De jonge Heerscharen; EO katalysator van praise-avonden en gospeltheken

De Evangelische Omroep is de NCRV in ledenaantal voorbij- gestreefd. EO-jongerendagen en gospelfestivals zijn in trek. Tegenover de spectaculaire leegloop van de traditionele kerken staat een gestage groei van religieuze bewegingen, die een meer persoonlijk, charismatisch geloof belijden. De Pinkstergemeenten, de evangelische kerk, de Victory Outreach Church trekken jonge mensen, terwijl alleen al in Amsterdam talloze kerkgebouwen zijn gesloopt. Leidt de teloorgang van alle ideologieën tot een kleine religieuze opleving onder de jeugd of is er slechts sprake van "reshuffling the saints'?

Nog net zien we het staartje van de carnavalsstoet, met praalwagens, fanfare en lachende kinderen, de dorpsstraat uitdraaien, als we de statige bomenlaan van het voormalige katholieke klooster van Seppe oprijden. Hier hebben honderdveertig jongeren van de Evangelische Gemeente van Roosendaal en omstreken een goed heenkomen gezocht tegen de liederlijkheid van de wereld, die dit weekeinde in het hele zuiden van het land uitbarst in het carnaval met zijn bier, bokworst en gebral. Niet voor niets koos de gemeente voor het thema "Maar gij geheel anders' (Epheze 4, vers 20).

De christenkinderen zijn anders en ze zijn er trots op. Ze lezen de bijbel, maken muziek, zingen gospels, spelen een partijtje schaak en drinken sinaasappelsap. Geen ghettoblasters, geen rookwaar, geen sterke drank, geen jongens op de meisjeskamers, luidt het reglement. De jeugd heeft er vrede mee.

Terwijl in Roosendaal en omstreken de kroegen en de blazen langzaam vollopen, verzamelen de evangelische jongens en meisjes zich in de kloosterkapel om te zingen en te luisteren naar de preek van de jonge Gordon uit Nieuw-Zeeland, die met behulp van een zaklantaarn aanschouwelijk maakt wat de Schrift bedoelt met de opdracht om licht te zijn in de duisternis. ""Shine, just shine, be yourself, just be different'', zegt hij bemoedigend en bij het volgende lied gaan de armen de lucht in, de handpalm open richting God. Ondanks de geloken ogen is de sfeer niet plechtstatig. Integendeel, Gordon gaat eerder een beetje gekscherend met de bijbel om en mag graag een jeugdig grapje maken. Dat zijn Nederlandse tolk per ongeluk "soul' met "zool', "life' met "lijf' en "wife' met "wijf' vertaalt, verhoogt de pret. Hier wordt geen hel en verdoemenis gepreekt, maar blijdschap en liefde. ""En als je aan de waterkant staat'', zegt Gordon, ""en je aarzelt nog om erin te springen, om in het geloof te gaan staan, dan heb je nu de kans om je in het openbaar uit te spreken voor God en dat zal een onvergetelijk moment zijn.''

De zaal zwijgt en kijkt een tikje bedremmeld naar de punten van zijn schoenen. Het katholieke kruisbeeld op het podium is met een doek bedekt: de evangelischen geloven immers dat Christus weer is opgestaan en kunnen de aanblik van het gepijnigde katholieke lijf aan het kruis niet verdragen. De stilte houdt lang aan. Ik wacht nog dertig seconden, zegt Gordon zacht. De spanning stijgt. ""Ja, ik spring in het water'', klinkt het zachtjes achterin de zaal. Het lange blonde ponymeisje, geruite bloes en spijkerbroek, schrikt er zelf van. De rest haalt ontroerd en opgelucht adem. Dit zul je niet licht vergeten, zegt Gordon tevreden en samen zingt men 'k Buig me voor U neer, en verlang alleen naar U, vul mij, Heer, telkens weer, met meer van U.

Na de bijeenkomst loopt het meisje naar voren om nog even met Gordon van gedachten te wisselen over deze nieuwe fase in haar leven. ""Ze komt uit de hervormde kerk, ze had me gevraagd of ze eens een keer mee mocht'', verduidelijkt mijn buurman Kees de Brouwer (40), jeugdleider van het weekeinde, gewezen katholiek en voor hij tot de Heer kwam directeur van een succesvol artiestenbureau, waar hij met het organiseren van popconcerten ""geld als water'' verdiende. Het was een ""geestelijk armzalig leven'', weet Kees nu, een leven van drugs, gebroken huwelijken en hoopjes ellende achter de glamourgordijnen van het artiestenleven. Maar toen hij met dat treurige leven brak en lid werd van de evangelische gemeente, toen had je zijn familie moeten horen!

""Toen ik naar de verdommenis ging, gaven ze geen kik. Ik kon drinken, mijn huwelijk op het spel zetten en het interesseerde ze geen zier. Maar toen ik mijn leven beterde en evangelisch werd, werden ze kwaad: dàt was verraad aan de katholieke kerk! Dat is nou typische katholieke hypocrisie! Mijn moeder ging de laatste tijd niet meer zo vaak naar de kerk. Toen de pastoor haar vroeg waarom ze niet meer kwam, zei ze dat ze het er moeilijk mee had. Och, dat geeft niks, zei meneer pastoor, "zolang ge maor betaolt!' Toen brak er wat bij haar, ze begreep dat ze al die jaren aan een touwtje had gehangen!''

Gospeltheken

Vijftien jaar geleden organiseerde Kees het eerste jongerenweekeinde. Er kwamen vijftien jongens en meisjes. Nu heeft de gemeente meer dan tweehonderd jonge leden. De Evangelische beweging groeit. Wie de tekenen zien wil, ziet ze overal. Ronduit, de jongerenclub van de EO (55.000 leden), organiseert goedbezochte Praise-avonden en Gospelfestivals, als tegenwicht tegen de disco zijn in het hele land al zo'n twintig "gospeltheken' opgericht, waar onder het genot van een glas ranja uitsluitend op gospelmuziek wordt gedanst.

De EO is de NCRV in ledental voorbijgestreefd, het Flevo Totaal Festival van Youth for Christ trekt jaarlijks tienduizend jonge bezoekers; retraites en bezinningsweekeinden worden goed bezocht. Zijn we, na de val van het communisme, na het verbleken van alle idealen, in Nederland getuige van een kleine religieuze opleving?

""Er is wel degelijk iets aan het gebeuren'', zegt Wim de Knijff, hoofd jeugdprogramma's van de Evangelische Omroep. ""Je ziet een enorme neergang in kerkelijkheid, maar tegelijkertijd ontstaat er een tegenbeweging, waarvoor de EO een belangrijke katalysator is. Wij van de EO zijn duidelijk en wijzen een richting aan. De Ronduit-jongerenclub heeft bewust iets aan het imago van de EO willen doen. We zijn meer in de realiteit gaan staan, we maken bewuster gebruik van het medium. Het moet amusant, oogstrelend en fascinerend zijn. Kijk naar het jeugdprogramma 50 Kamers. Vroeger was het evangelie een extra sausje dat er op onverwachte manier overheen werd gegoten, nu zit het meer in de programma's ingebakken, zonder dat we overigens minder voor onze identiteit uitkomen.''

De EO mag dan profiteren van de tijdgeest, de ontkerkelijking van Nederland wordt ook door haar niet tot staan gebracht, moet hij erkennen. Wie weet zijn we slechts getuige van "reshuffling the saints' en is de echte groei er al uit. De traditionele kerken, nog steeds een groot deel van de achterban van de EO, kampen met een schrikbarende leegloop. De Generale Synode van de gereformeerde kerken boog zich vorige maand bezorgd over de massale uittocht van jongeren uit de kerk. Ondanks een speciaal in opdracht verricht onderzoek van andragologe H. Alma ("Geloven in de leefwereld van jongeren') wist de Synode geen remedie te bedenken.

Ook bij de katholieken is het kommer en kwel. Theologische faculteiten moeten inkrimpen ten gevolge van een spectaculair dalend aantal studenten. Kerken worden gesloopt. Seminaries leveren steeds minder priesters af. De conclusie ligt voor de hand: de gewone kerken, verwaterd en geseculariseerd als ze zijn, hebben de jeugd niets meer te zeggen. Verreweg het grootste deel van de jongeren valt gewoon af, maar een klein, hardnekkig deel loopt over naar geloofsgemeenschappen die persoonlijker aanspreken en enthousiasmerender zijn. Vandaar de gospelfestivals, vandaar het succes van de EO-jongerendagen.

Toch worstelt ook de EO met het toenemende consumentisme onder jongeren, zegt De Knijff, Nederlands hervormd van huis uit, maar inmiddels lid van een evangelische gemeente. ""De Nederlandse jeugd lijdt aan verlate volwassenheid, ze wil geen verantwoordelijkheid op zich nemen. Liever een losse relatie dan trouwen, liever een uitzendbaan dan een vaste betrekking. Heel veel jongeren hebben een heel laag zelfbeeld, één op de vijf loopt rond met zelfmoordplannen. De trends van de maatschappij gaan ook de christelijke jongeren niet voorbij. Wij doen er met onze laagdrempelige gospelavonden ook aan mee, maar we hopen die trends een beetje mee te laten buigen met het christendom, in de richting van een grotere maatschappelijke betrokkenheid.''

Revitalisering

In het onlangs verschenen boek De religieuze kaart van Nederland, over de geografische spreiding van de verschillende geloofsrichtingen in Nederland, beschrijft Hans Knippenberg de EO als onderdeel van een "revitalisering binnen protestants Nederland'. Het aantal leden van Pinkstergemeenten is in twintig jaar tijds met 300 procent toegenomen. Ter vergelijking: de (strenge) gereformeerde kerken (vrijgemaakt), groeiden in diezelfde tijd met 32 procent, de katholieke kerk bleef met een schamele aanwas van 5,5 procent fors achter op de bevolkingsgroei, de gereformeerde kerken (synodaal) liepen zelfs met 8,2 procent en de Nederlands Hervormde Kerk met 13 procent terug.

Toch mag je de groei van de evangelische beweging, die kort na de Tweede Wereldoorlog inzette met de komst van Amerikaanse predikers als Billy Graham en Tommy Lee Osborn, niet overschatten. Hun ledenaantal is in Nederland met 80 à 90 duizend nog steeds relatief klein. Samen met andere uit het buitenland overgewaaide geloven als de baptisten en de apostolische kerken vormen zij een kleine, doch luidruchtige minderheid van ongeveer 300 duizend leden. ""Bij het vasthouden van een jeugdige kern binnen de kerken speelt de evangelische beweging een niet te onderschatten rol'', aldus Knippenberg.

De vrije gemeenten, de Pinkstergemeenten, de evangelische gemeenten, ze behoren tot wat men wel de "charismatische kerk' noemt, een sterk persoonlijk getinte, Bijbelvaste geloofsrichting met grote nadruk op bekering, verlossing en contact met de Heilige Geest, die soms "in tongen' door de gelovigen spreekt. In Nederland kennen we een "wilde tak', die geen hiërarchie heeft en in principe iedereen tot voorganger kan benoemen, en een meer georganiseerde tak, verenigd in de Broederschap van Pinkstergemeenten, die via de Centrale Pinkster Bijbelschool theologisch geschoolde voorgangers aflevert.

Huiskamer

Henk Dik, vroeger commercieel medewerker bij een ingenieursbureau en zelf uit een niet-kerkelijk gezin, werd in 1958 gegrepen door het Evangelie tijdens een massabijeenkomst op het Malieveld, waar de Amerikaanse prediker Osborn optrad. Eerst zocht hij zijn heil in de traditionele kerk, maar daar werd hij alleen maar verdrietig van. ""Niemand sprak met elkaar, iedereen rende na de dienst zo snel mogelijk weg.'' Na lang wikken en wegen richtte hij vijftien jaar geleden in Roosendaal een evangelische gemeente op. Begonnen in de huiskamer, groeide zij al snel uit tot een gemeente van 450 mensen, voor het katholieke Roosendaal een behoorlijk grote groep. Volgens het in de evangelische beweging gebruikelijke principe van celdeling, heeft ze zich inmiddels in tweeën gesplitst en er zijn al broedergemeenten in België en Zeeland opgericht.

Sinds 1980 wordt Dik door de gemeente betaald als full-time voorganger. Zijn vijf kinderen zijn ook evangelisch. Dat betekent geen drugs, geen disco, geen seks en geen carnaval. ""We hebben geprobeerd het ze voor te leven en dat is gelukt. Ze hebben er zelf voor gekozen. Ze worden wel voor EO-kinderen uitgescholden op school, maar ze dienen de Heer met vreugde en dat werkt aanstekelijk. Onze kinderen zijn de beste graadmeter voor ons geloof'', zegt Dik in de Roosendaalse huiskamer, waar hij ooit met zijn gebedsbijeenkomsten is begonnen.

In het klooster van Seppe is Tim Dik (26), zoon van de voorganger, dit weekeinde een van de jeugdleiders. Ook zijn zus en zijn langharige broer, die bij het EO-jongerenprogramma 50 Kamers werkt, helpen een handje mee. Toen Tim 12 was, wist hij het zeker: ""Here God, ik wil met u verder gaan.'' Zijn ouders hebben hem, zegt hij, niet achter de broek gezeten. Sindsdien is hij alleen maar gegroeid in zijn geloof. ""Ik weet zeker dat God er is. Ik heb God wel eens losgelaten, maar Hij heeft mij nooit losgelaten. Geloof is de zekerheid van de dingen die je niet ziet. De zekerheid dat God je leven bestuurt, maakt je enorm sterk en dat is heel belangrijk in een wereld waar zoveel ellende heerst.''

Tim studeert communicatiewetenschappen in Nijmegen, maar aan het studentenleven heeft hij part noch deel. Hij werkt keihard. ""Ik hoor altijd dat studenten veel uitgaan. Dat doe ik niet, hooguit een enkel keertje naar de bios. Relatieproblemen en seks nemen een enorme plaats in in het studentenleven en daarin ben ik nu eenmaal heel anders. Als God zegt: ""Bewaar het voor het huwelijk'', dan doe ik dat. Ik zie het niet als een gemis. God heeft bepaalde regels gegeven voor seks en daar houd ik me aan. Hij beloont gehoorzaamheid.''

Een religieus reveil ziet Tim niet om zich heen, al zijn er wel jongelui die weer gaan nadenken over de zin van het leven. ""De kloof wordt steeds groter: onze jeugd gaat om elf uur naar bed, de andere jeugd begint dan pas aan zijn avond. De traditionele kerken zijn de jeugd al kwijt. Ze hebben niets te bieden. Wij zijn een vrolijke kerk. Het geloof is niet alleen een rol voor zaterdagavond of zondagmorgen, je moet altijd dezelfde zijn. Er is onder de jeugd een enorm stuk vervlakking. Waar staan ze nog voor op de bres? Alleen voor hun beurs en een OV-jaarkaart. Jongeren zijn ook steeds sneller uitgepraat. Mensen vragen mij ook nooit naar mijn geloof, het interesseert ze niet. Er heerst een enorme gemakzucht en gezapigheid. Waarom kennen ze in Albanië geen puberteit en kunnen jongeren in Nederland daar zo lang niet overheen komen? Ze leren niet om zelf iets te ontwikkelen. Het blijft bij passief consumeren.''

Tim kijkt regelmatig naar de Evangelische Omroep. Hun programma's zijn er kwalitatief op vooruit gegaan, al ergert hij zich aan de bekeringsverhalen van Feike ter Velde, die hij ""een beetje sneeky, een beetje gluiperig'' noemt. Deze zomer studeert hij af en dan vertrekt hij naar Italië om in het katholieke bolwerk bij een christelijk radio- en tv-station zendingswerk te gaan doen. Het is liefdewerk, oud papier en hij zal dan ook door de gemeente en zijn vrienden worden onderhouden. ""Ik weet dat God wil dat ik daarheen ga. Ik wil andere mensen vertellen wat ik van God heb ontvangen.''

Vrijheid

Na de bekeringsbijeenkomst spreek ik een geadopteerd Koreaans meisje van 17 jaar met een meterslange zwarte vlecht op haar rug. Vroeger werd ze op school veel gepest omdat ze gelovig was, maar uiteindelijk dwong haar houding respect af. Ze praat er veel over met haar vriendinnen en anderen die van "de wereld' zijn. ""Ik weet dat ik het eeuwige leven heb en ik vind het naar dat mijn vrienden en vriendinnen daar geen deel aan hebben. Wij christenen zijn niet van deze wereld. Ik heb geleerd dat je moet kiezen, je moet niet halfslachtig zijn.'' Carnaval, uitgaan, het zegt haar niks. Of ze de vrijheid niet mist? Ze kijkt me niet begrijpend aan. ""Hoe bedoel je? Ik bén vrij!''

De evangelische gemeenten in Nederland groeien omdat ze willen groeien, denkt Heime Stoffels, die twee jaar geleden aan de (gereformeerde) Vrije Universiteit van Amsterdam promoveerde op het proefschrift Wandelen in het licht, over de Nederlandse evangelische beweging. De traditionele kerken zijn bang voor zieltjeswinnerij, ze zijn voorzichtig en benepen. Veel actieve gereformeerden zijn naar de evangelischen overgestapt omdat hun pogingen om de kerk te revitaliseren op niets uitliepen. ""De drempel om bij een evangelische gemeente binnen te komen is laag, maar wil je lid worden dan moet je door een gehaktmolen. Ze spelen op kwaliteit: je moet de gemeenschap iets goeds te bieden hebben. Als je je bekeert, moet je voor het publiek getuigen dat je Jezus aanvaard hebt. Dan kun je niet meer terug. Men bekeert via vrienden en vriendinnen. De Zwarte Kousen-kerk is exclusief en behoudend, maar de Pinkstergemeente is wervend en missionerend.''

Stakkers wil Stoffels de evangelischen beslist niet noemen. Het is zelfs een betrekkelijk moderne groep mensen, vaak afkomstig uit forensengemeenten en nieuwbouwwijken. Het merendeel is beneden de veertig jaar en heeft een goede opleiding. Ook het succes van de EO verklaart Stoffels uit de wl om te groeien. De EO is zeer knullig begonnen, maar heeft inmiddels amateurisme vervangen door professionalisme. ""Als vroeger een niet-christen scoorde in een discussieprogramma, werd dat er gewoon uitgeknipt. Maar de EO heeft nog steeds een image van zwaar-op-de-hand en dat willen ze absoluut niet kwijt, want het is het geheim van hun succes. De EO brengt een positief protestants-christelijk geluid, verzet zich tegen moreel verval. Er is een constant segment in de markt van ongeveer een miljoen kijkers die waardering hebben voor die blijde boodschap. Er is trouwens ook in de traditionele kerken een nieuwe hang naar spiritualiteit, naar geestvervoering. Dat vertaalt zich in de zogenaamde charismatische stroming in de kerken.''

Dat in Nederland de leegloop uit de kerken zoveel sneller gaat dan in het buitenland komt volgens Stoffels omdat Nederland traditioneel een volkskerk en geen staatskerk kent. ""Lid worden van een kerk is hier altijd veel meer een individuele beslissing geweest. In Duitsland bestaat een staatskerk en lid daarvan zijn is veel vrijblijvender. Ook de socialistische beweging is hier altijd veel anti-kerkser geweest dan in het buitenland. Er is in Nederland van meet af aan een scherpere scheiding getrokken tussen kerkelijk en niet-kerkelijk.'' Overigens kun je niet de conclusie trekken dat de uittocht uit de traditionele kerken automatisch tot een overstap naar de evangelische beweging leidt. ""Als je dus al kunt spreken van een religieus reveil, dan is het op wel zeer bescheiden schaal.''

Op een gure zaterdagmiddag in februari is die bescheiden religieuze opleving gade te slaan in de Merwehal te Dordrecht, waar vijfhonderd EO-jongeren zich warmen aan een gospelfestival. ""Hosanna, Hosanna, zie Hij komt in majesteit, Hosanna, Hosanna, Heer van alle eeuwigheid,'' zingen drie zeer vlot ogende meiden en de handen gaan alweer de lucht in. Toch kan de Nederlandse gospel het publiek maar matig bekoren. Een Gert-en-Hermien-achtig duo ("Geef de Heer eens een clap-over") krijgt met zijn geschmier nauwelijks de handen op elkaar en ook het praisekoor roept niet veel enthousiasme wakker. Naast mij zitten twee boerenzonen met identieke blonde snorretjes doodkalm synchrone kauwbewegingen te maken. Hun ogen zijn aandachtig, maar kritisch op het podium gericht. Nee, de vlam slaat pas in de pan als de Amerikaanse groep Allies (""All the way from Nashville'') alle registers opentrekt en, begeleid door scheurende gitaren, zingt ""You got to teach him about Jesus, before he meets the Devil''. Nu springen zelfs de boerenzonen van hun stoel en verslikken zich van puur genot bijna in hun kauwgomballen.

Jan (22, soldaat) en Jack (24, PTT-beambte) zijn lid van de EO-Ronduit-club en hebben zelf in Amersfoort een gospeltheek opgericht, waar wekelijks zo'n tien tot dertig jongeren op gospelmuziek en seven-up komen swingen. Naar Dordrecht zijn ze gekomen voor "een stuk bemoediging'. Van Praise-avonden houden ze niet, dat is ze te zweverig, met die handen in de lucht. Ze hebben liever een beetje steviger muziek. ""Ja, de christelijke jeugd komt er tegenwoordig rond voor uit!'' lacht Jan. ""Het besef is groeiende dat dit de waarheid is!''

Twijfel

Het succes van de EO, denkt Ad Koppejan (30), van 1988 tot 1992 voorzitter van het CDJA, de jongerenclub van het CDA, die zo'n 2500 leden telt, komt voort uit de duidelijkheid die ze biedt. ""Het is in Nederland heel lang in de mode geweest je twijfel tot een nieuw soort dogma te maken. De moderne theologie heeft onzekere mensen steeds minder te bieden. Ook ik heb behoefte aan traditionele zekerheden, de constanten door de eeuwen heen.''

Als echte gereformeerde Zeeuw uit Zoutelanden wordt Koppejan niet beroerd door gospelavonden en evangelische gebedsbijeenkomsten. Maar de tijden zijn lang niet zo onzeker geweest als nu en jonge mensen zoeken een nieuw houvast. ""Het wegvallen van alle ideologieën, de verbrokkeling van de samenleving, het pragmatisme, egoïsme. We leven in een hardere samenleving, die geordend wordt door het liberalisme à la Fukuyama. Het liberale denken is in de politiek zeer sterk vertegenwoordigd, evenals het populisme, zowel bij links als bij rechts. Mensen zijn in de war en dat leidt tot een hernieuwde belangstelling voor religie, wat overigens niet het zelfde is als religiositeit. Noem het eerder belangstelling voor levensvragen.''

Koppejan, na zijn politieke loopbaan inmiddels bij de vervoersbond CNV beland, vindt het extreme individualisme van vandaag een doodlopende weg. ""Vrijblijvendheid werd aanvankelijk beschouwd als een enorme vrijheid, maar dat is zeer de vraag. Christenen worden gezien als zielige mensen, terwijl de mensen die dat denken zich vaak niet bewust zijn van hun eigen verslaving. Een mens ontleent zijn waarde nu eenmaal niet aan het materiële.'' Koppejan heeft overigens niet de illusie dat de secularisering in Nederland makkelijk te stoppen is. ""Christenen geloven in wonderen, nietwaar? Maar het zou een enorme omslag vereisen in het kerkcultuurtje, minder naar binnen gericht. De ideale kerkdienst ben ik nog niet tegengekomen.''

Zaaier

Een zondag later bezoek ik een snel slinkende hervormde gemeente in Amsterdam-Oost, waar de jonge vicaris Berthil Oosting (30), rood haar en bakkebaarden boven zijn zwarte domineestoga, de dienst verzorgt. De kerk van de gemeente is onlangs afgebroken, ze was veel te groot en koud geworden. Nu heeft de gemeente onderdak gevonden in het buurthuis Eltheto. Veertig kerkgangers schuiven zwijgend aan. Het merendeel is ouder, één kinderrijke Molukse familie vult bijna de halve dienst. Speciaal voor de jongeren betoogt Oosting dat het steeds moeilijker wordt uit te leggen waarom je nog naar de kerk gaat. Dan preekt hij voor de volwassenen over de zaaier die uitging om zijn zaad te zaaien, hij vraagt aandacht voor de noden van de DAF-werknemers, hij bidt voor de Serviërs, Kroaten en Bosniërs, laat de collectezak rondgaan en gaat de gemeenteleden voor bij hun ijle psalmenzang.

Nee, die psalmen spreken hem niet aan, zegt Jan Pieter (26), getrouwd met de dochter van de vorige dominee, na de dienst. Ook de preek had hem deze week niet veel te bieden. Toch zal hij niet gauw naar iets als de Pinkstergemeente overstappen, dat is hem teveel de buitenkant. Een kerk moet in een buurt staan, dat maakt het juist spannend.

Berthil Oosting studeerde theologie in Brussel. Hij komt uit een gereformeerd nest en voelt zich geïnspireerd door zijn vader. Hij is nog steeds niet in het geloof teleurgesteld. ""Ik heb hiermee een gebied betreden waarover ik tot mijn dood toe vragen kan blijven stellen. Juist de twijfel brengt je steeds weer een stap verder. Het geloof helpt mij om heel het leven in al zijn complexiteit te verhelderen. Ik weet dat dat voor een buitenstaander onbegrijpelijk klinkt.''

Spijtig moet Oosting constateren dat de trend in heel Amsterdam hetzelfde is: de leegloop is groot. Dat levert voor de resterende kerkgangers existentiële problemen op. Ze vragen zich af waarom er zo weinig geloofsgenoten zijn overgebleven. Ondanks de afkalvende kerk heeft Oosting grootse plannen. Hij wil in de Indische buurt een verhalenproject over racisme beginnen. ""De mensen moeten kunnen vertellen hoe ze hun buurt de laatste 25 jaar hebben zien veranderen. Ze durven vaak niet te praten over hun problemen met hun Marokkaanse buren. Dat wordt al gauw als verdachte taal beschouwd. Maar het is niet racistisch als culturen botsen. Daar moet openlijk over gepraat kunnen worden.'' Elke dinsdagavond verzorgt de gemeente voor zo'n zestig buurtbewoners een maaltijd. ""De tijd van negatieve sentimenten ten opzichte van de kerk is voorbij'', zegt Oosting. ""We worden als een marginaal verschijnsel gezien in de buurt. En dat zijn we ook.''

Oosting heeft in de kerk een jeugdsoos helpen opzetten, die wekelijks bijeen komt. Ze bestaat goeddeels uit de kinderen van de Molukse familie, die ook maar gestuurd lijken, en de drie kinderen van de vorige dominee, die naar Utrecht zijn verhuisd. Ze komen "voor de gezelligheid'. De opgeschoten jongens en meisjes praten over de door Berthil op het bord geschreven stelling ""Geloven in God is niet hetzelfde als geloven in Sinterklaas''. Sinterklaas kun je zien en God niet, God kan mensen genezen en Sinterklaas niet, God zit in de hemel en Sinterklaas op aarde. Het leidt allemaal tot veel puberaal gegiechel. ""Nou Berthil, je hebt wel eens een betere stelling bedacht'', zegt de oudste domineeszoon Steven, tevens leider van de jeugdkerk, die nog maar een handjevol kinderen telt. En ik denk aan een van de voorbeden van de zondagsdienst: ""Wij zien onze kerk eerder afbrokkelen dan groeien'', bad Oosting, ""maar toch kunnen wij niet veranderen, wij blijven liever staan.'' En de gemeente murmelde zacht: Heer onze God, wij bidden u verhoor ons.

C'est le ton qui fait la musique. Een paar dagen later zit ik in tramlijn tien. Twee Amerikaanse meisjes staan in het gangpad te praten. Zegt de een tegen de ander: ""You know, Monica for the last three years has had súch a terrific relationship with God!'' Alsof het over een reuze spannend vriendje gaat.