Autocoureurs Formule 1 ruziën tot seizoen begint

ROTTERDAM, 13 MAART. Op het hoog gelegen circuit van Kyalami bij Johannesburg begint morgen met de Grote Prijs van Zuid-Afrika de strijd om het WK Formule 1. De stoelendans om de beste plaatsen is voorbij maar dat wil niet zeggen dat het geruzie over is achter de schermen van de eredivisie in de autosport.

Wereldkampioen Nigel Mansell kreeg niet de gage van meer dan 20 miljoen dollar die hij zich bij Williams-Renault wenste en koos voor de Indycars in Amerika. Hij werd vervangen door de na een sabbatjaar weergekeerde Alain Prost. De drievoudig kampioen zag zich met een detail geconfronteerd. Omdat Mansell vertrok was startnummer 1 niet beschikbaar. In plaats daarvan opteerde de autosportfederatie voor nummer 0. Prost protesteerde. Hij wilde niet als grote nul rondrijden zodat hij nummer 2 verkoos.

Zijn teamgenoot Damon Hill, de 30-jarige zoon van de in 1976 met zijn privévliegtuig op een Engelse golfbaan neergestorte Graham, maalt niet om dat rare nummer. Hij kreeg de kans van zijn leven. Na meer dan een jaar testrijder te zijn geweest bij Williams, stapt hij in het beste team ter wereld. De weergekeerde Prost zorgde voor opschudding door weinig vleiende opmerkingen aan het adres van de autosportbobo's.

Volgende week donderdag moet hij zich daarover in Parijs verantwoorden tegenover sportpresident Max Mosley. Sportlieden die de draak steken met de blazeradel, komen overal voor, maar in de wereld van de racende oogkleppen krijgt dat een vervolg. Berisping, geldboete of de rode kaart? Voor zo'n grootverdiener lijkt een financiële correctie het meest op zijn plaats.

Een favoriet voor de wereldtitel aan de kant zetten, is schreeuwen om problemen. Het gedraal van Ayrton Senna (wel rijden of niet rijden) kwam ten slotte op zijn pootjes terecht. Hij blijft bij McLaren waar men de Honda-motoren node mist omdat de Japanners zich terugtrokken. Directeur Ron Dennis gaat in zee met Ford, een oude liefde van het merk. Of het team met de Amerikaan Mike Andretti, geboren in Bethlehem en wonend in het eveneens in Pennsylvania gelegen Nazareth, de verlosser van de Formule 1 in huis heeft, moet nog blijken. Het vertrek van Mansell en de komst van de Amerikaanse ster betekenen in ieder geval toenadering tussen twee racewerelden.

Veel tegenstand kan favoriet Williams-Renault verwachten van het Benetton-team dankzij de geniale Duitser Michael Schumacher die de van Williams overgekomen veteraan Ricardo Patrese als teamgenoot heeft. Een vierde team dat van zich zal laten spreken is dat van Peter Sauber uit Zwitserland. Het was de bedoeling dat Sauber de vingeroefeningen deed voor de terugkeer van Mercedes in de Grand Prix-races. Eind 1991 floot Stuttgart de zaak af.

Sauber (met Ilmor-motoren) gaat door en beschikt over technische en financiële bijstand van Mercedes. Wanneer het goed gaat zal zeker worden overwogen of de "Silberpfeile' alsnog terugkeren. De Zwitser heeft zijn zaakjes perfect voor elkaar en aan de ambitieuze rijders Karl Wendlinger en J.J. Lehto zal het niet liggen.

Ferrari heeft het moeilijk. De Oostenrijker Gerhard Berger, een protégé van adviseur Niki Lauda, keerde terug naar de Scuderia, waar de Fransman Jean Alesi bleef. De briljante Britse ontwerper John Barnard heeft het daar sinds kort weer voor het zeggen, maar door de onduidelijke gang van zaken over de reglementen van volgend jaar werpt men zich vooral op het model voor 1994 waarvan wordt gehoopt dat de Italianen eindelijk weer op niveau kunnen meedoen.

Temidden van dat Formule 1-geweld zit ook Jan Lammers die zich inkocht bij March. Een hachelijk avontuur want de Engelse stal ging over in andere handen maar deze week was de financiële afwikkeling nog niet geregeld. De "vliegende Hollander' heeft voorlopig weinig oog voor veranderingen van reglementen die de wedstrijden spannender moeten maken en de kosten drukken. Dat komt dit jaar neer op minder lang trainen en slechts zeven sets banden per weekeinde. De achterbanden zijn trouwens zes centimeter smaller zodat meer bandenwissels worden verwacht.

Tijdens de testritten in het gesloten seizoen bleek niettemin dat de rondetijden toch weer werden verbeterd. Volgend jaar gaat men nog enkele stappen verder. Actieve vering, semi-automatische versnellingsbakken en elektronische communicatie tussen de wagens en de pits worden verboden. Er is ook gesproken over beperking van het aantal toegestane motoren. Volgend seizoen zouden dat er niet meer dan een dozijn mogen worden.

Frank Williams, de 50-jarige eigenaar van het gelijknamige team, is daar faliekant tegen. “Autosport is een mechanische zaak. Je kunt niet alles plannen. Motoren die langer mee kunnen, daar ben ik het mee eens, maar beperkingen van aantallen zijn onzin. Er kunnen zelfs teams zijn die na een paar wedstrijden zonder motoren zitten. Hoe leg je dat uit aan het publiek? Het is volslagen onzin. Dat Formule 1-races ook op Amerikaanse circuits moeten kunnen rijden, daar wil ik nog even over nadenken. De structuur van die Amerikaanse wagens is als die van een stenen shithouse. Als een Formule 1-wagen tegen een muur rijdt kun je dat vergelijken met een vliegtuig dat tegen een berg opknalt.”

Het is ongelooflijk hoezeer de sinds 1986 na een verkeersongeluk tot de rolstoel veroordeelde teameigenaar geestelijk ongebroken is. Williams vreest dit jaar de Benettons het meest. “Vooral door Schumacher. Die is fantastisch. Jammer dat wij hem niet hebben.” Zijn enthousiasme voor de sport die hij beoefent als een strijd op leven en dood, is ongebroken. Dat blijkt vooral als de kansen van Damon Hill ter sprake komen. “Hij is heel snel, maar mist nog wedstrijdervaring. Als hij zondag wint zou ik dolgraag als eerste de baan op willen rennen om hem te begroeten. Als ik dat ten minste zou kunnen.”