Will Eisner: Invisible People, deel 1 "Sanctum', ...

Will Eisner: Invisible People, deel 1 "Sanctum', deel 2 "The Power'. Uitg. Kitchen Sink Press. Prijs ƒ 8,15 en ƒ 10,90.

Bill Watterson: Casper en Hobbes "Dubbel en Dwars'. Uitg. Big Balloon. Prijs ƒ 14,95.

Theo van den Boogaard - De jaren '60-'70. Uitg. Oog & Blik. Prijs ƒ 27,50.

Al Davison: De Minotaurus. Uitg. Sherpa. Prijs ƒ 34,95.

De gemaskerde antiheld "The Spirit' van de Amerikaanse schrijver-tekenaar Will Eisner (1917) groeide in de jaren veertig uit tot een populaire stripfiguur. In tegenstelling tot veel van zijn collega's gaf Eisner de rechten van zijn stripfiguren niet uit handen en richtte hij een eigen uitgeverij op. Terwijl Bob Kane, de schepper van Batman (en Eisner-leerling), moet toezien hoe anderen miljoenen verdienen aan zijn creatie, bezit Eisner nog altijd de rechten van The Spirit. Financieel onafhankelijk na de verkoop van zijn uitgeverij, wijdde hij zich de laatste jaren aan nieuwe projecten, zoals de "graphic novel' A Contract with God (1987), een volwassenen-strip over het stadsleven in de crisisjaren die onder andere opvalt door een pagina-indeling waarbij de plaatjes in elkaar overlopen en slechts spaarzaam van kaders zijn voorzien.

Eind vorig jaar verschenen "Sanctum' en "The Power' de eerste deeltjes van een nieuwe stripserie onder de titel Invisible People. "The more time I spent on the streets, the more I became aware of how unnoticed were the people who streamed past me', schrijft Eisner in zijn inleiding. Zijn verhalen gaan over deze onopvallende, gezichtsloze mensen die in afgebladderde stadswijken een grauw bestaan leiden. De manier waarop hij alledaagse observaties van een liefdevolle, melancholieke sfeertekening voorziet doet aan de stukjes van Simon Carmiggelt denken.

Will Eisner: Invisible People, deel 1 "Sanctum', deel 2 "The Power'. Uitg. Kitchen Sink Press. Prijs ƒ 8,15 en ƒ 10,90.

"Casper en Hobbes' (in Amerika "Calvin and Hobbes') van Bill Watterson is een van de weinige Amerikaanse "gag-strips' die een vaste plaats in de Nederlandse kranten hebben veroverd. De eenstrokige strip wordt sinds enkele jaren gepubliceerd in kranten van de Persunie en het dagblad Trouw en verschijnt nu ook in boekvorm.

De formule van Watterson is eenvoudig. Zijn strip verbeeldt de leef- en denk-wereld van een kind: werkelijkheid en fantasie wisselen elkaar af. Hoofdpersoon is de zesjarige Casper die een niet aflatende strijd tegen het ouderlijk gezag voert. Zijn enige bondgenoot is Hobbes, een speelgoedbeest dat de lezer meestal door de ogen van Casper te zien krijgt: als een uiterst vriendelijke tijger. Casper koestert ambities om ruimtevaarder of ontdekkingsreiziger te worden en verandert regelmatig in de dappere ruimte-agent Spiff.

Anders dan de benaming doet vermoeden, ligt de essentie van gag-strips niet in de grappen. Het karakter van de hoofdpersonen is belangrijker. Een goede gag-strip ontlokt niet alleen bij de pointe in het laatste plaatje een lach aan de lezer; alle plaatjes zijn min of meer gelijkwaardig. Casper en Hobbes wekken oprechte sympathie in hun strijd tegen ouders, zargs, graknils en andere monsters die 's nachts onder bed kruipen.

De oplettende lezer herkent in de lettering en het gebruik van onomatopeeën als "Blerk' en "Klont' de bewerkende hand van striptekenaar Gerrit de Jager.

Bill Watterson: Casper en Hobbes "Dubbel en Dwars'. Uitg. Big Balloon. Prijs ƒ 14,95.

Dat een pornografische strip ook een cultuurhistorisch document kan zijn, bewijst "Ans en Hans grijpen de kans' van Theo van den Boogaard. De atmosfeer van de late jaren zestig springt van iedere pagina. "Hoera de seks wordt eindelijk vrijer!" juicht de tekst, wanneer Ans en Hans na een lange aanloop aan hun gerief zijn gekomen. Het is niet verwonderlijk dat zo'n originele en provocerende strip met enige regelmaat wordt heruitgegeven. Na Peter Muller (1970), De Bezige Bij (1972) en Espee (1981) is Oog & Blik inmiddels de vierde uitgever die Ans en Hans opnieuw een kans geeft. Dit keer in een verzamelalbum dat onder de titel Theo van den Boogaard, de jaren 60-70 ook ander vroeg werk van de tekenaar bundelt. Een lovenswaardig initiatief dat echter op een uiterst onzorgvuldige manier is aangepakt.

De uitgever heeft geen moeite gedaan de strips van toelichting te voorzien. In een minuscuul lettertje wordt vermeld dat "Pinokkio' in 1969 wekelijks in de KRO Studio gids verscheen, "Ans en Hans' in dezelfde periode in Aloha werd gepubliceerd en de andere in het boek opgenomen strips (onder de verzamelnaam "underground') in de jaren '67-'68 in het blad Hitweek verschenen. Er is nog een Duits document afgebeeld waaruit blijkt dat "Ans en Hans' in 1981 op "die Liste der jugendgefährenden Schriften' terecht kwam. De enige andere handreiking aan de lezer die iets wil weten over de tijd waarin, en de omstandigheden waaronder de strips gepubliceerd werden is een knipsel waarin een lezer zich beklaagt over het peil van de Pinokkio-strip en de redactie bedankt: "voor de mooie foto van Shocking Blue.' Geen voorwoord. Geen letter over de tekeningen die op het laatste moment nèt in Aloha geplaatst werden. Niets over de reacties op Ans en Hans. Geen biografische gegevens over de auteur. Wie geïntereseerd is in werk van Van den Boogaard kan zijn geld beter aan de vorig jaar verschenen oeuvre-catalogus Taal en Teken besteden.

Theo van den Boogaard - De jaren '60-'70. Uitg. Oog & Blik. Prijs ƒ 27,50.

Met The Spiral Cage leverde de Britse tekenaar Al Davison in 1990 een opvallend stripdebuut af. Het enigszins onbeholpen getekende verhaal was sterk autobiografisch van toon. Davison lijdt aan spina bifida, een aandoening die zijn onderlichaam verlamt. The Spiral Cage - de titel verwijst naar de DNA-structuur waarin Davison zit "opgesloten' - ging over een verlamde jongen die leert om te gaan met het onbegrip van zijn omgeving. Met De Minotaurus gaat Davison voort op de ingeslagen weg. Hoofdpersoon is Banshee, een mismaakte man die door het troosteloze 'Grauwstad' dwaalt. Zijn afstotend uiterlijk wordt vergeleken met de mythische Minotaurus, die in Davison's visie eveneens mismaakt en onbegrepen moet zijn geweest. Hoewel het chaotische, maar meeslepende verhaal na een pagina of vijftig enigzins sentimenteel wordt, blijft De Minotaurus boeien. Kleurgebruik, techniek en kadrering worden van pagina tot pagina aangepast. Davison tekent afhankelijk van de loop van het verhaal nu eens in een realistische, dan weer abstracte, nu eens vloeiende, dan weer krassende stijl en maakt daarmee optimaal gebruik van de mogelijkheden die het medium strip biedt.

Al Davison: De Minotaurus. Uitg. Sherpa. Prijs ƒ 34,95.

Tekening: Historische Berlijnse lokaties waar Frans gesproken wordt; het is even wennen. Maar vertalingen van het Franstalige stripverhaal Brune van Emmanuel Guibert (uitg. Albin Michel, import Lambiek Amsterdam, ƒ 35,-) zullen niet lang op zich laten wachten. Een Nederlandse bewerking van deze hyper-realistisch getekende "roman graphique' wordt in mei verwacht. In Brune wordt het leven van een nachtclubdanseres en haar minnaar, een joodse intellectueel, afgezet tegen de opkomst van Hitler in de vroege jaren dertig. Met de vermenging van fantasie en feiten rondom de persoon van Hitler waagt Guibert zich op glad ijs; hij heeft het zichzelf toch al niet makkelijk gemaakt, want ook zijn tegen kitsch aanleunende, fotografische tekenstijl heeft iets provocerends. De tekeningen in Brune zijn echter tegen kritische blikken opgewassen en ademen de sfeer van realistische kunst uit de jaren dertig.