De weg die zwart en blank van elkaar scheidt

LADYBRAND, 13 MAART. Het wegdek in Zuid-Afrika vertelt waar de wereld ophoudt en het reservaat begint. Het stadje Ladybrand in de Oranje Vrijstaat heeft asfalt in het centrum en de blanke wijken. Een paar kilometer buiten het dorp houdt de weg op. Verhard zwart gaat over in rood stof. Het township van Manyatseng begint.

Zoals blank en zwart in Zuid-Afrika, kunnen Ladybrand en Manyatseng niet zonder elkaar. De bewoners van het zwarte woongebied verwisselen twee keer daags asfalt en stof. Ze werken in de blanke winkels of maken de huizen schoon van baas en missus. Zo gaat het al decennia lang in Ladybrand en al die andere plattelandsstadjes. Ze lijken onaangeroerd door wat honderden kilometers verderop het nieuwe Zuid-Afrika wordt genoemd.

De hitte en de zondag smoren elke beweging in Ladybrand. In Manyatseng is meer leven. Kinderen spelen op straat, mannen in pak en vrouwen in de beste zondagsjurk verlaten hun bakstenen doosjes op weg naar de kerk. Een paar supermarkten, een grote drankwinkel. Het politiebureau lijkt overdreven groot voor deze plattelandsoase. Politiek geweld tussen zwarte groepen bestaat hier niet bij gebrek aan politieke activiteit - onlangs kondigde zich voor het eerst een ANC-afdeling aan. De criminaliteit die het leven in grote-stads-townships als Soweto, Sebokeng en Alexandra onleefbaar maakt, is hier afwezig.

Voor de kerk van pater Jordan Ngondo heeft een rij moeders met baby's op schoot of aan de borst de reep schaduw geannexeerd. Een paar honderd mensen wachten geduldig tot de kindermis afgelopen is. Het koor, in rode blouses en zwarte broek, oefent hier en daar een toonladder. Het wordt een bijzondere mis: pater Ngondo zal dertig kinderen tegelijk dopen tot leden van zijn katholieke parochie - de aanwas van één maand in Manyatseng.

Dit is het ritueel achter de statistiek. De zwarte bevolking in Zuid-Afrika groeit met bijna drie procent per jaar, de blanke bevolking met 0,7 procent. Meer dan de helft van de Afrikaanse populatie is jonger dan negentien jaar. De voorspelling is dat het zwarte deel van de bevolking tussen nu en 2010 zal groeien van 29 tot 48 miljoen en het blanke deel van 5 tot 5,7 miljoen. De totale bevolking, inclusief de kleurlingen en Aziaten, zal oplopen van 38,4 tot 59,7 miljoen.

“Het valt hier nog mee”, zegt pater Ngondo, wiens gezicht meestal lacht of een lach aankondigt. “Vorige week deed ik de mis voor de zwarte arbeiders op een boerderij in de buurt. Daar moest ik vijftig kinderen dopen. Het is zo logisch: die mensen hebben niets anders. Het is de drank of kinderen. Voor de rest is het de hele week werken, soms voor een hongerloon van negentig rand (vijftig gulden) in de maand en wat eten.” Sommige blanke boeren ziet hij veranderen, zorgzamer worden. Maar velen leven nog volgens de regels van het feodale landbouwsysteem, met de sjambok (zweep) in de hand om het werkvolk te corrigeren.

Het wordt een geïmproviseerd feest van muziek, geroezemoes, nauwelijks geregisseerde misdienaars en hevig schreeuwende baby's. De kinderen zijn traditioneel in het wit gekleed en dragen de meest creatieve creaties, van ballerina-jurkjes tot iets wat lijkt op vitrage. Alles is ongedwongen. Pater Ngondo loopt vrolijk langs de rijen moeders en spreekt, zalft, doopt en steekt kaarsen aan. Het koor zingt, de kerk klapt en danst mee. Een misdienaar loopt met het kruisbeeld tussen de rijen door. Het is met plakband vastgemaakt op een houten stok.

Na afloop serveren de zusters thee met koekjes, in een gebouwtje naast de kerk. Pater Ngondo is bezweet; het was hard werken. Hij verdeelt zijn aandacht over twee kerken, de grote in Manyatseng en een kleintje vier kilometer verderop in het blanke Ladybrand. Daar wonen een paar katholieke families tussen de Nederduits-gereformeerde meerderheid.

Sommigen hebben moeite met een zwarte priester. Hij merkte onlangs dat men achter zijn rug om een blanke priester van ver weg probeerde te strikken voor een huwelijk in Ladybrand. “Daar heb ik wel wat van gezegd”, zegt hij mild. Eens hoopt pater Jordan Ngondo de katholieken van Ladybrand en Manyatseng samen te brengen in één kerk. “Niet iedereen in Ladybrand zal dat willen. Ik wil het proberen, maar voorzichtig. Het komt wel.”