een wonder aan de zwarte diepten van de gracht lijken te ontspringen. (Hoe gaat ook weer die mooie versregel van Rimbaud, die ik me nooit precies weet te herinneren: ""J'ai vu un salon au fond du lac''? Een schitterende, door kaarsen verlichte salon, die op de bodem van een meer glinstert?)

Kamer vol bloemen, rozen en tulpen, lelies en irissen, een hele tuin vol; niet eens van vrienden van thuis, maar van lieve, goedmenende Nederlanders. Als ik in bed sigaretten lig te roken, nog versuft van de intercontinentale vlucht, voel ik me net een filmster in het ziekenhuis. (Hoewel niets minder waar is of afschuwelijker zou zijn.) Judy Garland in haar laatste dagen, met doorgesneden polsen, die ongearticuleerde, bittere woorden spreekt. ""Je bent zo klein'', zegt iedereen altijd in New York; ""Je bent net Judy''; alsof dat een compliment zou zijn.)

Al zou ik het in feite helemaal niet erg vinden om Dorothy (Dorothy, Dorothy, Judy's mooiste rol) in Oz te zijn. Misschien bèn ik wel in Oz. Ik heb ergens gelezen dat Egypte in de tijd van de farao's een oase was, aan alle kanten omgeven door een woestijn die duizenden jaren lang iedere verandering tegenhield; net als het door drijfzand omgeven Oz; een onveranderlijke dynastie, die, onbereikbaar, tot het einde der tijden blijft bestaan.

Aardige hotelbediende klopt vanmiddag om drie uur op mijn deur - ik wankel in mijn pyjama naar de deur, nog last van de jet-lag, knipperend en in mijn ogen wrijvend met mijn vuist - om me, woordloos, nog een arm vol tulpen te brengen. Ik vind het fantastisch dat de Nederlanders zo graag bloemen sturen. Amerikaanse en Engelse uitgevers schijnen meestal champagne te laten bezorgen, misschien in de hoop de auteurs te verdoven voor de komende bezoeking van publiciteit.

Iedereen in Nederland lijkt even aantrekkelijk - gezonde, blozende, frisse gezichten. Dat geldt niet voor alle landen, mag wel gezegd.

Dinsdag

Ik kan me niet voorstellen dat dit een erg interessant stukje wordt, want het is vier uur 's morgens en ik ben tamelijk dronken.

Vanavond naar het Boekenbal geweest - een druk feest, televisieploegen, films, bands, eigenlijk net New York, alleen was iedereen vreselijk aardig. Heel leuk kennis te maken met Harry Mulisch, enig, geweldig kennis te maken met Tim Krabbé; we hadden een vrolijk gesprek, opgewekt boven de muziek uitschreeuwend, over de Amerikaanse seriemoordenaar Ted Bundy. (Ik geloof dat Tim er geen idee van heeft hoe beroemd hij in de Verenigde Staten is. Ik sta te popelen om te vertellen dat ik hem heb ontmoet.)

Overal op de kamer lege sigarettepakjes. Niet één sigaret.

O, wat zal ik me morgen beroerd voelen.

Woensdag

Ik hoor vanmorgen dat het verhaal van mijn leuke ontmoeting met Tim Krabbé helemaal verkeerd in Het Parool staat.

Ach, nou ja, zei Robbert Ammerlaan, niemand kent toch de ware toedracht (dat ik onder het diner de hele tijd over Het Gouden Ei heb gepraat, dat ik hem heb gesmeekt me aan Tim voor te stellen), af en toe komen dingen verkeerd in de pers.

Steeds meer bloemen. Mijn kamer wordt net een kas; het ruikt zalig; er is bijna geen plaats meer om te lopen. Iemand vertelt me - het is ongelooflijk, maar het is me gezegd - dat er geen vazen meer in het hotel over zijn.

Ik ben telkens weer verrukt van al die fietsen hier. Gisteren liep ik door de stad met Michaël Zeeman (die heel vriendelijk aanbood me voor de lunch even uit het hotel te bevrijden; ik was totaal overdonderd door het feit dat ik eindelijk op een zonnige dag door Amsterdam liep, dook vol verbazing steegjes in: ""Wat is dit? Wat is dit?''; en hij legde alles heel geduldig uit en loodste me verder); hoe dan ook, ik was helemaal weg van al die enorme zwarte kuddes fietsen. Ik vertelde Michaël dat een vriend van mij in New York (waar iedereen zijn arme fiets heel onvriendelijk behandelt) een Vereniging ter Voorkoming van Fietsenmishandeling wilde oprichten. Michael luisterde aandachtig. ""Ik zou meteen lid worden'', zei hij.

Ik zei dat ik het ook een goed idee vond, en dat ik het fantastisch vond dat iemand zoveel liefde kon voelen voor een zielloos voorwerp.

""Wie zegt dat fietsen zielloze voorwerpen zijn?'' zei hij direct licht gekwestst.

Waar ik hard om moest lachen.

Bijna alle Nederlanders - dat wil zeggen alle bijziende Nederlanders - dragen buitengewoon interessante en leuke brillen. Hoe komt dat?

Donderdag

Ik werd vanmorgen gewekt door stoffig geel licht dat door de gele moire gordijnen scheen, en door een arbeider die aan de gracht onder mijn raam heel mooi stond te fluiten.

Vandaag moet ik voor het eerst op een rondvaartboot gedurende mijn dagelijkse interview-uitje tussen de middag. (Ik kon kiezen tussen een lunch of een rondvaart; koos de rondvaart.) Mooie, lage bruggetjes, woonboten, vochtige, bemoste bakstenen op de waterlijn. (In Amsterdam is zoveel water dat ik soms, als ik 's nachts in bed lig en de gracht buiten donker glinstert en de golfjes van het water op het plafond weerkaatsen, het gevoel heb dat ik me niet in een hotel maar op een boot bevind; ik voel mijn bed haast zachtjes onder me deinen.)

Vrijdag 12 maart

Ik ben zo moe - nieuwe gezichten, nieuwe stemmen, flarden van gesprekken, echo's van vorige feestjes, dwarrelen door mijn hoofd - dat ik me doorzichtig begin te voelen, in een trance van gelukzaligheid, alsof het licht dwars door me heen zou kunnen schijnen.

Iemand vertelt me dat alle bezoekende auteurs dit uitzicht op de gracht uit het raam van het Hotel Ambassade kennen. Gisteravond zag ik aan de overkant de hoge, helder verlichte ramen van wat kennelijk een klaslokaal was - het was net of ik van de andere kant van de donkere gracht naar een fel verlicht toneel keek met kleine, stomme acteurs, die zich er totaal niet van bewust waren dat er naar hen werd gekeken. Een kleine docent in een zwart pak voor het schoolbord, die stille gebaren maakte met zwaaiende armen. Het lijkt hier vandaan net of hij een smoking aan heeft, of hij een goochelaar is, alsof hij elk moment duiven of kleurige zakdoeken uit zijn mouw kan trekken - hij loopt mijn gezichtsveld binnen, en er weer uit. Wat probeert hij hen te vertellen, die geboeide studenten, en bestaat dat vreemde droomlokaal wel echt? Kale, winterse boomtakken tekenen zich zwart af tegen de bovenkanten van de verlichte ramen; het mooiste van al is het lichte spiegellokaal dat in de zwarte diepten van de gracht schittert.

Vandaag lunch, mijn dagelijkse uitje. In het restaurant zag ik een ernstige kleine Franse bulldog, heel serieus, die een stukje paté op een toostje kreeg.

Zo frustrerend om hier in het hotel opgesloten te zitten. Ik voel de Van Goghs branden aan de andere kant van de stad, al die Vermeers die zachtjes gloeien in het Rijksmuseum en mijn naam fluisteren.

Schitterende, schitterende dag vandaag. Fleurige bloemenstalletjes, prachtig aardewerk in de etalages, gele trams en fietsen.

Er is een gedicht van Robert Hass dat The Yellow Bicycle heet. Het laatste vers is een ode aan de fiets zelf:

The boats on the harbor

Have nothing on you,

My swan, my sleek one!