De lange arm van Tudjman; Pers verheerlijkt zalvende president van verarmd en verbitterd Kroatië

De maandelijkse persconferentie van president Franjo Tudjman wordt in Kroatië altijd met veel aandacht gevolgd. Dat kan ook niet anders: de bijeenkomst wordt, over beide netten die de Kroatische televisie rijk is, live uitgezonden, op prime time om acht uur.

Voor nog actieve journalisten in de bijna geheel gelijkgeschakelde pers in Kroatië zijn de woorden van de president van eminent belang - niet zozeer om wat hij over de politiek zegt, maar in linguïstisch opzicht. De president bracht als "ideologische generaal' van het Joegoslavische leger in vroeger tijden veel behartigenswaardigs over socialistische opvoeding van de jeugd te berde. En ook de afgelopen jaren produceerde hij dikke boeken over het nieuwe nationaal bestaan der Kroaten. Geen boekwinkel in Zagreb, die ze niet prominent in de etalage heeft staan, zoals dat hoort bij Oosteuropese leiders. Het kost heel wat meer moeite om lezers van die boeken te vinden, maar in ieder geval ziet de president zichzelf als een intellectuele kei.

Tudjman is dan ook een meester in het verzinnen van nieuwe Kroatische woorden en debiteert in elke persconferentie een paar nieuwe vondsten. De aanwezige journalisten, geen oude rotten in het vak maar meestal nieuwelingen ter redactie van wie geen kritische vragen verwacht hoeven te worden, schrijven nauwgezet alles wat de president zegt op. Vanaf morgen immers moeten de nieuwe woorden in de krant en op de televisie worden gebruikt, in het kader van het streven de Kroatische taal zoveel mogelijk te doen verschillen van de taal die tot voor kort nog als "Servo-Kroatisch' te boek stond, maar nu - al naar gelang het land - uiteenvalt in Kroatisch, Servisch of Bosnisch.

Zelden kan de president bij zijn persconferentie op schokkende mededelingen worden betrapt. De bijeenkomst, in een vroeger aan de communistische leider Tito toebehorende, ruim door bos omgeven villa, is immers meer gedacht als een regelmatig terugkerende, plechtige viering. In de persoon van de Kroatische president, lijkt deze zelf te denken, komt de (citaat F. Tudjman) ""vervulling van de eeuwenlange wens van het Kroatische volk, in een eigen staat te leven'' het best tot uitdrukking.

Niet voor niets heeft Tudjman in de ruim bemeten hal van zijn paleisje het borstbeeld van Tito laten staan. De in wijnrode haute-couture kostuums gestoken presidentiële garde, die vroeger tot vreugde van toeristen en andere voorbijgangers op het pleintje voor het paleis in de binnenstad exerceerde, is naar de villa meeverhuisd nadat de president in het najaar van '91 onder nog steeds onopgehelderde omstandigheden uit zijn paleisje was weggebombardeerd.

De laatste maal slaagde de enigszins zalvend sprekende president, als altijd keurig gekapt en voorzien van een blauwachtige kleurspoeling in het haar, er tijdens de persconferentie zowaar in opschudding te verwekken. Ten eerste was daar zijn verwijzing naar het jongste grensconflict met het buurland Slovenië. ""Kroatië zal niet toestaan dat het Sloveense leger Sveta Gera bezet'', aldus de staatsman. Gezien de goed-Joegoslavische gewoonte de tegenpartij te beschuldigen van euveldaden die men zelf in de zin heeft, zag de Sloveense pers in deze uitspraak een soort oorlogsverklaring. Rondom Sveta Gera, een bergtop aan de Sloveens-Kroatische grens met een kazerne van het vroegere Joegoslavische leger, is het echter rustig gebleven.

Minder rustig is het in Noord-Dalmatië, waar Tudjmans troepen in januari onverhoeds de aanval openden op de door Servische milities bezette gebieden, de eenheden van de vredesmacht van de Verenigde Naties die toezagen op de wapenstilstand daarbij uit de weg schietend. Sindsdien wordt tussen de Kroatische en Servische eenheden in het gebied lustig heen en weer geschoten, zonder dat een der beide partijen noemenswaardige territoriale winst boekt. Tudjman zei op zijn persconferentie dat de oorlog in het gebied eigenlijk voorbij is, alleen reageren de Kroatische militairen nog op wat Servische provocaties.

Dat viel slecht bij de inwoners van de kuststad Sibenik, die deze avond, als zo vaak sedert het begin van het Kroatisch offensief, in hun schuilkelders moesten doorbrengen. Regelmatig vallen er in het kader van de strijd vermoedelijk Servische granaten op hun stad. De nog niet naar elders vertrokken bewoners van de havenstad Zadar is eenzelfde lot beschoren.

Toen in Zadar bovendien vorige week de plaatselijke chef van de Kroatische militaire politie bij klaarlichte dag op straat werd vermoord, door onduidelijke geüniformeerde personen, organiseerde de plaatselijke middenstand een symbolische proteststaking. Niet zozeer uit liefde voor de vermoorde politiechef maar, aldus een bron ter plaatse, omdat ze er schoon genoeg van hebben: van de oorlog, van de mannetjesputters in uniform die de straat onveilig maken, van de vergeldingsbombardementen die het gevolg zijn van de zinloze strijd even verderop, van de economische uitzichtloosheid, van het wegblijven van de toeristen waar Zadar het economisch van moest hebben. En - niet in de laatste plaats - van de vrome praatjes uit Zagreb, van Tudjman en anderen.

Bitterheid

Sibenik en Zadar zijn niet de enige plaatsen waar de gedachte dat Kroatische onafhankelijkheid een voordelige zaak zou zijn, na bijna twee jaar plaats heeft gemaakt voor bitterheid. Vijf uur 's ochtends in Zagreb: voor de bakkerijen vormen zich lange rijen. Niet dat er gebrek is aan brood. Maar de goedkoopste variant, het "Kroatische' donkere brood van honderd dinar, is 's ochtends in een oogwenk uitverkocht. Daarna is er alleen nog brood van 450 dinar en meer, een heel bedrag als je, zoals veel Kroaten, moet rondkomen van 48.000 dinar per maand, ofwel ongeveer zestig D-mark. Dat is een groot verschil met de relatieve welstand die de inwoners van Kroatië tot voor twee jaar genoten, en die een van de motoren achter het streven naar onafhankelijkheid was.

Gouden bergen beloofden Tudjman en zijn partij, de HDZ (Kroatische Democratische Unie) in 1991 in hun door de Kroatische emigratie ruimhartig gefinancierde onafhankelijkspropaganda. Als men maar eenmaal de vruchten van Kroatische werklust en de komst van buitenlandse toeristen naar de kust niet meer hoefde af te dragen aan de nietsnuttende bureaucraten in de Joegoslavische hoofdstad Belgrado en de armere delen van de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië, dan zou je eens wat meemaken. In plaats daarvan kwam de armoede. Bij velen raken dezer dagen de spaarcenten en andere reserves op.

Tudjman en de zijnen schuiven dit op de oorlog, op de bezetting van een kwart van het grondgebied door de vermaledijde "cetnici'. Maar het volk ziet dat in toenemende mate anders: de alleenregerende HDZ, heet het, gedraagt zich als de communisten van vroeger, als een staatspartij met een ijzeren greep op alle onderdelen van het maatschappelijk leven, de economie niet uitgezonderd. Van enig streven naar economische hervorming is geen sprake, de inmiddels tot het nationalisme bekeerde kameraden van vroeger wensen hun greep over de produktiemiddelen of het huizenbestand niet op te geven en spelen elkaar de bal toe. In de regering ""ligt nu een wetsontwerp over privatisering ter tafel'', onthulde een regeringsadviseur vorige week. Enige kans op verwezenlijking lijkt het niet te maken, voordat binnenskamers de buit is verdeeld.

Tot die tijd drukt de regering op grote schaal Kroatische dinars, om in de staatsbedrijven salarissen te kunnen blijven uitbetalen en om de schijn van economisch leven op te houden. Ongeveer tweeduizend procent inflatie in een jaar is het gevolg - weinig vergeleken bij de twintigduizend procent inflatie per jaar bij de vijand Servië misschien, maar toch vervelend en het gevolg van een volstrekt eendere economische politiek. De eerste stakingen - vorige week onder onderwijzend personeel - kunnen van regeringswege op het - door de staatstelevisie ruimschoots verspreide - verwijt van "onvaderlandslievendheid' rekenen.

Woede

Van enige openbare, democratische controle op het beleid, bijvoorbeeld in de pers, is nauwelijks nog sprake. De laatste onafhankelijke krant van Kroatië, Slobodna Dalmacija in Split, is deze week, na een lang conflict tussen redactie en de Zagrebse overheden, in andere handen overgegaan - in regeringshanden wel te verstaan. ""Het is bekeken, de zaak is verloren. Geen enkel protest, ook niet uit het buitenland, heeft ons geholpen'', zegt Viktor Ivanicic, een van de populairste journalisten bij Slobodna Dalmacija. Hij leidt de wekelijkse satirische bijlage "Feral Tribune', waarvan het iconoclastisch karakter de Kroatische krantelezer verrukt, doch Tudjman en de zijnen wekelijks tot woede brengt. In een der laatste afleveringen zag men Tudjman paginagroot in innige omhelzing met zichzelf.

Deze oneerbiedige grappenmakerij zal niet voortduren: de overheid heeft de privatisering van Slobodna Dalmacija teruggedraaid, zogenaamd omdat deze had plaatsgevonden vóór het uitroepen van de Kroatische onafhankelijkheid, maar in werkelijkheid om de krant in handen te krijgen. De aandelen, die op grond van de progressieve economische wetgeving van de laatste pan-Joegoslavische regering in handen waren gekomen van het personeel van de onderneming, berusten met ingang van deze week merendeels bij allerlei stichtingen en organisaties, die gemeen hebben dat ze dekmantel van de regeringspartij HDZ zijn. De strijd over het terugdraaien van de privatisering van Slobodna Dalmacija, klagen haar redacteuren, is niet alleen maar met wettige middelen gevoerd. Er is persoonlijk bedreigd, er zijn telefoonlijnen van binnenlandse correspondenten van de krant afgesneden.

""De eigenaren zullen de koers en de staf van de krant wijzigen, daar maken wij ons geen enkele illusie over'', zegt Ivancic. In de redactie broeit het van plannen voor stakingen en andere acties, nadat de afgelopen maanden vergeefs de kolommen voor een groot deel zijn gevuld met de problemen van de krant zelf. Voor de oprichting van een nieuwe, alternatieve krant is geen kapitaal, zeker niet nu er door de afnemende koopkracht steeds minder kranten worden verkocht. Een krant kost nog altijd driehonderd dinar, drie Kroatische broden.

Slobodna Dalmacija is niet de eerste onafhankelijke krant die Tudjman en de zijnen de nek omdraaien. De twee dagbladen in Zagreb, Vecerni List en Vjesnik, dissen al sinds het begin van de onafhankelijkheid het door de overheid gewenste, treurige propagandamenu en het Woord van de president en zijn getrouwen op. Onlangs is het weekblad Danas herverschenen, maar de huidige publikatie heeft met het vroegere vlaggeschip van de onafhankelijke en kritische pers in ex-Joegoslavië nog slechts de naam gemeen. De oude redactie komt er ook niet meer aan de pas. Die is, toen de HDZ vorig jaar merkte dat de redactie ernst maakte met het voornemen de nieuwe heersers net zo kritisch te volgen als de oude communistische, weggewerkt door de krant failliet te laten gaan. Toen een papierfabrikant bereid bleek een poging van de oorspronkelijke redactie, onder de naam Novi Danas door te gaan, te sponsoren, maakte de HDZ daaraan een einde door de fabrikant te dreigen met een economische boycot.

De huidige Danas stemt de machtigen alleszins tot tevredenheid. President Tudjman krijgt thans ook in Danas gelegenheid, in interviewvorm, over vele pagina's zijn politieke filosofie en vernieuwende woordenschat te ontvouwen.

Van een formele censuur is alleen sprake in militaire aangelegenheden - iets waarvoor de meeste Kroatische journalisten nog wel enig begrip kunnen opbrengen, al maakt het berichtgeving in de Kroatische media op dit punt volledig onbetrouwbaar. Maar ook zonder formele censuur is de controle effectief. ""In elke redactie zitten een paar mensen van de HDZ'', vertelt een bij de televisie ontslagen journalist. ""Als die zeggen: zou je dat nu wel doen, dan weet je als redacteur dat je op je schreden moet terugkeren.''

""Voor de Kroatische pers gaat met de overname van Slobodna Dalmacija de zon onder'', meent een ex-journalist van het oude Danas. ""Als iemand mij een paar jaar geleden had verteld dat het nationalisme voor journalisten erger is dan het communisme, dan had ik het niet geloofd.'' Er zijn nog wat min of meer onafhankelijke weekbladen over, zoals Globus of ST, maar de inhoud daarvan is veelal agitatorisch, zoniet van journalistiek-bedenkelijke aard.

Standbeeld

Het belang van dit alles stijgt uit boven de problemen van een beroepsgroep , of het recht op eerlijke informatie. De problemen van de pers kenmerken een situatie, waarin het denkend deel van de Kroatische natie de hoop lijkt te hebben opgegeven, dat de onafhankelijkheid, de ontworsteling aan de autoritaire structuren van het oude Joegoslavië en de Servische invloeden daarin, een ontwikkeling naar modernisering, europeanisering zouden betekenen. Wie nu in Kroatië nog van hoogwaardige journalistiek kennis wil nemen, moet merkwaardigerwijs zijn toevlucht nemen tot de Servische pers, waarin nog eilandjes van onafhankelijke journalistiek, weerspannigheid en scepsis tegen nationalisme bestaan. Wekelijks worden enkele honderden exemplaren van het in Belgrado verschijnende, onafhankelijke weekblad Vreme Kroatië binnengesmokkeld, om op discrete wijze te worden verkocht. ""Als dit eens allemaal voorbij zal zijn, moeten we de persoon die dit doet maar een standbeeld geven aan de grensovergang'', aldus een van de tevreden afnemers.

Het vrijwel ontbreken van een vrije pers maakt in Kroatië openbaar debat vrijwel onmogelijk, en dat terwijl de conflictstof zich hoog opstapelt - niet alleen in zaken van oorlog en economie. Er is bijvoorbeeld de betrokkenheid van de republiek Kroatië bij de oorlog in Bosnië-Herzegovina, en de militariserende invloed van de Herzegovijnse Kroaten op het leven in Kroatië - net als bij Serviërs zijn de volksgenoten uit Bosnië-Herzegovina heel wat militanter dan die uit het moederland. Er is de kwestie van de verhouding tussen de huidige Kroatische staat en de vorige, de fascistische vazalstaat uit de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Het gaat daar om meer dan een theoretisch-ideologisch vraagstuk: met de onafhankelijkheid zijn heel wat, soms kapitaalkrachtige Kroaten uit ballingschap teruggekeerd naar het moederland. Niet in alle gevallen hebben zij, of hun kinderen zich weten te ontworstelen aan militante opvattingen van vóór 1945.

Literatuurcriticus Igor Mandic kan daarvan meepraten. In - alweer - Slobodna Dalmacija had bij een kritische recensie gewijd aan de heruitgave van werk van de schrijver Mile Budak, naar wie zojuist in Zagreb van overheidswege een school is vernoemd. Budak was niet alleen maar schrijver, hij was ook minister van kerkzaken in de regering van fascistenleider Ante Pavelic in de oorlogsjaren, en als zodanig mede-ondertekenaar van de rassenwetten van de Kroatische vazalstaat en medeverantwoordelijk voor de liquidatie van grote aantallen Serviërs, joden, zigeuners. Ofschoon hij zich aan het eind van de oorlog uit de politiek had teruggetrokken, werd hij in 1945 door de communistische partizanen opgehangen, na een buitengewoon summiere procesvoering.

Mandic ging in zijn artikel na, of het zinnig was de oorlogsmisdadiger Budak te scheiden van de schrijver. Niet echt, concludeerde hij. De schrijver van de herdrukte roman ""Ognjista'' (dat betekent zoiets als huiselijke haard) is een flutschrijver, wiens werk nog niet eens echt iets zegt over de nationale eigenaardigheden van de door hem beschreven boeren. Niet zo'n goed idee dus, het vernoemen van die school. Want wat moet je straks aan de kinderen vertellen? Onze school is vernoemd naar een oorlogsmisdadiger die tevens een flutschrijver was?

Het resultaat van deze ironische bijdrage was boven elke verwachting. Slobodna Dalmacija is overstroomd met brieven, soms ondertekend door vage organisaties en in de wij-vorm gesteld, waarin Mandic wordt uitgemaakt voor "communistische cultuurverrader', "joego-nostalgist' en hem het recht wordt ontzegd zich nog langer in het openbaar over de Kroatische cultuur uit te laten. In de door de redactie van Slobodna Dalmacija, in haar streven iedereen aan het woord te laten, trouwhartig afgedrukte reacties durft niemand natuurlijk openlijk te zeggen, dat juist de oorlogsactiviteiten van Budak misschien wel tot de vernoeming van de school hebben aangezet. Wel - in een aan de donkerste jaren van het communisme herinnerend jargon - dat Mandic ""van de openbaarheid moet worden uitgesloten''.

Hedonisme

""Ach'', meent de criticus verzoenend, ""die mensen hebben geen verstand van literatuur.'' Een beetje eng is het wel natuurlijk, en met enige weemoed herinnert hij zich de tijd dat hij zijn literair-kritische werkzaamheid combineerde met het schrijven van para-literaire boeken over wijn en een in samenwerking met zijn vrouw geschreven kookboek. ""Dat klinkt misschien vreemd voor iemand uit het westen, maar het hedonisme was een soort protest tegen het communisme vroeger.''

Zijn vrouw serveert overigens nog steeds een onovertroffen sinaasappelflensje. Al smikkelend te zijnen huize nemen de aanwezigen gelaten de donkere wolken boven de Kroatische cultuur en pers door. Er is geen reden het oude systeem, met zijn grenzen aan de vrijheid en zijn neiging journalisten en andere intellectuelen met materiële voorrechten af te kopen, nu plotseling te verheerlijken. Alles gaat voorbij, leert de veelbewogen geschiedenis van deze streken. Als eerst het wederzijds doodmaken in ex-Joegoslavië maar eens ophoudt, misschien wordt het dan wat makkelijker alsnog aan een andere, betere toekomst te werken.