DE GRIMALDI'S VAN MONACO

Een dynastie van schandalen The Grimaldis of Monaco. Centuries of Scandal, Years of Grace door Anne Edwards 368 blz., geïll., Harper Collins Publishers 1992,f 65,50 ISBN 0 00 215195 2

Geldgebrek vormde voor de Grimaldi's vanouds een probleem. Ze wilden leven als vorsten, maar het ontbrak ze aan voldoende onderdanen die voor de kosten konden opdraaien. Nòg meer belasting heffen zou een opstand teweeg brengen onder de paar duizend inwoners van Monaco en het plan voor een casino veranderde daarom al snel in een obsessie.

De familie liet zich in 1856 uitvoerig voorlichten over de stand van zaken in Bad Homburg, Hessen. Daar verdiende de vorst met z'n speeltafels meer dan 350.000 frank per jaar. In Bad Homburg waren dan wel geneeskrachtige bronnen, voor Monaco pleitte de Middellandse Zee die steeds meer in zwang raakte. Cannes, een dorp vijftig kilometer verderop, had inmiddels naam gemaakt als badplaats.

De bereikbaarheid vormde een nadeel. De bootverbinding met andere plaatsen was slecht en de reis vanuit Nice nam vier uur in beslag, een halsbrekende tocht over smalle bergpaden. Eenmaal ter plekke, waren voor bezoekers geen passende logiesmogelijkheden voorhanden, maar dat alles was geen reden om van het casino af te zien.

De Société des Bains de Mer werd opgericht en twee Parijse zakenlui verkregen de concessie. Een bestaande villa werd omgebouwd tot speellokaal, een huis aan de haven veranderde in een restaurant en de voormalige Franse kazerne deed voortaan dienst als hotel.

Het casino ging in 1857 open, maar klanten kwamen nauwelijks; nog in 1860 leed de Société een verlies van 80.434 frank. In 1861 werden de plaatsjes Menton en Rocquebrune voor vier miljoen frank aan Frankrijk verkocht. Dat gaf de Grimaldi's weer armslag. Enkele jaren kon er op grote voet verder worden geleefd, maar Monaco was nu kleiner dan ooit. En zonder inkomsten.

Anne Edwards schreef eerder biografieën over Vivien Leigh, Judy Garland, Katharine Hepburn, de Reagans en het huis van Windsor. Showbusiness en royalty zijn zaken die haar na aan het hart liggen en dan is het logisch dat het vorstenhuis van Monaco een keer aan de beurt komt. In The Grimaldi's of Monaco. Centuries of Scandal, Years of Grace heeft Edwards er naar gestreefd om de heerschappij van de Grimaldi's vanaf het begin tot de dag van vandaag in kaart te brengen. Haar verslag begint in de twaalfde eeuw als de naam Grimaldi voor het eerst in Genua opduikt en eindigt met de drukte om de laatste minnaar van prinses Caroline, de acteur Vincent Lindon die uit Monaco moet worden geweerd. Lindon is niet rooms en wel joods, een dubbele handicap.

KALE ROTSEN

The Grimaldi's of Monaco is onmiskenbaar het werk van Anne Edwards, daar hebben de researchers, editors, assistenten en agenten die in het voorwoord worden bedankt niets aan kunnen veranderen. Liever dan over mafia, mysterieuze verdwijningen en de beroemde casino-oorlog aan de Côte d'Azur, schrijft zij over juwelen en de garderobe van prinsessen. Het lijkt een kwestie van smaak en het heeft het boek niet onleesbaar gemaakt, integendeel: dit is het produkt van een professional die haar materiaal aan de bron heeft vergaard.

Bovendien heeft Edwards niet iedere vorm van geweld uit haar boek geweerd en dat had ook niet gekund. Monaco was volgens de oudste getuigenissen een zeeroversnest waar de brutaalste rovers het voor het zeggen hadden. Op de kale rotsen viel niets te verbouwen, maar de bewoners vonden altijd weer een manier om aan voedsel te komen. Ze zaten hoog genoeg om tijdig een langsvarend schip op te merken.

In 1297 slaagde Rainier Grimaldi, koopman te Genua, er in het fort van Monaco binnen te dringen. Hij vermoordde de bewakers en onderwierp de tweehonderd bewoners aan zijn gezag. Ingesloten door hoge bergen en met goed zicht over zee leek hem dit een uitgelezen plek om macht en terreur uit te oefenen. De voertaal was Italiaans en de Monegasken stonden toen al bekend om hun hardvochtigheid.

Soms volgde de ene Grimaldi de andere snel op: dan was er één vergiftigd of domweg vanaf de rotsen naar beneden gegooid. Alle behendigheid was nodig om niet te worden ingelijfd door een van de omliggende landen, maar steeds opnieuw kon de dreiging worden afgekocht in ruil voor havenfaciliteiten of als tijdelijk garnizoen voor vreemde troepen. Inmiddels waren Menton en Roquebrune aan het rijkje toegevoegd en in 1612 sierde de eerste Grimaldi zich met de titel "Prins van Monaco'.

Met de jaren raakten de Grimaldi's in de ban van het Franse hof. Het paleis van Monaco stond meestal leeg, terwijl de dienstdoende vorst zich overgaf aan de luister van Versailles. Monaco zelf kende geen enkele allure. Er was niet veel bedrijvigheid en de mogelijkheid tot expansie bestond domweg niet. Handel kwam niet van de grond bij gebrek aan goede verbindingen en het ontbrak de Grimaldi's aan pachters die ze konden afpersen.

De zeventig procent belasting die bewoners van hun inkomsten aan de vorst moesten afdragen, vormde een vruchtbare bodem voor haat. Toen de Franse Revolutie uitbrak, werd Honoré de Grimaldi door de bevolking afgezet en Monaco was niet langer een vorstenstaat. Maar ten tijde van Napoleon wist de familie het heft weer in handen te nemen en als vanouds werd de belastingdruk opgevoerd.

Wat de Grimaldi's betrof, was de Revolutie niet meer dan een intermezzo geweest. Ze zaten bij voorkeur in Parijs en kwamen een enkele keer per jaar naar Monaco om hun deel op te eisen. Steeds meer verlangden de Monegasken naar een andere heerschappij en er gingen zelfs stemmen op voor aansluiting bij het koninkrijk van Sardinië. Toen in 1856 de plannen voor een casino op tafel kwamen, hadden de Grimaldi's hun laatste krediet zo'n beetje verspeeld.

ONVOORZIENE KANSEN

Na de sluiting van het casino in Bad Homburg na een reeks van zelfmoorden deden zich plotseling onvoorziene kansen voor. François Blanc, de manager van Bad Homburg, kwam in 1863 naar Monaco en pakte de zaken groot aan. Hij bouwde een nieuw casino, hotels, villa's, wegen en legde exotische tuinen aan. Niets was mooi genoeg; het H^otel de Paris werd volgestouwd met marmer en kristal, en alleen al het tafelzilver had 200.000 frank gekost. Vanuit Nice en Cannes liet hij stoomboten vol bezoekers overvaren en straks zou er zelfs een spoorverbinding komen. De nieuwe stad noemde hij Monte Carlo, naar prins Charles.

Blanc had voor een periode van vijftig jaar de concessie van de Société des Bains de Mer verworven en moest tien procent van de opbrengsten aan de prins afstaan. Prins Charles bekommerde zich trouwens niet om de gokkerij. Voor hem was het casino niet meer dan een onverwachte bron van inkomsten, want het geld stroomde nu binnen.

Aan andere hoven waren de reacties minder lauw. Europa telde een veertigtal vorstenhuizen en bij prinsen zowel als hofadel sloeg de gokkoorts toe. Onder de hoge gasten van Monte Carlo maakten de Romanovs de meeste indruk. Ze huurden met hun gevolg hele etages af in het H^otel de Paris en verspeelden fortuinen. Ook de prins van Wales kwam jaarlijks op zijn jacht aangevaren om baccarat te spelen en koning Leopold van België sloeg niet een seizoen over. Zelfs Arabische prinsen reisden naar Monaco alsook de prins van Nepal die van z'n geloof maar vijf dagen per jaar mocht gokken.

's Avonds zag de verlichte stad er betoverend uit en in buitenlandse bladen verschenen de eerste larmoyante verhalen over rijkaards die zichzelf van de rotsen hadden gegooid, volledig geruneerd. In die artikelen werd Monaco met schande overladen. Mensen die zelfmoord pleegden, kapotte huwelijken, adellijke families die hun bezit in korte tijd verloren; de gokkerij joeg talloze bezoekers de afgrond in. Op straat werd soms een Russische edelman gezien die z'n sieraden voor een schijntje te koop aanbood om verder te kunnen spelen. Het casino moet sluiten, was de teneur van de meeste reisreportages.

Toch bleven de bezoekers iedere winter toestromen en in 1869 kon de belasting worden afgeschaft; het geld was niet langer nodig. Met de populariteit van de Grimaldi's ging het nu iets beter. Zelfs van de verloren oorlog van Frankrijk tegen de Pruisen was niets te merken; het leek wel of de conjunctuur elders geen enkele invloed had op de bedrijvigheid aan de roulettetafels. Met negentien nieuwe hotels, vierentwintig grote villa's en tachtig appartementen kende Monaco aan het eind van de negentiende eeuw geen gelijke.

LIEFDADIG DOEL

De Grimaldi's begrepen goed dat Monaco niet enkel met verderf mocht worden geassocieerd. Daarom kreeg Frankrijk ieder jaar twee miljoen frank ter afbetaling van de oorlogsschuld aan de Pruisen, maar die geste was niet voldoende. Het was uiteindelijk de aangetrouwde prinses Alice die Monaco een zeker cachet gaf. Ze hield salon temidden van schrijvers en artiesten en ook organiseerde ze ballet- en operavoorstellingen met een liefdadig doel. Maar nadat Alice hals over kop moest vertrekken - ze bedroog prins Albert openlijk - viel Monaco terug op populaire vormen van vermaak. Toen waren het weer de hondeshows, bootraces, bokswedstrijden en verkiezingen van de mooiste parasol die de activiteiten uitmaakten.

Prinses Alice was niet het eerste aangetrouwde familielid dat voortijdig kon vertrekken. Wel vaker klikte het niet tussen een Grimaldi en zijn of haar uitheemse partner. Spatte een huwelijk uit elkaar, dan leverden partijen strijd met een passie die voor niemand verborgen werd gehouden.

Om onverklaarbare redenen bleef de vorstelijke familie klein. Toch vormde nageslacht voor de Grimaldi's een obsessie, want hun land zou aan Frankrijk toevallen, zodra er geen rechtmatige erfopvolger voorhanden was. Een enkele keer werd uit liefde een huwelijk gesloten, vaker waren winstbejag en de druk om kinderen te krijgen beslissend.

Prins Louis kreeg in 1898 een dochter, Charlotte, bij een Parijse callgirl zonder dat dit trouwens enige ophef veroorzaakte. Op haar beurt werd prinses Charlotte - de enige troonopvolger aan het begin van deze eeuw - aan de Franse graaf de Polignac gekoppeld. Na bewezen diensten, ze kregen twee kinderen, werd de graaf Monaco uitgegooid en kreeg zelfs een verschijningsverbod opgelegd. Later zou prins Louis het op zijn 69ste aanleggen met een vijfendertig jaar jongere actrice, terwijl Charlotte haar duistere minnaar, Dr. Del Masso, bijkans overhoop schoot toen hij bekende er nog een vriendin op na te houden. En op het huwelijksfeest van haar zoon, Rainier III, verscheen Charlotte met een juwelendief die onwennig in het daglicht tuurde, zo lang had hij achter de tralies gezeten.

In deze verhitte atmosfeer was de jeugd van Rainier III niet zorgeloos te noemen. Charlotte gedroeg zich steeds excentrieker met haar negen fox-terriërs die bezoekers attaqueerden; Louis, de bejaarde grootvader van Rainier, kwijnde weg bij jonge vrouwen en marsmuziek, terwijl het de prins verboden was z'n vader, de verbannen graaf, te ontmoeten. Hij kwam op een Engelse kostschool terecht, waar hij al snel "fat little Monaco' heette. Toen zijn oudere zuster een verhouding kreeg met de playboy en voormalige tenniskampioen Aleco Noghes, en opa Louis op de valreep met een ma^itresse trouwde, leek de chaos compleet. Monaco was veranderd in een operette.

EIGENTIJDS AMUSEMENT

Hoe liederlijk het aan het hof ook toeging, na 1945 vonden de meeste bezoekers Monaco te chic. In Nice, San Remo en andere badplaatsen stonden nu ook casino's en bovendien konden gokkers terecht in Reno en Las Vegas. In die steden ging het veel moderner toe met zangers en ander eigentijds amusement. Monaco bleef het antwoord schuldig op de wensen van de naoorlogse toerist en toen Rainier III in 1949 op de troon kwam, waren de inkomsten van het casino met 75 procent teruggelopen.

In veel opzichten onderscheidde Rainier zich van z'n voorouders. Hij vestigde zich in Monte Carlo, bekommerde zich om z'n onderdanen en bleek talent voor zaken te hebben. Z'n grootste coup was het huwelijk met de Amerikaanse filmster Grace Kelly. Affaires met Gary Cooper, Clark Gable, William Holden en Bing Crosby hadden geen enkele afbreuk aan haar bovenaardse verschijning gedaan en ze verschafte Monaco de gratie die het land zo lang had gemist. Aanvankelijk lag de vader van Kelly dwars vanwege de bruidsschat, maar toen het huwelijk in 1956 plaatsvond, begonnen de gouden jaren.

Allereerst rekende Rainier met Aristoteles Onassis af. Onassis wilde Monaco z'n oude glorie teruggeven en er opnieuw een toevluchtsoord voor vorsten en aristocraten van maken. Hij stak als mede-eigenaar van het casino miljoenen in kostbare bouwprojecten, maar trok als iedere buitenstaander in Monaco aan het kortste eind. Van de ene dag op de andere bracht Rainier 600.000 nieuwe aandelen in omloop, waardoor Onassis' zeggenschap ineenschrompelde, en de Griekse reder kon voorgoed vertrekken.

Rainier bleek helderziend waar het ging om de wensen van de nieuwe generatie bezoekers. Hij begreep dat de reiziger over minder geld beschikte dan voorheen, maar dat veel reizigers samen een heleboel te besteden hebben. Hij liet eenvoudige hotels en pensions bouwen, vergadercentra, kwam met volks vermaak, souvenirwinkels en was getrouwd met een vrouw die alleen al goed was voor de massale toestroom van toeristen. Onder zijn bewind kwam er een welvaart van ongekende omvang.

Het leek aanvankelijk of de Grimaldi's aan hun scandaleuze reputatie waren ontsnapt. Prinses Caroline was voor de buitenwereld gelukkig getrouwd met de succesvolle zakenman Stefano Casiraghi. Maar toen die in 1990 plotseling stierf tijdens een speedboatrace, kwam niet alleen aan het licht hoe de prinses jarenlang met een andere vrouw was bedrogen, maar moest Caroline ook voor twee miljoen dollar aan juwelen afgeven om Casiraghi's eerste schuldeisers van zich af te schudden.

Prinses Stéphanie mislukte als popzangeres, had een liaison met ene Mario, groothandelaar in cocane, en raakte in 1992 zwanger van haar lijfwacht. En nu willen geruchten dat Albert, de kroonprins, zich binnenkort gaat verloven met het Duitse fotomodel Claudia Schiffer. Er zijn dan ook niet veel aanwijzingen, dat in Monaco is afgerekend met eeuwenoude tradities.