Vrijdag 12; Kakelend meubilair

Het was aangekondigd, dat de rode loper met al dat kakelend zeegroen straatmeubilair die is uitgelegd op het Damrak in Amsterdam, zou worden doorgetrokken over het Rokin tot aan de Munt.

Maar het leek een aankondiging van het soort "te gek om waar te zijn' en aan dat soort besteedt de toch al drukbezette burger verder geen aandacht. Ten onrechte, lijkt nu. Op het Rokin is plotseling een proefopstelling van nieuwe openbare meubelstukken verschenen - op de stoep voor "Singapore Airlines' - die de ware aard van de aankondiging dreigend onthult. Een schelgoud satéstokje uitlopend in twee stelen waar de bloemen vanaf zijn geknipt en twee paars aangelopen anti-parkeermonstertjes lopen vooruit op de onherroepelijke vulgarisering van het Rokin. De proefopstelling laat zien dat het de hoofdchirurg van "operatie stadshart', W. Hartman, en de directeur van het straatmeubilair in Amsterdam, R. van Maarschalkerwaart, kennelijk ernst is met de verlenging van de gietijzeren stoet met op elkaar gestapelde kegels, bollen, eieren, kubussen en zuilen die eerder het Damrak het frivole aanzien heeft gegeven van een boulevard in een Belgische badplaats.

Waarvoor is al dat nieuwe straatmeubilair in Amsterdam eigenlijk nodig? Om "de kwaliteit van de plek te versterken', hoor je de gemeente zeggen. Het nieuwe meubilair moet door zijn opgewekt karakter de zwaarmoedigheid van de openbare ruimte in Amsterdam verdrijven en de nieuwe straatverlichting zal 's avonds en 's nachts de sociale veiligheid een ferme impuls geven. Met deze belangrijke opdracht hebben de beeldhouwers Alexander Schabrack en Tom Postma eerst de Nieuwmarkt in Amsterdam onder handen genomen. Zij ontwierpen voor deze "plek' reusachtige, vreesaanjagende lantaarnmonumenten en sloten het martktplein af met zeegroen hekwerk. Het gevolg: een leeg, kaal plein dat 's avonds een ijskoude, kazerneterreinachtige indruk maakt omdat het licht van veel te hoog moet komen.

Na de Nieuwmarkt kregen de kunstenaars het Damrak in hun greep - zich onder andere beroepend op de vormen in het werk van Brancusi, Jean Arp, Carel Visser en Oskar Schlemmer - en deponeerden een onbesuisde carnavalsstoet op de rode stenen loper. En nu is het Rokin aan de beurt. Voor de derde keer zal een kostbare "plek' door potsierlijke beelden van de stad worden vervreemd.