"Tienduizend extra huizen? Waar zou ik ze moeten laten?'

Vorige week kwamen de minister Alders en staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) met het trendrapport over de groeiende woningbehoefte tot 2005. Van de 162.000 extra te bouwen woningen moeten er dertigduizend in Noord-Brabant komen.

EINDHOVEN, 12 MAART. “Ik reken op tienduizend extra woningen voor deze regio, en dan komen we dus fors in de problemen”, zegt de Eindhovense wethouder N. van der Spek (stadsbeheer, volkshuisvesting en verkeer). “Ik weet niet waar ik ze moet laten”, verzucht F. Robers, verantwoordelijk beleidsmedewerker voor volkshuisvesting en stadsherstel. En de voorzitter van de Eindhovense Federatie van woningcorporaties, A. Bergman: “We hebben een woningtekort, maar er is beslist geen sprake van een noodsituatie”.

Omdat de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieuhygiëne (VROM) kiest voor bouwen in stedelijke agglomeraties, komen in Noord-Brabant Tilburg-Breda en Eindhoven voor uitbreiding in aanmerking. Wethouder Van der Spek (PvdA) van Eindhoven heeft met hangen en wurgen samen met de omliggende gemeenten, waarvan sommige grondgebied aan Eindhoven afstaan, plaats gevonden voor een kleine veertigduizend woningen in de regio. Nog eens tienduizend woningen extra zal volgens hem een geweldige inspanning vereisen. “Zeker als je de natuurgebieden en de ecologische structuur wilt sparen en niet in de weiden grote nieuwe wijken neerzet.” Bouwen in of direct aansluitend op de stad, wat volgens VROM de voorkeur verdient, lukt in Eindhoven vrijwel niet meer.

Niet dat de wethouder vindt dat provincie en Rijk hem voor een onmogelijke opgave stellen. “Je weet nooit wat zich aan kansen aanbiedt. Zes weken geleden had toch niemand aan DAF gedacht. Nu kunnen we misschien een deel van hun terreinen voor woningbouw benutten. Maar het is een dure oplossing.” De meest geschikte en goedkopere terreinen zijn al gereserveerd. De andere terreinen zullen door het versneld vrijmaken en de noodzakelijke grondsanering veel geld vergen. De gemeente heeft dat niet en Van der Spek vraagt zich af of het Rijk wel bereid is daarvoor op te draaien. Hij is geen voorstander van uitbreiding van de geplande wijk bij het vliegveld Eindhoven. Daar blijft ruimte voor tweeduizend woningen onbebouwd, omdat de gemeente ruim onder de wettelijk norm voor geluidhinder wilde blijven.

Er is in Eindhoven geen gebrek aan woningen in de sociale sector. Van der Spek: “We hebben veertigduizend huizen met een huur onder de vierhonderd gulden, daar is ruimte genoeg. Ik heb alleen geen instrument om de doorstroming te bevorderen.” Hij wil bewoners niet dwingen te verhuizen als ze te veel gaan verdienen. “Dan blaas je op wat je in zo'n buurt met sociale vernieuwing probeert te bereiken.” Wel wil hij met een belasting de huur afhankelijk maken van het inkomen. “Dat instrument is noodzakelijk om het doel te bereiken.” Hij vindt het onrechtvaardig dat mensen met voldoende financiën huren betalen die door forse subsidies kunstmatig laag zijn.

De Eindhovense woningcorporaties verdelen hun huizenbezit gemeenschappelijk. Op de wachtlijst zij al sinds 1971 constant tussen de 18.000 en 21.000 namen ingeschreven en de wachttijd is gemiddeld één tot anderhalf jaar. Volgens Federatie-voorzitter Bergman is het een misverstand te denken dat er een wachtijst van twintigduizend personen is. “Iedereen mag zich voor tien complexen van verschillende corporaties inschrijven en op een aantrekkelijke woning moet je natuurlijk langer wachten.”

Sinds 1970 is bij een gelijkblijvend inwonertal de woningvoorraad in Eindhoven met 25.000 toegenomen. Dat er nog steeds een wachtlijst is, wijt Bergman aan de "gezinsverdunning'. ,We hebben altijd een geweldige druk op de ketel gehad, zowel kwalitatief als kwantitief. Maar de nadruk is verschoven naar de kwaliteit. De groep die puur een dak boven zijn hoofd zoekt wordt steeds kleiner. Dat heb ik wel anders meegemaakt, vroeger was de nood zo hoog, dat je samen met een politieman het spreekuur deed.''

Tussen de wens een huis te bouwen en het leggen van de eerste steen ligt een jaar of vijf. Daarom is het volgens Bergman moeilijk bouwprogramma's versneld uit te voeren. “We zijn in Nederland goed in regeltjes.”

Dat het Rijk afstand neemt van de woningmarkt en meer aan de gemeenten en corporaties overlaat, waardeert Bergman. “Maar veel zal afhangen van de opstelling van de gemeenten, die niet de rol van het Rijk moeten overnemen. Nu de corporaties risico-dragende ondernemingen zijn geworden, moeten zij zelfstandig kunnen beslissen.” Die verantwoordelijkheid kunnen de corporaties volgen Bergman aan: “Wij zijn volkhuisvesters, we doen niet alleen maar wat we leuk vinden”.

Van de ingeschrevenen heeft 65 procent minder dan het minimumloon, zij zullen zich geen woning in de sociale nieuwbouw kunnen veroorloven. Daardoor dreigt een afroming in de oude wijken. “Mijn grootste zorg is hoe je de stad leefbaar houdt. Als de druk toeneemt kun je minder goed spreiden.” Bergman vindt dat de corporaties samen met de buurtbewoners het woonklimaat moeten beschermen.

“Als je een hek om Zuidoost-Brabant zet, kun je nauwkeurig je woningbehoefte uitrekenen”, zegt F. Robers, gemeentelijke beleidsmedewerker stadherstel en volkshuisvesting. Zo is men aan het benodigde aantal te bouwen woningen gekomen, waarvoor met moeite plaats is gevonden. Volgens wethouder Van der Spek is er echter een landelijke woningmarkt aan het ontstaan en als het Rijk ziet dat er een tekort dreigt, zal ergens gebouwd moeten worden.

Het trendrapport heeft Robers nog niet bereikt. Hij is verrast dat de nieuwe taakstelling voor Brabant al in de begeleidende brief van Alders en Heerma aan de Tweede Kamer wordt genoemd. Hij pakt de telefoon en belt de provincie om te vragen hoeveel aanvullende bouw dat betekent. Daar blijken ze fragmenten van het rapport te kennen en noemen ze het aantal van twintigduizend woningen voor het 2000 en nog eens tienduizend in de volgende vijf jaar. Hij is een tijdje stil en kijkt zorgelijk voor zich uit. “We kunnen niet eens wat we moeten, laat staan wat er bij komt.”