Taalniveau allochtone student verbaast krant

UTRECHT, 12 MAART. “Hij was een enthousiaste jongen, maar hij had nooit op stage gemogen.” De Turkse student T. Cinibulak (22), sinds 1990 in opleiding aan de school voor journalistiek en voorlichting in Utrecht, begon vorig jaar september aan een stage van drie maanden bij het Haarlems Dagblad.

Althans, hij dacht dat hij er drie maanden zou blijven. Na vier dagen stuurde H. Schol, chef stadsredactie en stagebegeleider van Cinibulak, hem al weg: “Hij sprak slecht Nederlands waardoor een telefonisch interview onmogelijk was. Hij schreef de raarste zinnen. Mijn verbazing over zijn taalgebruik groeide per dag met honderd procent.”

Die verbazing richtte zich vooral op zijn school die er in ruim twee jaar kennelijk niet in was geslaagd de jongen aanvaardbaar Nederlands te leren. En dat terwijl zij toch een aparte regeling heeft voor allochtonen - vijf procent van haar studenten. Zij kunnen het eerste jaar speciale lessen krijgen van docente taalbeheersing A. de Moor.

Zij had de problemen al zien aankomen. “Cinibulak had niet op stage mogen gaan. Hij is op een aantal punten zwak in zijn Nederlands. Toch deed hij aan het merendeel van mijn speciale lessen niet mee.” Andere docenten op de school voor journalistiek vinden dat Cinibulak te snel is weggestuurd bij het Haarlems Dagblad. De schrijfhulp van de school en de stagebegeleidster van Cinibulak zeggen dat hij "klaar' was voor zijn stage.

Cinibulak zelf erkent dat hij moeite met zijn Nederlands heeft maar vindt dat hij een kans had moeten krijgen. “Voordat ik aan de krant, de nieuwe mensen en een ander computersysteem kon wennen, werd ik al weggestuurd.”

Vorige week kwam de onderwijsinspectie met de aanbeveling dat allochtone studenten voordat zij aan een opleiding in het hoger beroepsonderwijs beginnen, een taaltoets moeten maken. Allochtonen met taalproblemen moeten extra worden begeleid. Nu haakt het merendeel voortijdig af.

De Moor is zeer te spreken over het voorstel van de inspectie. “Tenminste, als een slecht gemaakte toets het verplicht volgen van begeleidend onderwijs inhoudt. Nu mogen allochtonen dat zelf bepalen.” De helft van de veertig allochtone studenten aan haar school volgt niet de extra lessen, die ze wel nodig hebben. Deze "spijbelaars' ondervinden volgens De Moor onnodig problemen. “Pas wanneer blijkt dat ze hun propaedeuse niet in twee jaar halen, komen ze bij mij. Dan verwachten ze in twee maanden hun achterstand kwijt te raken. Dat is natuurlijk onmogelijk.”