Volstrekt eigentijds, intelligent en erg moeilijk

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev. Solist: Joeri Bashmet, altviool. Programma: S. Prokofjev: Zesde Symfonie, A. Schnittke Altvioolconcert. H. Berlioz: delen uit La Damnation de Faust. Gehoord: 11/3 Doelen Rotterdam. Herhaling: 12/3 aldaar; 13/3 Amsterdam (Vara-Matinee); Radio-uitz.: 19/3, tv-uitz. Schnittke en Berlioz: 28/3.

De weg van Schnittkes populariteit is geplaveid met muzikale gemeenplaatsen en historische verwijzingen, maar zo intelligent en inventief dat elke bedenking ertegen in de kiem wordt gesmoord. Schnittke slaat trouwens elk eventueel wapen al bij voorbaat uit handen door met een onschuldige glimlach te vertellen dat zijn composities een commentaar op de muziekgeschiedenis bedoelen te zijn. Twintig jaar geleden zei hij immers al: “De naïeve diepgang van de gedachte en retorisch-filosofische ernst van het klassieke muzikale verleden kunnen niet meer vernieuwd worden binnen de overgeleverde monumentele vormen. Het enig mogelijke is het parodiëren van grote structuren of het vinden van nieuwe.”Schnittke deed beide en het lijkt wel of hij dat met elk nieuw stuk overrompelender doet. Het Altvioolconcert uit 1981, bij het Rotterdams Philharmonisch orkest magnifiek gespeeld door Joeri Bashmet die Schnittke om de compositie had gevraagd, is met zijn vele scherp-dissonerende intervallen (septiemen en nonen) een volstrekt eigentijds stuk. De vervreemdingseffecten schuilen in de plotselinge stijlconglomeraten maar ook in de geniale instrumentatie. Niet voor niets verving Schnittke de violen door celesta, piano, harp en klavecimbel waardoor de wonderbaarlijkste klankmengingen het solo-instrument vergezellen.

Hoogst persoonlijk toegepast lijkt Schnittke toch veel geleerd te hebben van Prokofjev wiens Zesde symfonie het Doelen-publiek tevoren al even verrassend in de oren moet hebben geklonken. De gigantische orkestbezetting ten spijt gebruikt Prokofjev in de meest meditatieve gedeelten vaak heel ijle instrumentale combinaties die uiteraard in een sardonisch stuk als de Vivace-finale uitgroeien tot klanklawines van verpletterende werking.

Inhoudelijk heeft Sjostakovitsj de Tweede Wereldoorlog muzikaal beklemmender becommentarieerd dan Prokofjev in deze Zesde symfonie. Niettemin hebben Valery Gergjev en het Rotterdamse orkest een daad van betekenis gesteld door dit onbekende stuk eindelijk eens uit te voeren. De hondsmoeilijke partituur werd alert en glanzend gerealiseerd met Gergjev als de meesterlijke coördinator die hij zich altijd betoont.