WVC ontkent verwijt "deal' Glaxo-Sandoz

ROTTERDAM, 12 MAART. Het ministerie van WVC neemt geen verantwoordelijkheid voor de beschuldiging dat de farmaceutische bedrijven Sandoz en Glaxo een afspraak hebben gemaakt om een migrainemedicijn van de markt te halen. Hierdoor zijn de uitgaven aan medicijnen tegen migraine sterk gestegen.

Het dagblad Trouw bracht afgelopen woensdag het bericht “dat het ministerie van WVC sterke aanwijzingen” had dat de twee bedrijven een "deal' hadden gemaakt en baseerde dat op een gesprek met de directeur geneesmiddelenbeleid van WVC, dr. C. de Vos. Voordat het artikel verscheen, werd de tekst gefiatteerd door De Vos. Naderhand heeft Sandoz onder dreiging van juridische maatregelen geëist dat WVC de verdachtmaking vóór tien uur vanochtend publiekelijk zou intrekken. Het departement heeft Sandoz vanochtend laten weten alleen verantwoording te nemen voor “letterlijke citaten”. Dat het ministerie over sterke aanwijzingen zou beschikken, wordt dus overgelaten aan “de interpretatie van de journalisten”.

Sandoz zou twee goedkope, al dertig jaar verkrijgbare anti-migrainemiddelen van de markt hebben gehaald, om aldus ruimte te scheppen voor het veel duurdere preparaat Imigran van concurrent Glaxo. Sandoz heeft de Tweede Kamer inmiddels uitvoerig gerapporteerd over de gang van zaken rond de twee migrainemiddelen. Daaruit blijkt dat het moederbedrijf in Zwitserland al lang heeft besloten de stoffen van de markt te nemen. Bovendien blijkt dat het adviesorgaan bij uitstek van staatssecretaris Simons (volksgezondheid) voor deze kwesties - de Centraal Medisch Pharmaceutische Commissie van de Ziekenfondsraad - al in oktober 1991 aan de fabrikant had laten weten dat voor de twee injectievloeistoffen "geen plaats meer was' in het farmaceutisch arsenaal.