Waddenroute blijft mogelijk voor deel gevaarlijke schepen

DEN HAAG, 12 MAART. Kleinere schepen met een gevaarlijke lading mogen ook in de toekomst dicht langs de Waddeneilanden varen.

Nederland en Duitsland hebben de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) voorgesteld alleen schepen met meer dan 10.000 ton te verplichten op de vaarroute van 80 kilometer uit de kust te nemen. De IMO is een VN-organisatie waarbij 137 landen zijn aangesloten.

Tijdens een overleg met de Tweede Kamer zei minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) gisteravond dat zij zich had ingespannen voor een voorstel waarin alle tankers en schepen met gevaarlijke stoffen verplicht de noordelijke vaarroute moesten nemen. Dit voorstel strandde op de vrees van Duitsland dat Bremen en Hamburg hierdoor concurrentienadeel zouden ondervinden. Ook hadden de Duitsers er volgens Maij-Weggen op gewezen dat de noordelijke vaarroute in het geval van een algeheel verbod van de zuidelijke vaarroute erg druk zou worden, waardoor de kans op ongelukken zou stijgen.

Het debat over vaarroutes van tankers en schepen met gevaarlijke stoffen laaide op na de recente rampen met olietankers bij de Shetlands en het Spaanse La Coruna. Ook speelt mee dat in februari twee in een storm stuurloos geraakte schepen rakelings een boorplatform van de NAM passeerden. In een brief aan de Tweede Kamer hebben een aantal milieuorganisaties ervoor gepleit schepen al bij Hoek van Holland naar de noordelijke vaarroute te sturen, om te voorkomen dat ze als het ware automatisch in de zuidelijke route terechtkomen.

Maij-Weggen liet gisteren weten “in het achterhoofd te houden” dat alle tankschepen en schepen met gevaarlijke stoffen in de toekomst de noordelijke vaarroute moeten nemen. Ze zei echter “de zaak niet eindeloos ophouden door steeds een grote sprong te willen nemen, en dan nergens te komen.” De Tweede Kamer was daar mee eens.

De IMO vergadert in mei over het voorstel. Als het wordt aangenomen, kunnen de maatregelen op zijn vroegst aan het einde van dit jaar ingaan.